Column Hein Bloemink (april 2020)
Aardig zijn
‘Je moet aardig zijn tegen mensen’. Dat was één van de eerste omgangsregels, die ik van mijn ouders leerde. Wie goed doet, goed ontmoet, zo luidde het gezegde. Onlangs heb ik gemerkt dat ‘aardig zijn’ ook een heel ander effect kan hebben. Ik fietste door de Kerkstraat in Haren en kwam een dame tegen. We hadden heel even oogcontact en in een reflex zei ik glimlachend ‘hoi’. Het antwoord was verrassend: ‘Rot op man, je moet geen hoi tegen mij zeggen!’. Ik wist niet wat ik hoorde en riep haar na: ‘Wat is er met u aan de hand, zeg?’. Ik was zeer verbaasd, want ik realiseerde me dat ik mij de woede van iemand op de hals had gehaald door gewoon ‘aardig’ te doen. Mijn verbazing veranderde in boosheid en toen ik zag dat de scheldende dame haar fiets bij Albert Heijn parkeerde stapte ik af om haar ter verantwoording te roepen: ‘U komt hier niet mee weg, mevrouw. Waarom scheldt u mij uit?’. De vrouw keek mij met een vuile blik aan en beet mij toe: ‘Je moet niet aardig tegen mij doen!’. Tjonge, dat verwijt heb ik nog nooit gehad. ‘En wat is daar mis mee? Bent u bang voor aardige mensen?’. Toen kwam het hoge woord eruit: ‘Nee, maar wel voor aardige mannen, die getrouwd zijn met hoeren!’. Ik besloot mijn aanval te staken, want ik had direct door, dat er met deze vrouw iets mis was. Fietsend over de Middelhorsterweg probeerde ik een verklaring te vinden voor haar gedrag. Ik zag opeens het beeld voor mij van iemand, die traumatische ervaringen heeft gehad met mannen. Misbruik? Of is ze in haar relaties door aardige mannen mishandeld? Werd ze ooit verleid door een getrouwde man? Ze was op zijn minst allergisch geworden voor mannen en ziet misschien ieder ‘aardig gebaar’ als het begin van een nieuw trauma. De omgangsregels over ‘aardig doen’ die ik van mijn ouders leerde blijken dus soms averechts te kunnen werken. Weer wat geleerd!
3 reacties