Column Huub van ’t Hek, september 2018
Dodenlijst
Huub van ’t Hek
B 115, mijn nummertje bij de apotheek. Driemaandelijks bezoek om mijn voorraad Ascal aan te vullen. Rustig gaan zitten en mijn beurt afwachten. B 114 blijkt een haastige mevrouw te zijn. Zij komt de bestelde medicijnen voor haar vader halen, zegt zij, en noemt de naam van haar vader. De apothekersassistente gaat op zoek in verschillende schuiflades. Onverrichter zake keert zij terug. “Die staan niet klaar”, zegt zij, “omdat de handtekening van uw vader in ons systeem ontbreekt”. Mevrouw B 114 begrijpt er niets van. Zij komt hier elke maand, zegt zij, er is haar nog nooit naar een handtekening van haar vader gevraagd. “Dat klopt”, zegt de assistente, “maar wij moeten nu voldoen aan de nieuwe regels van de privacy wetgeving. Die regels schrijven voor dat wij schriftelijke toestemming van uw vader nodig hebben om de medicijnen aan u mee te kunnen geven”. Ze zegt het alsof het een heel gewone mededeling is.
Mevrouw B 114 is perplex. “Weet u hoeveel moeite ik moet doen om hier op de betreffende vrijdag elke keer voor vijven de medicijnen voor mijn vader op te halen?”. Ze draait zich om en kijkt wanhopig in onze richting. “Dat begrijp ik”, zegt de assistente, “dat begrijp ik zeker, maar het laat onverlet dat de handtekening van uw vader ontbreekt”. Ze maakt aanstalten om het volgende nummertje af te roepen. “Mijn vader kan helemaal geen handtekening meer zetten”, zegt mevrouw B 114, “daar is de man echt veel en veel te ziek voor”. Opnieuw die blik vol wanhoop. “Dan kunnen wij verder niets voor u doen”, zegt de assistente, “u bent niet de eerste met dit probleem. Wij hebben inmiddels al een lijst van een stuk of tien mensen met hetzelfde probleem. Tja, hoe noem je zo’n lijst? Maar als de inspectie komt en wij leveren medicijnen zonder toestemming, kunnen er hoge boetes volgen. Vandaar”. Zij drukt op een knop en roept “B 115”.
1 reactie