Columns Cees Bosman 2013 en 2014
september 2014
BAKNIJD.
Een kennis van een vriend van mij noemt zich dierenliefhebber. Behalve een paar cavia’s in een veel te kleine kooi, een zieltogend konijn dat sip voor zich uitkijkend achter tralies op z’n dood wacht, een vogel die door gebrek aan ruimte niet kan vliegen en een paar katten, bestond behoefte aan uitbreiding omdat van veel beesten de nieuwigheid wel af was. Het moest een hond worden en het maakte niet uit of het een rashond was en ook niet dat het wat geld zou gaan kosten. Die gaat als echte dierenliefhebber een leuk hondje uit het druk bedierde asiel halen denk je dan. Beestjes die daar met veel liefde worden verzorgd, maar toch snakken naar een eigen baasje en een thuis bij niet alleen maar asielzoekende zielige collega dieren. Daarvan gaat hij er eentje heel blij maken. Helaas fout gedacht. Hij besloot om een zwerfhond uit Griekenland te halen. Tijdens zijn vakantie had hij er velen gezien en hij dacht een van die dieren er een plezier mee te doen om het heerlijk warme klimaat in te ruilen voor ons koude bibberlandje; kosten blijkbaar geen probleem. Behalve de vliegtocht met begeleiding, quarantaine, inentingen en tal van formaliteiten werd de zwerver vervolgens ook nog eens blootgesteld aan nieuwe hondenbegrippen als: mand, riem en etensbak. Bovendien liep in het huis ook nog een klein ventje van een jaar of drie rond die de hond dolgraag wilde gebruiken als pony. Het is even een kwestie van wennen dachten ze nog, maar de nieuwe huisvriend paste zich niet zo makkelijk aan. Als hij uit z’n etensbak at, iets dat hij helemaal niet gewend was, kwam het kleine ventje vaak even naast hem hurken om te kijken. De hond hield uit z’n ooghoek het mannetje angstvallig in de gaten, denkend dat z’n voedsel gekaapt zou worden. Toen er dan ook een handje werd uitgestoken richting bak, volgde er als reflex een grom en knauw. Een hevig huilend kind met een bloedend handje was het resultaat. De hond is vals en kan niet met kinderen overweg, was al razendsnel de ondeskundige conclusie. Hij heeft last van baknijd. De enkele weken daarvoor in triomf in huis gehaalde vriend werd in de auto geladen en zit nu in het asiel te wachten op een nieuwe baas. Zijn in een warm klimaat gekoesterde vrijheid werd hem afgenomen en ingeruild voor een vrijheidsstraf in het asiel, met dank aan de dierenvriend.
Cees Bosman, september 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
augustus 2014
ZELFVERMINKING.
Ik ben nog van de generatie dat een tatoeage alleen geaccepteerd was bij een zeeman. Geen kapitein of andere zeeofficier, maar bij een matroos op de “wilde vaart ” en bij Popeye natuurlijk. Tijdens eenzame nachten op verre en onstuimige zeeën was de tatoeage een band met het thuisfront. Een foto op het nachtkastje was voor overgehaalde landrotten, een tatoe voor pijn en smart trotserende zeebonken.
Tegenwoordig hoor je er bijna niet meer bij als je niet ergens een duurzaam plakplaatje op je lichaam hebt. Sporters willen opvallen door hun bestickerde lichaam, vooruitlopend op de nog niet geleverde prestaties. Vooral vechtsporters en beroepsvoetballers blinken daarin uit; bij hockey, tennis of golf heeft het nog geen opgang gemaakt.
Tijdens de afgelopen mooie zomer viel er veel te genieten, maar vielen ook illusies in duigen. De keurige nette mevrouw die ik met enige regelmaat op weg naar haar en mijn werk tegen kom, ziet er altijd goed en verzorgd uit. Een mooi en met enige regelmaat veranderend kapsel, onberispelijk en smaakvol gekleed en niet overdadig maar aantrekkelijk opgemaakt. Ook haar altijd charmante en vriendelijke lach als begeleiding van haar begroeting doet de rest. Op één van die mooie zonovergoten ochtenden kwam ik haar op zaterdag in het dorp tegen; winkelend en vergezeld van haar eveneens mooie dochter. Het warme weer en de vrije tijd hadden haar kennelijk doen besluiten om van het doordeweekse protocol af te wijken; ze droeg een mooie en voor haar doen nét iets te blote jurk. Geraffineerd haar mooie vormen accentuerend en haar eventuele onvolkomenheden camouflerend. Ze zag er stralend uit toen ze een winkel uitkomend mij begroette. Een golf van zomerse warmte trok door mij heen. Ze liep naar haar fiets, stapte op en fietste met haar dochter weg. Ik keek hen beiden nog even na in de hoop het warme zomerse gevoel nog even vast te kunnen houden, maar dat had ik nooit moeten doen. Het mooie perfecte beeld dat ik al jaren van haar had, werd ruw verstoord door een tatoeage op haar schouder die door de zomerse jurk zichtbaar was geworden. Ik vroeg mij af wat haar bezield kon hebben toen ze besloot om zichzelf voor de rest van haar leven zo te verminken. Vroeger misschien een zeer ruig en ander leven gehad, maar nu blijvend herinnerd worden aan een waarschijnlijk achter haar liggende periode. En wat als je ouder wordt, op het strand zit en je lichaam wilt koesteren in de zon? Daar zit je dan met een uitgezakt en gerimpeld plakplaatje je vergankelijkheid te accentueren. Er bekroop mij een gevoel van medelijden.
Cees Bosman, augustus 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
juni 2014
VLAGVERTOON.
Voor de start van het WK-voetbal hadden de oranje sceptici vooralsnog de overhand. Dat er ook nog in Den Haag een schitterend WK-hockey werd gespeeld was voor de oranjegekte niet van belang. Een hockeyer kleurt zelden oranje, behalve dan als een team van GHHC Groningen kampioen wordt en dat gebeurd met grote regelmaat, maar het grote publiek gaat toch voor het voetbal. De winkels lagen al weken vol met de meest uiteenlopende oranje prullaria en verzonnen zooi, maar de verkoop liep voor geen meter. En toen kwam de eclatante en onverwachte zege op Spanje. Zaken die anders volkomen on-interessant zijn dingen nu mee naar de gunst van de koper alleen omdat het oranje is. Ik zag, om maar een paar dingen te noemen: petjes, hoedjes, shirtjes, bh-tjes, wortelen, ballen, haarverf, condooms, handschoenen, sokken, sinaasappelen, tompoezen, chips: je kon het zo gek niet noemen. Het werd me oranje voor de ogen en allemaal overbodige spullen die je echt niet nodig hebt voor het fijne WK voetbalgevoel. Een van de meest bizarre artikelen is wel een door een Brabantse dorpsidioot gepromoot pak dat je zelfs op de camping nog niet zou willen dragen, laat staan dat je je ermee in het openbaar durft te vertonen. Een kruising tussen een mislukte pyama en een voddig trainingspak. Ja, aandoen als je op verjaardagsbezoek gaat bij je schoonmoeder zou nog kunnen, maar je gaat toch niet in een infantiel carnavalspak thuis op de bank naar voetballen zitten kijken? Met een oranje shirt op de tribune kan ik me nog voorstellen, maar thuis op de bank voor de TV? En welke randdebiel koopt er nou een “juichpak”; gaat juichen dan beter? De zichzelf pimpende sneue voetbalsupporter die er denkt bij te horen.
Zoals je voorafgaand aan de Kerst steeds meer mensen zelf hun stroomrekening ziet opjagen door het in de voortuin vooral voor anderen zichtbaar plaatsen van allerhande lichtgevende kerstsnuisterijen, zie je tijdens een EK of WK voetbal in dezelfde straten ook de meeste vlaggetjes, poppen, vlaggen, overige junk en zelfs opgesmukte auto’s om maar aan een ander te laten zien dat je achter “oranje”staat. Waarom zouden juist de mensen met de kleinste huizen en inkomens dat doen? Is het de drang om ergens “bij “te horen, om te laten zien dat je voetballiefhebber bent, of is het voor hen een uitlaadklep of verzetje om aan de dagelijkse grauwe sleur van het bestaan te ontsnappen? Begrijp me goed; ik keur het zeker niet af en het geeft inderdaad wel kortstondig kleur aan de omgeving, maar moet dat nou op die manier? Waarom wegwerpspullen aanschaffen die je na een paar weken inderdaad weg werpt? Overigens is met mij wel opgevallen dat in dezelfde buurten met b.v. Koningsdag ook de meeste mensen de Nederlands vlag uithangen; prima traditie. Dat is bij mij in de buurt wel anders, want echte kakkers vlaggen kennelijk niet.
Cees Bosman, juni 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
mei 2014
FOUT GEDRAG.
Vroeg of laat wordt iedere burger geconfronteerd met een ambtenaar die een voor hem of haar minder welgevallige maatregel of project moet uitvoeren. Alvorens tot uitvoering wordt overgegaan is er in Nederland al een heel complex aantal stappen aan vooraf gegaan. Volgens onze democratie zijn het de door ons gekozen politici die de spelregels bepalen en zijn er tal van beroepmogelijkheden, als je het er niet mee eens bent, om die spelregels door de onafhankelijke rechter te laten toetsen. Tot zover niets nieuws lijkt mij.
Ik begrijp daarom ook niet dat er, ook in Haren, steeds meer mensen zijn die zich bij dit wettelijk vastgelegde democratische spel niet wensen neer te leggen en hun onvrede daarover uiten tegen de brenger van de boodschap: vaak een ambtenaar. Een paar voor iedereen herkenbare en aansprekende voorbeelden: De bezitter van een aso P.C.Hoofttractor kwakt zijn bak, alle verkeersregels aan zijn laars lappend, pontificaal voor de pinautomaat of voor de ijssalon. Hij weet waarom het niet mag, bezorgt anderen overlast en neemt bewust het risico van een bekeuring. En ja hoor, hij krijgt een bekeuring en richt zijn onvrede daarover op agressieve wijze tegen de verbalisant. Waarom eigenlijk? Laat die man of vrouw het door ons zelf gewenste werk, ter voorkoming van een enorme chaos, in alle rust doen. Er is een kapvergunning aangevraagd, uiteindelijk verstrekt en er komt een moment dat die boom om gaat. Waarom richt men zich dan tegen de man van de groenvoorziening? Nog erger wordt het als er ambtenaren betrokken zijn bij de uitvoering van één van de vele grote projecten in Haren: Nesciopark, bouw gemeentehuis, verplaatsen Gorecht en DHE. 5 &6. Voor alle duidelijkheid nog maar eens gezegd dat de ambtenaar loyaal dient te zijn aan zijn werkgever en de opgegeven taak naar behoren moet uitvoeren. Hij of zij kan niet op eigen initiatief de regels aanpassen. We leven hier tenslotte niet in één of ander corrupt Afrikaans land. Toch zijn er door zichzelf benoemde beschaafde en zogenaamd intellectuele lieden in Haren, mensen die zichzelf boven een ander hebben geplaatst, die er in toenemde mate genoegen in scheppen om deze ambtenaren zeer onheus te bejegenen. Met ongekende onbeschoftheid, waarvan zij zelf te allen tijde gevrijwaard willen blijven, richten zij hun pijlen op de ambtenaar. Beschuldigingen van vriendjespolitiek, onbehoorlijk gedrag, overtreden van de regels en zelfs corruptie worden daarbij als vanzelfsprekend gehanteerd. Liefst anoniem, per mail of onder één of andere verzonnen naam, uiten zij hun beschuldigingen onbeperkt en via tal van media; ook van deze krant. Ze beschuldigen zonder enige terughoudendheid mensen op grove wijze en proberen ze bewust en daarmee ook hun dierbaren, te beschadigen. Hun woordgebruik getuigt niet van enige innerlijke beschaving doch slechts van een vertroebeld brein en ziekelijke geest. Opgekropte frustraties worden gebotvierd op mensen die zich niet mogen en vanwege hun functie ook niet kunnen of hoeven te verdedigen. Het is een ordinaire straatvechters mentaliteit, waaraan ik even moest denken tijdens de dodenherdenking op 4 mei jongtsleden. Waarom is het destijds zo hopeloos mis gegaan en heeft men dan echt niets geleerd?
Haren, mei 2014, Cees Bosman. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Sas en Hein april 2014
Ik was hem in een kort tijdsbestek al twee keer tegen gekomen; de altijd fietsende historicus Frans Westra, schrijver van een groot aantal uiterst interessante boeken. Hij nodigde mij uit voor een feestelijke bijeenkomst waarbij hij zijn nieuwste boekje over de historie van Sassenhein ten doop hield en zei daarbij lachend dat de pachter van destijds niet tot de genodigden hoorde. Hij doelde op de ophef die er destijds was ontstaan toen ik ongewild in februari 2009 mijn bijdrage aan zijn boekje had geleverd door een column te schrijven over een vertrekkende pachter. Ik baseerde mijn column op vertrouwelijk gekregen informatie van de toenmalige voorzitter van de hengelaarsclub Sassenhein. De ex-pachter vond dat hij door mijn column was beschadigd en spande een “kort geding”aan tegen de uitgever van Haren de Krant. Het was een juridisch spagaat omdat ik als columnist niet was gedaagd, mij dus ook niet hoefde of kon te verdedigen, mijn informatie niet naar voren kon brengen, laat staan eventueel te rectificeren.
Temidden van een 60-tal familieleden, genodigden, belangstellenden en omwonenden hield Frans op vrijdag 28 maart 2014 in het paviljoen een voordracht over de door hem beschreven rijke historie van Sassenhein, vernoemd naar de eerste voorzitter van de hengelaarsclub Hein Aalderink en zijn echtgenote Saska Schönfeld Wichers. Hij verhaalde over een paar historische gebeurtenissen, waarbij vooral de anekdote over de noodlanding van een vliegtuig in 1932 op de plas, waarbij enige vissende jongens de scheiding in het haar door het overscherende vliegtuig in de war kregen, uiterst vermakelijk was.
Het is een schitterend boekje geworden dat veel vertelt over en een helder inzicht geeft in het deel van Haren, dat in mijn jeugd bijna onbereikbaar ver weg lag. Ik herinner mij de in een boerderij aan de Lutsborgsweg gevestigde voddenboer Nijdam waaraan je in je vrije tijd opgehaalde oude kranten kon verkopen voor wat extra zakgeld. Ook door ons “verzamelde” oude metalen, waaronder bij het spoor gevonden enorm zware oude ijzeren bouten, woog hij met de hand en betaalde hij contant aan ons, waarbij hij altijd vroeg of we nog meer hadden. In zijn voor mijn begrippen onmetelijke schuur verkocht hij oud meubilair en ander overtollig huisraad. Van zijn op een bakfiets rondrijdende knecht zei mijn vader eens dat hij “een klap van een molenwiek had gehad”. Het moet een harde klap zijn geweest want het bleef een rare snuiter. Ik vond het zielig en begreep pas later wat ermee bedoeld werd. De ongevaarlijke en vrij rondlopende man verdween van het toneel en werd opgenomen omdat hij in de wijde omgeving van buiten aan waslijnen te drogen hangend damesondergoed de kruisjes had uitgeknipt. Wat hij ermee deed en hoeveel hij had verzameld vermeld de historie niet.
Het boekje: Sassenhein “Een dorado onder Haren”, is voor € 14,50 o.a. te koop bij boekhandel Boomker en Paviljoen Sassenhein.
Cees Bosman, april 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Zinloos en verspilling maart 2013
De toenmalige wethouder Gerben Pek was uitermate populair omdat hij zonder politiek verleden in zijn denken en doen, nog niet werd gehinderd door partijpolitiek gekonkel.
De alleraardigste man was makkelijk benaderbaar, los van fratsen en zei waar het op stond. Hij liep als wethouder echter voor de troepen uit en lanceerde het idee van een samenvoeging van Haren met Tynaarloo. Dat werd hem in de politieke arena niet in dank afgenomen en hij moest verdwijnen. Zijn idee over samenvoeging bleek echter uiterst populair onder de inwoners van Haren en werd dan ook na enige tijd gekaapt door andere partijen. Hoe dichter bij de fatale verkiezingsdatum van 19 maart, hoe zenuwachtiger de dorpspolitici werden en door gebrek aan fatsoenlijke verkiezingsitems wierp men zich hier massaal op, bang om de gunst van de kiezer te missen. Zelden heb ik in een korte periode zoveel politici en partijen zien draaien naar een andere mening. Gekonkel en geschutter, afsplitsenen en bedanken; een afgang en een aanfluiting voor hun geloofwaardigheid en blijkbaar inherrent aan de politiek. Dat wordt nog wat als ze voor vier jaar in de raad worden gekozen; hoe standvastig zullen ze zijn? In de hele discussie over wel of niet en dan met wie en waarom, heb ik geen steekhoudende argumenten gehoord die niet gebaseerd waren op de angst voor de eigen portemonnaie. Hoezo verlies van eigen identiteit; is dat met Engelbert en Hoogkerk dan wel gebeurd? Slechts opspelende onderbuikgevoelens die leidden tot een alles overheersende diaree waar de toeschouwende kiezers onderhand misselijk van moeten zijn.
Om elkaar bezig te houden verzonnen ze een lokaal referendum, de “herindelingskrant”en daaraan gekoppelde voorlichtingsbijeenkomsten. Democratische zoethoudertjes om maar te laten zien hoe transparant ze allemaal zijn en dat ze allemaal het beste voor de burgers willen. De angst om echt een mening te hebben overheerst en de burgers draaien op voor een totaal overbodige kostenpost van zeker één ton omdat gemakshalve de ambtelijke ondersteuning maar niet meegerekend werd.
Een enorm bedrag gewoon in de put, iets waar de burger echt niet om gevraagd heeft. In één klap verdampt en verbrast door kwetterende leeghoofden. Gewoon een keertje iets doen voor dat bedrag dat niet direct bij hun eigen ideeën past kwam niet in ze op. Ik heb niemand van de politici ook maar één moment horen zeggen dat dit bedrag beter besteed had kunnen worden. Denk je eens in hoe blij je mensen met een bijstandsuitkering had kunnen maken als je dit bedrag als éénmalige schenking onder hen had verdeeld. Voor één keertje een extraatje om zelf te besteden. Iets kopen dat al zo lang op het verlanglijstje staat, maar waar gewoon geen geld voor is. Even een keertje iets meer te besteden hebben.
Neen, dat konden de dorpspolitici niet bedenken.
Cees Bosman, maart 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Appie februari 2014
Toen ik op de Kerkstraatschool zat, was er in de Kerkstraat een klein Albert Heijn winkeltje van de familie Van Kuik. Zoontje Henk zat bij mij in de klas. Hij had nooit een zakdoek bij zich, maar wel altijd een snotneus en snoot daarom zijn neus in de gordijnen van het klaslokaal. Ik mocht weleens woensdagmiddag op de bakfiets mee om bestelde boodschappen bij de klanten thuis te bezorgen. Een groene bakfiets, toen nog de huiskleur van Albert Heijn. In de winkel kon je de meeste boodschappen voor aankoop eerst proeven: koekjes, kaas, worst, enz, waar in die tijd door de van oudsher zuinige Harenaars dankbaar misbruik van werd gemaakt, tot goed verborgen gehouden ergernis van de oude Van Kuik; de kwaliteit stond immmers buiten kijf. Hij moest wel, opdracht uit Zaandam.Ik heb één keer een mevrouw acht verschillende koekjes zien en horen proeven en toen horen zeggen dat ze er nog even over na moest denken. Later kreeg de hard werkende filiaalhouder een eigen supermarkt in Tiel en de familie verdween uit beeld. De winkel werd een supermarkt op de huidige locatie iets verder op, waar Bolhuis een bloemenwinkel had, met daarachter kassen waar hij ze kweekte. De winkelpui van de bloemenwinkel verhuisde naar De Gazonmaaier. Tijdens mij HBS-tijd werkte ik op vrijdagavond als boodschappeninpakker bij de kassa om tijdens de koopavond de snelheid er in te houden en na 21.00 uur als vakkenvuller. Ik heb de winkel, filiaal 1026 volgens mijn loonstrookje, zich zien ontwikkelen en heb altijd een zwak gehad voor het bedrijf dat nog steeds de naam van de oprichter draagt. Een prachtig en goed geleid innovatief bedrijf waarvan de winkel in Haren onlangs een “kleine” verbouwing onderging. Wat zich onder mijn ogen afspeelde was een ongekende, als een militaire operatie geleide metamorfose. De winkel sloot, de straat werd afgezet, zeker 60 mensen haalden in no-time de winkelschappen leeg en enkele uren daarna kwam er een volgende ploeg de inventaris verwijderen. Iedereen wist precies wat ie moest doen en deed dat snel, efficiënt en goed. Een complete en geheel nieuwe winkelvloer in twee dagen is slechts een voorbeeld. Aan de buitenzijde werden gedateerde reclames vervangen door mooie nieuwe en binnen in de winkel waren de werkzaamheden te vergelijken met de activiteiten rondom een grote mierenhoop. Alles krioelde ogenschijnlijk ongeordend door elkaar, maar dat was slechts schijn; in zeven dagen werd de winkel van binnen gestript en totaal gerenoveerd en voorzien van een geheel nieuw interieur. Het deed me goed; mijn vertrouwde Appie als herboren.
Cees Bosman, februari 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Dorpspoliticus januari 2014
De op een zijspoor gezette dorpspoliticus had mij blijkbaar al van verre zien aankomen, want hij stak doelbewust de straat over en kwam recht op mij af met uitgestoken arm nog wel. Ontsnappen kon helaas niet meer en ik besloot gelaten zijn nimmer aflatende woordenstroom over mij heen te laten komen. -Hoe gaat het? vroeg hij en zonder het antwoord af te wachten vervolgend: Ik heb je advies nodig want ik wil voor mij zelf beginnen.-Waarom zou je voor je zelf beginnen? Je hebt toch genoeg werk?-Neen, dat bedoel ik niet. Ik heb nog eens goed nagedacht over de standpunten van mijn partij en hoe ik daarin sta. Ik kan mij er niet meer in vinden. De partij verwacht van mij dat ik de partijpolitiek volg en daar niet van afwijk. Partijdiscipline heet dat en als ik dat niet doe worden ze boos. Vaak worden standpunten al van tevoren ingenomen, zonder de argumenten van anderen af te wachten. De partij is niet vatbaar voor de mening van anderen en…- Maar dat wist je toch van tevoren, toen je de politiek in ging en partij koos?- Ja dat wel, maar ik zag het meer als een vriendenclub met wel redelijke standpunten en ik vond het ook wel spannend om ergens bij te horen.-Ik heb je in je beginjaren een tijdje in de gemeenteraad gevolgd, maar volgens mij mocht je de eerste jaren helemaal niets zeggen. Of moest je eerst nog op cursus?-Ik vind het leuk om iets voor Haren te doen en te proberen mijn ideeën te verwezenlijken. Kijk als je in de politiek zit, sta je ook in het middelpunt van de belangstelling en de mensen kennen je. Ook goed voor mijn eigen bedrijf.-Dus het gaat je om aandacht en je wilt er zelf ook beter van worden. Eigenbelang dus.-Neen dat niet, ik doe het voor het algemeen belang, maar het kan wel eens handig zijn als je….- Dus toch eigen belang.-Maar wat denk je, zal ik een eigen partij oprichten?- Luister, jij richt een eigen partij op omdat je vindt dat je oude partij niet in het belang van Haren handelt zoals jij er over denkt. Maar wie denk je dat er op jou gaan stemmen behalve die paar kennissen en misschien enkele familieleden? Je had toch ook bij je oude partij campagne kunnen voeren en op basis van voorkeurstemmen je afwijkende mening kunnen laten horen? Op wat voor punten ga je campagne voeren en op basis van welk programma denk je kiezers te trekken die zich niet bij andere partijen thuis voelen? Waarin ben je uniek?- Ik heb een uitgesproken mening over het samenvoegen van Haren. Niet bij Groningen in ieder geval. En zo zijn er nog wel een paar puntjes uit de afgelopen jaren.- Je wilt een partij oprichten op basis van onderbuik gevoelens van de afgelopen jaren. Een partij van ontevredenen dus. Waar je eerst bij je volle verstand vóór hebt gestemd, ben je nu ineens tegen? Dan kan toch geen mens je serieus nemen?- Je mag toch van mening veranderen?- Uiteraard, maar je moet niet de indruk wekken dat je het alleen doet om een zetel in de gemeenteraad. Dan had je beter bij je oude partij kunnen blijven en had je straks ook nog automatisch een Koninklijke Onderscheiding gekregen.- Hij keek beteuterd en stond voor het eerst sinds lange tijd sprakeloos. Snel vervolgde ik mijn weg.
Cees Bosman, Haren, januari 2014. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
December 2013
BERUSTING.
Zoals de man tegen zijn hondje praatte: daar moet een jarenlang huwelijk aan ten grondslag hebben gelegen. Het beestje scharrelde als een egel door de berm van het fietspad en de man probeerde haar voor een naderende fietser te waarschuwen. Hij sprak, maar wist dat het beestje toch niet luisterde en z’n eigen gang ging. Zijn toon klonk berustend, meer in zichzelf dan tegen z’n hondje. Hij waarschuwde haar voor het dreigende onheil, omdat mocht er wat gebeuren, hij toch in ieder geval had gewaarschuwd. Ik stapte van mijn fiets. “Leuk hondje heeft u daar ” zei ik tegen hem, hoewel ik het een afschuwelijk mormel vond. “Luistert ‘ie wel?” “Jawel hoor, alleen doet ze niet wat ik zeg.” Mompelde de man, net of hij in zichzelf sprak. “Het komt me bekend voor” zei ik om hem uit de tent te lokken. Hij keek me nu aan en zijn gezicht klaarde op. “Heeft u dan ook een hondje? “vroeg hij. “”Neen”zei ik, “Ik heb het over mijn vrouw”. Hij lachtte en ik merkte dat hij het fijn vond om even te praten. Waarschijnlijk was z’n hondje ook de enige manier om in contact te komen met anderen.
Het was een klein wit beestje, platte snuit en een omhoog gekrulde staart, zodat je recht in z’n hol keek. Lelijker zijn ze er bijna niet. Het bleek de keuze van zijn vrouw, inmiddels overleden. Ze vond het chique zo ’n wit hondje , kon bovendien makkelijk bij je op schoot zitten en voelde zacht aan. In tegenstelling tot zijn baasje dacht ik. Ook was het een voordeel dat kleine hondjes weinig eten en kleine drollen laten. Zo had ik het nog nooit bekeken en ik zag de tegenstelling al voor me: Een kleine hond die poepte ter grootte van een flinke paardenkeutel. Moest je bij het wandelen een vuilniszak en een schep meenemen in plaats van een boterhamzakje om de uitwerpselen netjes af te voeren. En lange wandelingen maken kon het beestje gelukkig ook niet. Te korte pootjes net als ik zei de man. Was hij ook niet gewend; had zijn hele leven op de binnenvaart gewerkt met een eigen schip. Altijd hard werken, zeven dagen per week, dag en nacht varen. Alleen rusten bij het laden en lossen en tijdens het wachten bij een sluis. Zijn vrouw wisselde hem af en ze waren altijd samen geweest; meer dan vijftig lange jaren.Vroeger, aan boord van zijn binnenvaartschip, had de man altijd een schippershondje gehad. Intelligent, waakzaam en lief. Het beestje was meer dan 18 jaar geworden en nooit van boord gevallen; dat was pas een hondje, zei de man, terwijl hij naar de levende herinnering aan zijn vrouw keek. Een echte vriend zei hij nauwelijks hoorbaar. Zijn blik wendde hij af, dwaalde over de weilanden en richtte zich op een punt ver achter de horizon.
Cees Bosman, december 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
November 2013
MOE.
Ik ben vreselijk moe en het wordt de laatste maanden alleen maar erger. Het komt niet omdat de dagen korter worden. Opstaan in het donker heb ik altijd verschrikkelijk gevonden, neen, daar komt het niet door; ik krijg echt geen winterdip. Het komt door het eindeloze gezeur over de gemeentelijke herindeling. Het is echt weer het laten zien waarin een dorp klein kan zijn. Het bekrompen denken van een aantal schreeuwende burgers en angstige politici. Het is de retoriek van zelfgenoegzaamheid en eigenbelang. De angst voor het onbekende en de kortzichtigheid van dorpspolitici die denken dat ze hiermee verkiezingswinst zullen behalen. Het is al net als in de gemeenteraadsvergaderingen: de spreektijd moet hoe dan ook benut, nieuwe argumenten zijn er niet. Er wordt nooit naar anderen geluisterd. Ze herhalen wat een ander reeds heeft gezegd alleen in nog meer woorden; verbale echo van leeghoofdigheid.
Er is al jaren een nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten van Haren en Groningen: politie, brandweer, milieudienst, bouw- en woningtoezicht, verkeer, ruimtelijke ordening, enz, enz. Jaren geleden is deze trend al ingezet. Haren is economisch aangewezen op Groningen en veel inwoners werken er: UMCG, RUG, Martiniziekenhuis, Gasunie en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Recreatie en sport, je kunt het niet noemen of inwoners van beide plaatsen gaan ook hierin bestuurlijk hand in hand. Wat naïevelingen denken tegen te kunnen houden is al jaren de praktijk. Bovendien getuigt het van grenzeloze en onnozele zelfoverschatting te denken dat de gemeenteraad ook maar enige invloed zou hebben op een gemeentelijke herindeling. Dat is bij andere herindelingen ook niet zo geweest. Gelukkig niet, want als je de politieke non-argumenten hoort waarop zij hun keuze zouden bepalen, dan ben je helemaal de banaan. Het wordt gewoon van bovenaf opgelegd. Remco Kouwenhoven als politieke kwartiermaker namens de VVD, krijgt als beloning straks elders en mooi baantje en Theo Sieling gaat heerlijk van zijn pensioen genieten. Tynaarlo is een gemeentelijke chaos , een politiek kippenhok en komt straks gewoon bij Assen, daar wil je toch niet bij horen? Ja, Noordlaren is bij uitstek een Drents dorp en zou weggegeven kunnen worden aan Tynaarlo in ruil voor Eelderwolde. Kan je gelijk het Meerschap afschaffen en een onnodige inspraak en vergaderingen vergende bestuurslaag schrappen. Maar voor de rest; beperk het gezeur en gezever. Ga Haren nog een paar jaar fatsoenlijk besturen en val me niet langer lastig. Het is onvermijdelijk en in dit geval het beste: Er gaat echt niets boven Groningen.
Cees Bosman, Haren, november 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Oktober 2013
FIETS EN MOBIEL
Fietsers zijn vrijbuiters, anarchistische weggebruikers die zich nergens wat van aantrekken.
Dat bijna geen enkele fietser zijn hand uitsteekt is al de gewoonste zaak van de wereld. Als ze zelf een keer in de auto zitten en wachten op een fietser omdat ze denken dat hij rechtdoor gaat maar toch rechtsaf slaat, balen ze vreselijk, maar zodra ze zelf weer op de fiets zitten zijn ze het vergeten en steken hun hand ook niet uit. Vroeger had je slecht werkende en bij regen slippende dynamo’s; tegenwoordig kan je al voor een paar euro overal fietsverlichting kopen, maar nog steeds fietst het merendeel in het donker zonder verlichting. Dat het onveilig is maakt kennelijk niets uit. Nieuw is het al fietsend op je mobieltje kijken. Ik zag al tijden aankomen dat het een keertje mis moest gaan en helaas was het nu zo ver. Ook mijn schreeuw om het naderende onheil te vermijden hielp niet meer en het meisje botste, kijkend op haar mobieltje, op de voor haar remmende auto. Meisje, fiets, tas en mobieltje lagen op het asfalt. Gelukkig niets kapot en hopelijk heel erg geschrokken vervolgde ze haar weg naar school; waarschijnlijk haar vriendinnen Whappent wat haar was overkomen. Laatst ook een jonge moeder; kindje op een loopfiets voor haar uit met flinke snelheid de Kerkstraat af richting A.H. en moeder heeft slechts aandacht voor haar mobiel.
Het valt mij op dat vooral jonge meiden al fietsend op hun mobieltje kijken; jongens beduidend minder. Gebrek aan zelfvertrouwen en bang dat ze iets missen? Prachtig onderwerp voor een sociologisch onderzoek voor een profileerzieke semi-wetenschapper. Het mobieltje heeft zich als een besmettelijke en verslavende ziekte verspreid en is helaas niet meer uit het straatbeeld te krijgen. Mensen wachten op de bus en kijken op hun mobiel. Vier mensen aan één tafeltje op een terras; allen kijkend op hun mobiel. Als er al met elkaar gepraat wordt, dan toch kijkend op hun mobiel en zeker niet naar elkaar. Het viel mij mee dat er tijdens de 4 mijl van Haren naar Groningen niet iemand kijkend op zijn mobieltje mee liep. Communicatie daar gaat het volgens de verslaafden om, maar het is in werkelijkheid een neurotische uiting van een schrijnend gebrek aan zelfvertrouwen. Bang dat je iets gemist hebt en niet overal meer over mee kan praten; een zenuwtrek om te laten zien dat je er bij hoort, maar normale en fatsoenlijke omgangsvormen zijn weg en eens leuk met een onbekende praten is er niet meer bij. Je verschuilt je, ieder contact mijdend, terug getrokken kijkend op een schermpje en wee degene die het waagt je erbij te storen.
Haren, oktober 2013, Cees Bosman Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
September 2013
EIGEN DOELEN.
Helaas zijn er overal in de wereld zielige mensen en gelukkig zijn er veel mensen die zich hun lot aantrekken. De bereidheid om te geven is in Nederland erg groot. Wellicht heeft dat te maken met ons kolonionale verleden of de niet verwerkte trauma’s van het onder onze ogen laten afvoeren van onschuldigen, zonder dat wij er iets tegen deden. Eerst was het collecteren in, daarna de TV-acties en thans de niet aflatende loterijen waarbij de eigen hebzucht de hoofdrol gaat spelen. Als je niets wint, dan is in ieder geval het geweten gesust omdat je iets gedoneerd hebt. Dat daarbij al jaren bestuurders en bedenkers van acties als goede doelen graaiers allereerst hun eigen peilloze diepe zakken volproppen alvorens elders corrupte ontvangers de opbrengst afromen, komt gelukkig de laatste tijd wat meer in de schijnwerpers. Al een tijdje is er in bedelland een nieuwe trent gaande.
Studentachtige types in trendy jackjes proberen de indruk te wekken dat ze in hun spaarzame vrije tijd geheel belangeloos wat willen doen voor een goed doel.
Je komt ze overal tegen; bij de supermarkt, in groepjes op straat of ze overvallen je thuis tijdens het eten. Hele hordes trekken door Haren op zoek naar argeloze gewillige slachtoffers. Ze suggereren dat ze maatschappelijk betrokken zijn en zich niet louter bezighouden met WhatsAppen, Twitteren, Facebooken, zuipen, hangen of liggen. Vooral oudere mensen zijn hier gevoelig voor en hadden hun hoop op keurige veelbelovende jongeren al opgegeven en staan daarom open voor hun met een glimlach vertelde gladde praatjes voor een goed doel.In feite zijn deze jongeren te beroerd om een fatsoenlijk baantje te zoeken als barkeeper, krantenbezorger, bejaardenhulp of vakkenvuller. Het zijn zelf gewoon ordinaire zakkenvullers die na een zorgvuldige training op het goed gelovende publiek worden losgelaten. Met een vooraf ingestudeerd vraag- en antwoordspel suggeren ze dat ze als onbetaalde vrijwilliger zich inzetten voor het erbarmelijke lot van zielige mensen of dieren. Ze pressen je tot het afsluiten van contractje voor “slechts een gering maandelijks bedrag dat iedereen moet kunnen missen”, je zet je handtekening en je komt vervolgens niet meer van hun hebzuchtige organisatie af. Ik begrijp niet dat je dergelijke gewetenloze colportage met droge ogen kunt verrichten en zwak in hun schoenen staande mensen er zo inluist. Ik weet dat deze studentjes voor hun opdringerige werk een uurloon ontvangen waarop een bejaardenverzorgster jaloers zou zijn en ook nog een provisie voor de afgesloten overeenkomsten ontvangen. Vraag ze maar eens hoeveel ze er zelf aan verdienen en waarom ze geen fatsoenlijk baantje zoeken. Vinden ze niet leuk en hadden ze niet op gerekend; stond niet in het ingestudeerde script, maar je bent zo wel lekker snel van ze af.
Cees Bosman, Haren, september 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Augustus 2013
HEMPJE.
Na zes maanden werd het eindelijk beter weer en brak de zomer in alle hevigheid aan. Schitterende dagen met heerlijke hoge temperaturen. Op één van die zonovergoten dagen moest ik mij op een vooraf afgesproken tijdstip in het UMCG melden vanwege mijn medewerking aan een wetenschappelijk onderzoek. Iedereen kent het wel; je komt op een afdeling, er staat een balie met daarachter een keurige en vriendelijke mevrouw en je wacht achter de streep. Voor mij stond een man die al geholpen werd. Net als iedereen had hij het die dag ook warm en kennelijk zijn kleding daarop aangepast. Hij was op blote voeten, daarboven een korte broek die het midden hield tussen een flodderig voetbalbroekje en een afgeknipte pijamabroek. Hij was kennelijk op de fiets, want het kledingstuk was een fors stuk in de bilnaad weggewerkt. Daarboven een mouwloos hempje. Met enorme bossen onsmakelijk haar dat overal tevoorschijn kwam en voorzien van een forse hoeveelheid plakplaatjes hing hij met klotsende oksels over de balie alsof hij aan een cafébar stond en kwalmde de secretaresse recht in haar gezicht. Zij hield zich kranig, bleef beleefd en viel gelukkig niet flauw van haar stoel. Je gaat volgens afspraak ergens heen, voor je eigen bestwil en hebt niet het geringste benul je fatsoenlijk te kleden en te gedragen.
Een ander onsmakelijk bijverschijnsel van warm weer is “de man met blote borst”. Je ziet ze zelfs fietsen met ontbloot bovenlijf. Ik hoop dan altijd op een flinke zwerm insekten zoals je die ook wel eens op je autoruit krijgt. Het is geen gezicht, maar veel erger is het als je zoals ik laatst, op een terras zit, net een broodje eet en zo’n blote witte spekbuik naast je aan een tafeltje gaat zitten, met een petje op en vervolgens z’n broeierige schoeisel uitschopt. Het valt mij wel vaker op; men doet maar. Normaal praten en een beetje fatsoenlijk gedrag hoort blijkbaar niet meer tot de standaarduitrusting die met de opvoeding is meegekregen of in ieder geval niet meer toegepast wordt. De begroeting blijft uit, je blaft wat je wilt, ja en nee op een fatsoenlijk gestelde vraag is het maximum en een bedankje is al helemaal vreemd. Als het warm weer is en de zon schijnt, is kennelijk ieder kledingstuk onder alle omstandigheden geoorloofd. Mannen met hempjes, voetbalbroekjes en dan het liefst met blote ongewassen voeten in sandalen of teenslippers; het kan bijna niet ranziger. Ooit een Italiaanse man op sandalen gezien? Ik in ieder geval niet. Je herkent de Nederlandse man in de vakantieperiode al van verre: vakantie = korte broek; ongeacht het weer. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.
Haren, augustus 2013, Cees Bosman. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Juni 2013
ONS EIBERNEST.
Mijn kleuterschool “Ons Eibernest” stond ongeveer op de plaats waar nu De Brinckhorst begint vanaf de bibliotheek, achter de Kerkstraatschool. Achter de kleuterschool toen nog de tennisbanen van TSH en verderop De Barak. Het was de tijd dat Haren nog dorps was; je hoefde je fiets niet op slot te zetten want fietsen werden in Haren niet gestolen, Albert Heijn was een klein winkeltje aan de Kerkstraat en burgemeester Van Ketwich Verschuur was de baas met drie parttime wethouders die precies deden wat hij zei. In het vroege voorjaar maakten wij met school te voet een excursie naar een boerderij aan de Rijksstraatweg t.o. “De Eik”. Daar was een boerderij met een ooievaarsnest en zelfs een ooievaar gesignaleerd. Alle kindjes hand in hand achter de juf aan. De teleurstelling was groot; een ooievaarsnest op een rommelig boerenerf maar nergens een ooievaar te zien. Weer die lange wandeling terug en een ochtend niet gespeeld. Vanaf die keer had ik een wankel vertrouwen in ooievaars dat alleen maar toenam toen ook nog eens bleek dat hij geen kinderen bracht maar mijn vader ze, niet zonder tegenzin, zelf moest maken. Enkele jaren geleden liet de helaas veel te vroeg overleden Dick Maan een ooievaarsnest bouwen in een weiland t.o. het Postiljon Hotel. Hij maakte niet meer mee dat het nest werd bewoond en er zelfs jonge ooievaars kwamen. Een slechte planning en ondankbare rotstreek van die ooievaars vind ik. Wat het allemaal nog erger maakt in mijn ogen is het feit dat die ooievaars de hele dag vanaf hun hoge uitkijkpost gluiperig de weilanden in de omgeving afspeuren of er nog iets te eten valt. Kikkers, muizen, mollen, vissen, vogels, jonge eendjes en zelfs jonge hazen worden daarvan het slachtoffer. Het beest heeft zelf geen natuurlijke vijanden en rooft en moordt dat het een lieve lust is. De hazen en eenden van vroeger zijn verdwenen en er heerst de terreur van de stork. Gelukkig geen windmolens in onze contreien maar wél overal horizon vervuilende bouwsels die ooievaars moeten lokken. Laten ze zelf een nest bouwen. Te pas en te onpas verschijnt er ergens zo’n gedrocht in het open landschap en waarom? Er zijn zo langzamerhand meer dan genoeg van die beesten. Het merendeel is zelfs te lui geworden om ’s winters nog weg te trekken naar zonniger oorden en lekker zijn ze bovendien al helemaal niet. Nergens op internet een recept kunnen vinden voor de smakelijke bereiding van een uiver.
Cees Bosman, juni 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Mei 2013
ZUIPSPORT.
Dat het gebruik van alcoholhoudende drank tijdens het sporten niet bevorderlijk is voor de prestatie kan zelfs een kind begrijpen. De legendarische wielrenner Tom Simpson dacht er tijdens de beklimming van de Mont Ventoux anders over en wilde de energie uit een bidon cognac, samen met wat “vitaminepilletjes” gebruiken om snel boven te komen. Helaas haalde hij nooit de top, maar stortte van zijn fiets en overleed op de berghelling. Overal wordt voor en na sport alcohol gedronken. Het drankgebruik in het weekend loopt in sportkantines vaak gierend uit de hand. Meters bier en voorgekoelde kratten uit bergingen waar je de pallets kan inrijden, vinden gretig aftrek. Menig sporter stapt met zijn zware sporttas toch maar weer in de auto omdat hij anders van z’n fiets zou lazeren en dat echt niet vanwege de bovenmatige inspanning tijdens het sporten. Of die mensen, nadat ze thuis op de bank voor de TV in slaap zijn gevallen, de volgende dag nog een beetje fit op hun werk zijn laat zich raden. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er alcoholcontrole plaats vond na afloop van sportwedstrijden in het weekend. Wél een keertje na afloop van onze donderdagse training bij Be Quick. Van een teamgenoot die meegetraind had, begon zijn late dienst bij de politie om 22.00 uur. Hij stelde zich met een collega verdekt op in een politieauto bij de Shellpomp en hoopte zo zijn trainingsmaatjes te betrappen. Dankzij een tip wisten de automobilisten via de voetbalvelden waar Helpman nu speelt, met gedoofde lichten via de Esserweg naar Groningen te ontsnappen. Hij heeft heel lang voor niets in zijn koude dienstauto staan wachten. De eerstvolgende training verliet hij geblesseerd het veld. Dat clubs door verminderde subsidies de inkomsten uit hun verkapte zuipketen goed kunnen gebruiken begrijp ik wel, maar denk ook eens aan de lokale kroegbaas. Altijd is hij bereid tot sponsoring, maar hij krijgt daar weinig omzet voor terug. Door een per 1 januari 2013 gewijzigde Drank- en horecawet dient de gemeenteraad vast te stellen gedurende welke tijden er alcoholhoudende drank in o.a. sportkantines verstrekt mag worden. Het College van B&W van Haren stelt aan de gemeenteraad voor de sluitingstijd vast te stellen op 01.00 uur. Belachelijk laat natuurlijk; kan de kroegbaas de hele avond op z’n klanten zitten wachten en als ze dan nog komen zijn ze al half lam van gesubsidieerd bier. Moet hij vervolgens de sociale controle gaan uitoefenen die anderen verzaken. Vroeger gold er een gentlemen’s agreement van verstrekking tot één uur na afloop van de laatste training of wedstrijd. Je verkleint daarmee in ieder geval de kans dat de eerste de beste idioot, met z’n door goedkoop kantinebier vertroebelde geest en dronken kop, argeloze cafébezoekers verbaal gaat molesteren.
Cees Bosman, mei 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
April 2013
Inspraak
De gemeente Haren had weer eens een volgens de democratische spelregels afgedwongen inspraakavond georganiseerd m.b.t. de woningplannen in Haren-noord. Volkomen begrijpelijk dat je eerst de mening van de inwoners van het gebied wilt peilen om zo te proberen via de zienswijze van anderen eigen bedrijfsblindheid te voorkomen en de plannen in een vroegtijdig stadium aan te passen. Vele tientallen inspraakavonden zijn er de afgelopen jaren geweest, stuurgroepen, klankbordgroepen, werkgroepen, verenigingen en actiegroepen. Allemaal hebben ze een mening en vooral een eigen belang. Het moet zo blijven als het was en ik ben er tegen. Eerst ergens gaan wonen en vervolgens alle ontwikkelingen tegen willen houden of zelfs de omgeving terugbrengen naar vroeger. De Kerklaan was vroeger langs de Hortus een zandweg waar ik in de slootjes Salamanders ving en ook dat is veranderd. Zeker, er zijn steekhoudende argumenten die op een fatsoenlijke manier onder de aandacht worden gebracht en ook absoluut gehoor zullen vinden. Maar vaak wel net als in de politiek zijn het mensen die als een echo de woorden van anderen oneindig vaak herhalen en blijkbaar zichzelf graag horen spreken zonder te beseffen dat ze niets toevoegen. Inspreken zonder inzicht leidt tot uitzichtloze uitspraken.Maar wat ik het ergste vind is niet de mening of vaak de kulargumenten van anderen, maar de soms buitengewoon onfatsoenlijke wijze waarop deze mening naar voren wordt gebracht. Ambtenaren die gewoon hun werk doen en niet verantwoordelijk zijn voor het in gang gezette beleid worden grof beledigd en verbaal bedreigd. Het zijn vaak de verhitte koppen van de door hen zelf in stand gehouden clubjes. Demagogisch gebral en intimidatie zonder valide argumenten; de terreur van de inspraak. Neem nou het Regiocomité Haren-Groningen; ooit een clubje dat in een ver verleden terecht tegen de Zuidtangent was. Maar wie vertegenwoordigen ze nu? Een zichzelf uiterst belangrijk vindende éénling met een actiegroep namens een éénling. Iemand die met zijn droom uit het verleden nergens ingeschreven staat of zelfs maar kan bogen op enige officiële status van vereniging of wat dan ook. Het klinkt wel mooi als je namens een “Comité ” spreekt, maar namens wie wordt er nou eigenlijk gesproken en wiens belangen worden er behartigd? Geen leden, geen donateurs, geen handtekeningen; niets meer dan de volkomen leegte van het eigen hoofd. Een sprekende erectie van zelfgenoegzaamheid maar feitelijk een leeg vat. Helaas is nog niemand bij de gemeente Haren op het idee gekomen dergelijke clubjes eens op hun status te checken en worden ze hopeloos serieus genomen. Niemand vraagt wie ze vertegenwoordigen en of ze dat kunnen aantonen. Inspreken is prima maar wel zonder status verhogende opgekloptheid.
Cees Bosman, april 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Maart 2013
DE GESPONSORDE SPONSOR SPONSORT.
Enkele jaren geleden besloot het bestuur van Hockeyclub GHHC Groningen dat het tijd werd voor uiterlijke vernieuwing. Het aloude prachtige oranje shirt was uit de tijd en moest nodig vernieuwd. De clubkleuren blauw en oranje stonden vast en een designer kon met die eenvoudige gegevens zijn lusten botvieren. Zeer democratisch werd het nieuwe ontwerp aan de leden voorgelegd en de leverancier en winkeliers wreven zich vergenoegd in hun handen vanwege de te verwachten extra omzet omdat ieder spelend lid een nieuw shirt moest kopen. Ik vind het jammer van die prachtige traditionele outfit en gruwel van het nieuwe shirt. Niet dat ik in het oude shirt gehockeyed heb of ooit in het nieuwe shirt zal spelen, maar toch. Er moest een nieuw shirt worden gekocht en van de illusie dat in het oude shirt best nog wel getraind zou kunnen worden bleek niets. “Wie gaat er nou in dat afgedankte shirt spelen ” kreeg de betalende vader te horen. De reacties op het nieuwe shirt van de tegenstanders waartegen mijn dochter speelt zijn daarentegen bemoedigend. Men kijkt vol bewondering en geïmponeerd naar de nieuwe outfit en staat daardoor al met 1-0 achter en dat is natuurlijk ook wat waard. En uiteraard, als je kind zich prettig voelt in het door haar vader gesponsorde shirt, is dat veel waard. Tot zover niets aan de hand zou je denken, maar nu komt de truc. De hockeyclub GHHC Groningen heeft een nieuwe hoofdsponsor aangetrokken en is daar blij mee en trots op. Consequentie is echter dat met de door ons allen gesponsorde staatsbank ABN AMRO werd afgesproken dat ieder lid in een wedstrijdshirt speelt met daarop het logo van die bank. Logisch denk je dan, want voor wat hoort wat. Je kind als sportende reclamezuil voor een in mijn ogen onsymphatieke bank wordt getolereerd omdat het de club ten goede komt en op die manier doe je weer iets terug voor je club. Gebruikmakend van haar ongetwijfeld uitgebreide netwerk en onder het uitoefenen van wat druk op een fabrikant, zou het voor de door mij gesponsorde graaibank natuurlijk een makkie zijn om aan alle leden tegen gereduceerd tarief een nieuw shirt te geven, denk je dan. Niets bleek minder waar. Het door mij betaalde nieuwe shirt moest ingeleverd worden en komt terug met een opdruk van de nieuwe sponsor. Ik sponsor de sponsor en mijn dochter loopt rond in een door mij betaald shirt met daarop het logo van een door mij verfoeide bank. Een beschadigde sigaar uit eigen doos. Het doet mij pijn aan de ogen.
Cees Bosman, maart 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Extra column Cees Bosman maart 2013.
In deze column beschrijft Bosman in satire de gang van zaken zoals die volgens hem is geweest rond het aftreden van burgemeester Rob Bats in Haren. Uiteraard moet dit worden gezien als de genoemde satire en is het geen werkelijk verslag van de loop der dingen.
De redactie
JOBHOPPER.
Ik wil dat je daar weg gaat en een andere baan zoekt, zei zijn vrouw en ze had er redenen voor. Hij belde zijn baas en partijgenoot in Den Haag en legde het uit. Zelf had hij op dat gebied ook wel eens wat meegemaakt en het standpunt van die vrouw kwam hem niet onbekend voor. Eigenlijk moest hij er ook wel een beetje om lachen. Dat kwam goed uit; Een mannetje in nood kon hij altijd wel gebruiken. Ik heb nog wel een tijdelijk baantje voor je op één van onze tropische eilanden. Altijd heerlijk weer en veel te zien, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij toonde zich dankbaar en vertrok met veel plezier. Mooi even een tijdje buiten beeld, daar werd zijn vrouw ook weer rustig van. Na enige tijd werd hij gebeld door zijn Haagse vriend. Hij schrok, er zou toch niet iets ernstigs aan de hand zijn? Deze stelde hem gerust en vertelde dat hij hem nodig had. We zijn met gemeentelijke herindelingen bezig en ik heb een prachtige plaats voor je om tot die herindeling burgemeester te worden. Hij voelde de druk en wist dat hij niet kon weigeren. Ik laat je sollicitatiebrief wel schrijven, dus dat is kat in het bakkie. De sollicitatiegesprekken liepen gesmeerd omdat hij wist dat het niet mis kon gaan. Een leuke rustige gemeente, vlak bij een aantrekkelijke grote stad, dat paste ook zijn vrouw wel. Die zag zich zelf al lopen als vrouw met aanzien tussen het locale chique.
Alleen de plicht om te verhuizen, daar zag ze tegenop. Het meer dan voortreffelijke salaris in de nieuwe baan beviel hem goed, en er was wel wat geruzie tussen zijn mede-bestuurders, maar denkend aan zijn grote baas; dat loste hij wel op. Dat viel echter tegen en er werd hem gebrek aan daadkracht verweten. Toen ook nog dat onderzoek over het uit de hand gelopen feestje kwam, begon hij zich toch wel wat ongemakkelijk te voelen en belde hij maar weer eens. Niet bewegen, rustig blijven zitten als je geschoren wordt baste zijn baas. Over een half jaar dat rapport en daarna zien we wel verder. Hij vertelde het zijn vrouw en dacht haar gerust te stellen maar dat viel vies tegen.Je denkt toch zeker niet dat ik met jou naar dat rotdorp ga verhuizen hè? Nu zag ze zichzelf door het dorp lopen met naast haar een stuk aangeschoten wild. En dan zeker ook nog naar de plaatselijke A.H. dat door zijn onbenullige optreden geplunderd was; ze moest er niet aan denken. Bel maar weer eens met je baas zei ze, die helpt je wel. Aarzelend en met onrust in zijn stem belde hij enige tijd later met de man waarmee hij onlangs nog op heldhaftige wijze de burgers te woord had gestaan. Is er al een tussenstand bekend over het rapport vroeg hij. Het ziet er niet best voor je uit hoorde hij aan de andere kant van de lijn. Die agent heb ik elders ingezet omdat ik hem daar nodig had, maar over jou moet ik nog nadenken. Maar ik moet binnenkort verhuizen en mijn vrouw wil niet, hoe moet dat dan? Ik bel je nog wel zei zijn baas die opeens een schitterend idee kreeg. Het wachten op het rapport duurde lang. De instructies waren duidelijk, hij moest zich koest houden, maar hij voelde de blikken in zijn rug als hij af en toe door het dorp wandelde. Enige dagen voor het rapport uitkwam, hij zat in zijn auto en was op weg naar huis, belde de door hem zo bewonderde grote baas. Het rapport ligt bij de drukker en ik moet wat doen, hoorde hij. Ik dek je wel en je hoeft niet te verhuizen, je hoort nog van mij. Hij schrok en hoorde zijn auto tegen de vangrail kraken. Het rapport en de persconferentie volgden, hij hield zich groot, maar wist dat het afgelopen was. Goed gedaan hoorde hij de volgende dag in zijn oor; het was de baas. We gaan het dorp nog vóór de verkiezingen herindelen en daar heb ik een goede manager voor. Voor jou heb ik het volgende bedacht. Je dient je ontslag in per 1 april, dan kom je precies aan je termijn voor wachtgeld. Ik ga je elders inzetten, waar hoor je nog wel. Je afscheidsspeech heb ik al laten schrijven en komt morgen op de mail. Fijne avond nog.
Maart 2013, Cees Bosman Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Column Cees Bosman februari 2013
PARKEERGEZEUR.
Er is altijd gemekker over parkeren. Je kan je auto niet voor je voordeur kwijt, het plekje dat jij zag wordt net door een ander ingepikt, je hebt een vergunning of ontheffing nodig en het ergste is wel; je moet voor parkeren betalen. Winkeliers klagen dat hun klanten niet kunnen parkeren, maar vergeten gemakshalve dat hun eigen personeel al op de beste plaatsjes staat. De baas doet het anders; die parkeert zijn auto gratis onbeperkt bij de Aldi of zet hem bij een ander voor de deur en loopt naar zijn werk. Parkeren moet gratis, anders komen er geen klanten. Flauwe kul natuurlijk; in Haren is parkeren zeer goedkoop en iemand blijft echt niet weg als je een aantrekkelijke winkel hebt. En dan dat geklaag. Parkeren zou te duur zijn; dan gaan we wel naar Eelde, Zuidlaren of Roden…. Heel gezellig winkelen daar….. Ja, ja, rekenen was al niet zo’n sterk vak op school. Heen en terug minimaal 10 kilometer rijden kost al gauw meer dan 2 uur parkeren in Haren. Aan zowel de oost- als westzijde van de Rijksstraatweg kan je overal en altijd parkeren. De verste winkel is dan maximaal 100 meter lopen, maar blijkbaar nog te ver. Daarom kwakken asociale elementen hun auto voor de winkel van de slager, pinautomaat of zetten hun bovenmatige midlifecrisis sportbak altijd brutaalweg midden in het dorp, wél met invalidenontheffing hoor, en lopen dan doodgemoedereerd naar Rodenburg en drinken koffie. Ontluikende criminelen die een boete voor lief nemen en altijd voor hun favoriete kledingwinkel parkeren; Dát is klasse. Te lui om even een stukje te lopen en wat meer van het dorp te zien of even te fietsen. Fietsen doen ze niet; sporten wel….in de auto naar de Fitness voor wat beweging. Verontwaardigd dat ze zijn als ze ondanks de kleine pakkans toch een keertje gesnapt worden en een bekeuring krijgen. Toen de Spar supermarkt aan het Raadhuisplein destijds te klein werd, wist het toenmalige hoofd van Spar Noord Nederland te Gieten, in de Gereformeerde kerk met partij- en geloofsgenoot de wethouder te regelen dat ze een nieuwe vestiging zouden krijgen in het westelijke deel van het Komplan Haren. De Sparwinkels van Schuitema werden C1000 en onder de nieuwe supermarkt werd, ook voor de klanten, een parkeerkelder gepland. In dat plan zou het huidige parkeerterrein volgebouwd worden. Toen een parkeerkelder later volgens de BAM te duur zou worden, werd er met de gemeente bovengronds parkeren afgesproken en moest de gemeente voor gederfde opbrengst van de grond uiteraard en terecht afgekocht worden. Tja, dan moet je later natuurlijk niet zielig gaan doen dat het lokale parkeerregime niet goed bij een supermarkt past. De politieke partijen springen er natuurlijk zoals altijd weer bovenop; maar waar gaat de discussie eigenlijk over? Het gaat over gezeur.
Cees Bosman, februari 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
Column Cees Bosman januari 2013
Verkiezing
Halverwege december, als alle advertenties van de middenstand voor de Kerst en jaarwisseling binnen zijn, de Haagse politiek aan z’n winterslaap begint en de media van verveling niet weten wat ze onder de aandacht van het publiek moeten brengen, begint het jaarlijkse circus van jaaroverzichten en verkiezingen. Het publiek wordt opgeroepen om te twitteren, sms-en, faceboeken, mailen en alle andere mogelijkheden te benutten die er zijn om te laten weten dat je iemand bent, nog steeds aanwezig en ook nog eens een menig hebt. Jaaroverzichten vullen de media om vooral te accentueren hoe slecht ons geheugen toch is. Het meest stompzinnige is echter de niet aflatende diarree van verkiezingen: Stadjer , vrijwilliger , blunder, doelpunt, sporter, pechvogel, miskleun, politicus, huisvrouw, ondenemer, Groninger, enz. van het jaar. Gemiddeld genomen zijn de winkelomzetten in de maand december goed, de winkelier zit eindelijk wat beter bij kas en er heerst een vrolijk optimisme. Kennelijk wil de advertentiemarkt daar z’n graantje van meepikken. Daarom organiseerde uitgever NDC van o.a. het Harener Weekblad een voor Haren nieuw fenomeen. In navolging van het succes van hun elders in provincieplaatsen uitgegeven blokkeblaadjes, werd het tijd de Harener middenstanders met een “Award ”te paaien. Niet dat er enige behoefte is aan een dergelijke flauwekulerkenning, maar de advertentiekas moest gespekt. De advertentieverkoper werd op pad gestuurd en maakte met zijn telefoon kwalitatief diep treurige foto’s van middenstanders. Om toch nog wat extra deelnemers te krijgen sleepte hij er ook nog wat niet-winkeliers met de haren bij.
De omroep BNN maakte enkele jaren geleden uitzendingen waarin een volkomen verzonnen “award”werd uitgereikt aan een buitenlandse TV ster. Ze prutsten een afzichtelijk kunstwerk in elkaar, gaven daar een volkomen belachelijke naam aan en togen met een cameraploeg naar de ster. Belust op publiciteit aanvaardde de ster dankbaar de volslagen onbekende en nutteloze award waarvan de naam uiteraard niet werd begrepen. De ster werd voor lul gezet en belachelijk gemaakt. Weer was een TV programma gemaakt. Namen van awards waren: Hotseknots Award, DLTB( dikke lul twee bier) Award, Aan M’n Hoela Award enz.
Ik moest er ogenblikkellijk aan denken toen ik las over de “ Winkel Award Harener Weekblad 2012”. Een verkiezing zonder criteria, spelregels of wat dan ook. Een door het Harener Weekblad georganiseerde “strijd tussen 23 winkeliers“ die echt nergens over ging. Stemmen via een antwoordkaart waarop eerst een postzegel geplakt moest worden, via internet zonder controle van IP adressen, of met een door iedereen onbeperkt verkrijgbaar stembiljet. Hele families werden opgetrommeld voor de incestueuze stemming voor de “Gebakken Lucht Award” van het Harener weekblad. Je zal als Horeca-ondernemer maar een “Winkel Award”winnen; niet een echt goede profilering van je bedrijf.
Cees Bosman, januari 2013. Reageren? cornelisbosman@hetnet.nl
1 reactie