Harenaar helpt Maasaï andere veehouders te worden
“Ik ben sinds mijn 19e idealist”, zegt Jan van der Meulen (76) uit Haren. Het bracht hem in 1968 met zijn gezin naar Tanzania, waar hij als medisch analist en op kosten van de Lutherse Kerk hielp om in een ziekenhuis het laboratorium beter te laten functioneren en met het opstarten van een bloedbank en een röntgenafdeling. Hij woonde er drie jaar en verloor zijn hart aan Afrika en aan Tanzania in het bijzonder. Nu gaat hij met zijn Stichting Stipulae proberen van het Maasaï-volk (van oorsprong nomaden) andere veehouders te maken. Al jaren heeft de Harenaar contact met een aantal Maasaï, die hij bondig weet te typeren: “Een volk dat gelooft een Goddelijke opdracht te hebben en die luidt: overleven met hulp van het vee, als voortzetting van de Schepping. Overheidsregels en -grenzen erkennen ze vaak niet, zodat ze zomaar hun vee laten grazen op grond die hen niet toebehoort. Ze zijn zelfs ooit in Nairobi, in buurland Kenya, terechtgekomen en snappen niet dat de politie ze daar wegjoeg.”
Conflicten
De Maasaï reizen honderden kilometers de regen achterna en komen regelmatig in conflict met andere plattelandsbewoners. Hun cultuur heeft grotendeels stilgestaan in een wereld die is veranderd. Hier zit het probleem dat de stichting van de Harenaar het hoofd wil gaan bieden met een pilotproject. Een aantal Maasaï heeft aangegeven dat hun huidige leefwijze niet vol te houden is en aan hen gevraagd hun te helpen met het zoeken naar een oplossing. Van der Meulen: “Concreet heeft Mama Anna, hoofd van een Maasaï-familie, kort voor haar dood tegen mij gezegd: ‘Dit kan zo niet doorgaan, we moeten ons aanpassen’. Dat was een heel aangrijpende en wijze uitspraak. Ze vroeg mij om mijn hulp.”
Veehouderij
De Stichting Stipulae ging te rade bij vele deskundigen waaronder Friese boeren en de Wageningen Universiteit. En zo kwam er een plan tot stand. Dit plan houdt in dat de Maasaï hun veestapels op termijn laten krimpen en overschakelen naar het fokken van meer bevleesde koeien. Dat vraagt om de aanleg van omheinde voedseltuinen met lokale gewassen en wilde bomen, struiken en kruiden. En om de opvang van regenwater en irrigatie. Verder moeten er fokstieren komen, die voor nageslacht zorgen. De kalveren worden dan vetgemest en zijn na zo’n twee jaar rijp voor een prima opbrengst. Tot slot worden er biogasinstallaties aangelegd. Daarmee wordt het koken op houtvuur overbodig. Van der Meulen: “Als het allemaal lukt, hoeven de Maasaï veel minder met hun vee te trekken en kunnen er meer kinderen naar school”.
Geld uit Haren
Jan van der Meulen heeft voor dit 5-jarige pilotproject 36.000 euro begroot waarvan een deel door de Maasaï zelf wordt opgebracht. Er is al een bedrag van 10.000 euro beschikbaar, onder meer afkomstig van bijdragen van de Stichting Wilde Ganzen, de Stichting Rommelmarkt te Haren en de gemeenten Haren en Aa en Hunze. De Gereformeerde Kerk in Haren beraadt zich op een verzoek om hulp, de GSV Be Quick 1887 gaat ruim bijdragen met diverse acties. Wie informatie wil over dit project of wil doneren kan contact opnemen met Jan van der Meulen via www.stipulae.org

Geen reacties