Herinneringen aan de treinkaping in mei 1977
Treinkaping De Punt 40 jaar geleden. Op deze pagina putten we uit het collectieve geheugen van Haren en omgeving. De treinkaping bij Glimmen-De Punt legde het openbare leven stil van 23 mei tot 11 juni 1977. Zeven Zuid-Molukse terroristen kaapten een trein en dreigden passagiers te vermoorden. Ze werden gedreven door diepgewortelde en obsessieve haat tegenover de Nederlandse regering, die hen ooit een eigen vrije staat had beloofd op Ambon.
“Goedemorgen, er staat een trein stil”
Bij de politie in Nederland kwamen sinds de treinkaping van 1975 vaak meldingen binnen over stilstaande treinen. Loos alarm. Maar op maandag 23 mei 1977 rond 9.00 uur was het ráák.
Politiebrigadier Bertus Zuidema: “Ik zat op het bureau Haren en nam de telefoon aan. ‘Er staat een trein stil’ werd verteld. Ik heb toen collega’s met de surveillancewagen naar de ruilverkavelingsweg naar Tynaarlo gestuurd om te kijken wat er aan de hand was.” De surveillanten vertrouwden het niet en rapporteerden aan het bureau. Daarop is Zuidema met zijn collega Duit naar de spoorwegovergang Zuidlaarderweg gereden. “We zijn lopend het spoor opgegaan in de richting van de trein, die een kleine kilometer zuidelijk stond. Toen we in de buurt kwamen hoorden we automatische wapens. Er werd op ons geschoten. We zijn direct teruggegaan om via het provinciale mobilofoonnet alarm te slaan. Toen kwam het hele circus op gang en werd de zaak overgenomen door de Gemeentepolitie Groningen.”

Bertus Zuidema ziet in gedachten nog hoe de eerste passagiers werden vrijgelaten en over het spoor in zijn richting kwamen lopen. “We hebben ze opgevangen en een bus besteld om ze op te halen. Daarna moesten we naar het bureau terug.” De kaping was al snel landelijk nieuws en de spanning steeg. De kaping van 1975 bij Wijster zat nog in ieders geheugen. Ook van Bertus Zuidema: “In 1975 heb ik heel wat nachten wachtgelopen met karabijn bij de rangeerplaats van Onnen. Daar werd door militairen in het diepste geheim geoefend op een manier om die trein in Wijster met geweld te bevrijden. Het gekke is dat Haren niets in de gaten had en niet reageerde. Het was een heel andere tijd dan nu, zonder social media.”
In de drie weken dat de kaping duurde hebben agenten van de Gemeentepolitie Haren wachtgelopen bij wegafzettingen. Het gebied rond de trein was verboden gebied. Op de avond van 10 juni was Zuidema in het clubhuis van de golfclub, dat uitzicht had op de trein en als hoofdkwartier van politie en leger was ingericht. “We wisten dat ze een dag later de trein zouden aanvallen. Ik zag militairen met grote houten kisten vol munitie, ze zaten daar hun wapens te laden. Op zaterdag 11 juni om 4.00 uur moest ik mij melden bij een wachtpost op de kruising Dr. E.H. Ebelsweg/Rijksstraatweg. Ook de snelweg is afgezet. Tegen 5.00 uur begon de aanval. Kort daarna hoorde ik over de portofoon dat de actie klaar was.”
“We staan in het schootsveld”
Jaap Reitsema was brigadier van de Gemeentepolitie Haren en werd naar de trein gestuurd om te zien wat er aan de hand was. “Met een collega ging ik via het Noordlaarderbos naar de trein toe, daar konden we vrij dichtbij komen. We liepen het weiland in en we voelden direct dat er iets fout zat. We legden ook direct het verband met Molukkers. We realiseerden ons dat we in het schootsveld stonden, ze hadden ons zo kunnen neerschieten. Maar het was doodstil en we zagen niets.” Reitsema heeft het bureau zijn bevindingen gemeld. De drie weken erna kreeg het korps assistentie van de Rijkspolitie, want het reguliere werk in Haren ging gewoon door. “Achteraf bleek dat er op het rangeerterrein van Onnen een treinstel was geplaatst waar de mariniers de bevrijding konden oefenen. Daar wisten wij niets vanaf, de trein stond verdekt opgesteld tussen andere wagons.” De avond voor de bevrijding ging Reitsema onrustig slapen. “Ik wist wat er ging gebeuren de dag erna”, zegt hij. “Ik ben om 4.30 uur gebeld, we moesten in dienst komen. Ik werd bij het Postiljon Hotel geplaatst om verkeer op de Emmalaan tegen te houden. Het beeld dat ik nooit vergeet: Ik zag na de bevrijding de bussen met passagiers langsrijden en die mensen zwaaiden naar het publiek langs de weg, alsof ze kampioen waren geworden. Dat ontroert me nog steeds.” Later is Reitsema met een collega naar de trein gegaan. “Ik was erg nieuwsgierig en heb een beetje misbruik gemaakt van mijn uniform. We konden vanaf het balkon naar binnen kijken en wat me is bijgebleven: de verwoesting door kogels was enorm.”

Volop kijkers bij de overgang Zuidlaarderweg…
“Een huis vol mariniers, drie weken lang”
Trein 747 kwam tot stilstand tussen weilanden bij Ydermade, niet ver van een boerderij waar de familie net aan de koffie zat. “Wat staat die trein lang stil”, werd gezegd. Niet lang daarna kwam de politie aan de deur met de mededeling dat er een trein was gekaapt. Ze vroegen aan de boer of politie, mariniers en marechaussee hun intrek mochten nemen in de boerderij. Dat mocht.

Vanaf dat moment bivakkeerden tientallen manschappen drie weken in het huis, waar het leven werd ontwricht. “Lange rijen voor de wc, ik bleef maar schoonmaken. In de douche werd een doka ingericht. En toen ik de eerste nacht even naar beneden ging om een boek op te halen stond mijn keuken vol met reusachtige kerels. Ik ben me maar eens gaan voorstellen”, zegt de boerin van toen. Op het erf was voor de eerste dag een provisorische stelling ingericht achter zakken met kunstmest en tijdens de eerste uren werd materieel aangevoerd om de trein te kunnen observeren, ook met nachtkijkers. Later kwamen de onderhandelaars (met o.a. mevrouw J. Soumokil) ook altijd via de boerderij. Het was spannend voor de boer, want de zorg voor 110 koeien ging gewoon door. “Mijn man is eens in de nacht naar het vee gegaan vlakbij de trein, omdat een koe moest kalven. Daarvoor moest eerst toestemming worden gevraagd. De Molukkers wilden ook niet dat wij koeien gingen verweiden. Na een paar weken werd mijn man zelfs wat opstandig en ging zonder toestemming naar de koeien om te melken. Ik zag hem gaan en ik zag ook hoe een Molukse kaper met zijn Uzi over de spoorbaan in zijn richting kwam lopen en richtte. Toen werd ik bang. Het liep goed af. Mariniers en Marechaussees waren vaak behulpzaam bij het melken, er was een goede sfeer, we zaten in hetzelfde schuitje en iedereen maakte zich zorgen. We wisten ook op vrijdagavond dat ze zaterdagochtend de trein zouden aanvallen”, zegt de boerin van destijds. Ze maakte de aanval met de Starfighters van zeer dichtbij mee, een hels lawaai en schieten. Alle manschappen waren het huis uit en ze was alleen achtergebleven. Ze noemt het nu een bizarre sfeer. Na afloop kwamen de mannen terug van hun actie. “Ze waren confuus en aangeslagen”, zegt de boerin. Ze is daarop zelf naar het spoor gelopen en zag de enorme drukte rond de trein die was doorzeefd met kogels. “Ik vergeet nooit hoe die gijzelaars naar buiten kwamen, lijkbleek. En één man had een rugzak en twee tassen in zijn handen, alsof hij gewoon zijn reis wilde voortzetten.”
Een paar uur later was iedereen uit het huis vertrokken. Het was een chaos en de stilte onwerkelijk. “We zijn de boel maar gaan schoonmaken en de gebeurtenissen verwerken”. Die avond kwamen drie leden van de BBE langs. Ze konden het even niet uithouden op de kazerne en wilden hun emoties delen met de familie waar ze drie weken te gast waren geweest onder grote mentale druk: de druk die hoort bij ‘staat van paraatheid’. De familie uit dit verhaal wil niet met naam in de krant.
“Wie was het Molukse meisje met de witte bloem?”

Joop Kooistra uit Glimmen (81) had op 23 mei 1977 een afspraak in Drenthe en kreeg daar te horen dat er vlakbij zijn huis aan de Rijksstraatweg ‘iets aan de hand was met een trein’.
Hij is direct huiswaarts gegaan en zag de trein vanuit zijn achtertuin staan. “Het was een chaotische toestand, overal kwamen militaire voertuigen aanrijden. Er was politie en de weg werd afgezet bij de Zuidlaarderweg. Ik heb militairen voor mijn huis aangesproken, omdat ik ze kon vertellen hoe ze ongezien de plaats van de trein zouden kunnen bereiken. Door bossages en met hulp van een bootje om over de Drentse Aa te komen. Die route hebben ze vanaf dat moment ook gebruikt.” Kooistra was stomverbaasd toen al binnen een paar uur zijn deurbel ging en daar drie Duitse journalisten stonden. Ze kwamen uit Bremen en vroegen: ‘Wo ist der Zug?’ De eerste hectiek was na een paar dagen voorbij en de aanwezigheid van politie, militairen en tanks werd een vertrouwd beeld. “Mijn vrouw maakte soep voor de soldaten, we kregen er later nog een bedankkaartje voor.”
Kort na de kaping zag Joop Kooistra een jong Moluks meisje rondscharrelen. Ze ging in de richting van het waterbedrijf en hij fietste haar na. “Opeens zag ik haar zitten. Stil in een droge greppel zat ze voor zich uit te staren. In haar zwarte haren zat een witte bloem.”, zegt Kooistra. “Ik was te verbaasd om iets te zeggen, maar dit beeld liet me niet los. Later ontdekte ik dat wit de kleur van de rouw is in Molukse kringen. Dit meisje zat daar dus om de omgekomen Zuid-Molukkers te herdenken. Ik zou nu zo graag weten wie ze was en of mijn conclusie juist is.” Bent u het Molukse meisje (in 2977 ongeveer 20 jaar oud)? Mail aan redactie@harendekrant.nl
“Tank met militair maakte ijzige indruk”
“In mei 1977 trouwden twee Groninger studiegenoten in Zwolle. Van het
hoofdstation reden alleen bussen naar Assen: merkwaardig genoeg over
de N34, want toen we over het viaduct over de spoorlijn reden, wezen
we elkaar de gekaapte trein aan die in de verte zichtbaar was. Toen we
in het donker terug reden, passeerden we op het viaduct geparkeerde
pantserwagens die na het vallen van de duisternis waren verschenen. Ik
herinner me het silhouet van een gehelmde militair die bovenop zo’n
voertuig zat en onze bus met een traag handgebaar groette. Het moment maakte een ijzingwekkende indruk.
K.Kuiken, Haren
Geen reacties