Oud-politieman teleurgesteld in politie
“Als er in mijn tijd een inbraakgolf in Haren was gingen we onze diensten wisselen”, vertelt oud-politieman Bertus Zuidema. “De dagdienst ruilen met de avond. En dan…de straat op in burgerkleding. Rondlopen, posten. Dan zag je heel veel en je kreeg veel informatie waar je iets mee kon.” Aan het woord een oud-gediende, die vindt dat het werken bij de politie vroeger een roeping was. “Nu niet meer. Men gaat bij de politie werken om carrière te maken. Zo snel mogelijk van straat af en achter het bureau. Hogere functies en hogere loonschalen. Vroeger was het geen schande om jaren straatwerk te doen. Nu wordt het vreemd gevonden als je in de rang van inspecteur nog een stap op straat zet.” Bertus Zuidema klinkt als ‘vroeger was alles beter’. Zijn visie is volgens dienders van nu behoorlijk achterhaald en doet geen recht aan de ontwikkelingen in de nieuwe tijd. Onderaan dit artikel een repliek van de teamchef van Regiopolitie Haren-Groningen Zuid.
In Haren de Krant las Zuidema vorige maand het artikel over inbrekers in Haren. Hij werd bevestigd in zijn beeld: de politie legt de verantwoordelijkheid bij burgers. Die moeten beter opletten en sneller de politie bellen. “Maar dan ben je te laat. Ze hebben geen enkele binding met de wijken meer. Inbrekers worden niet meer afgeschrikt door surveillerende agenten, per auto of te voet. De politie is bureaucratisch geworden. Ieder zijn taak. Als bij wijze van spreken tegenover het politiebureau wordt ingebroken en dit wordt van achter het raam gezien, wordt een auto uit de stad opgeroepen. In mijn tijd lieten we dan alles uit onze handen vallen en gingen er op af.” Toen de oud-diender las dat inbrekers met de trein naar Haren komen dacht hij: ‘In onze tijd hadden we allang op het station staan posten’. Als burger heeft Zuidema enige jaren geleden de politie verteld over vernielingen in Onnen. “Ook als oud-collega is het me toen niet gelukt de politie in actie te krijgen. De vernielingen werden alleen maar geregistreerd. Dat is ook zo’n voorbeeld: voor zulke meldingen moet je de auto uit!” Zuidema klinkt als ‘vroeger was alles beter’. Maar er zit wel lijn in zijn grieven.
Voorbeeld
Een voorbeeld uit de periode 1970-1988, toen Zuidema werkzaam was bij de Harense gemeentepolitie. “Er werden opeens veel auto’s vernield. We zijn toen in burger de straat opgegaan en hebben soms uren voor niks lopen posten. Totdat we ze aan de Oldehof op heterdaad betrapten. Als je bij de kachel blijft zitten lukt je dat niet.” In het beeld dat Zuidema schetst zou de politie de aangiften hiervan in deze tijd schriftelijk afhandelen en de cijfers bijschrijven in de statistieken ‘vernieling onopgelost’.
Hij weet van collega’s die nog steeds in dienst zijn (maar niet in de krant willen) dat de politie een administratieve fabriek is geworden. Mensen met kostbare politie-opleidingen houden zich bezig met statistieken achter hun pc. En opgeleide politiemensen vormen de afdeling communicatie, die miljoenen kost. Steeds meer mensen houden zich volgens Zuidema met alles bezig, behalve het ambachtelijke politiewerk. “Mensen die nu solliciteren bij de politie zijn vaak op een loopbaan uit en worden niet meer gedreven door het échte politiewerk. Doordat agenten zich niet meer op straat vertonen krijgen burgers het gevoel van onveiligheid. Ze willen meer blauw op straat, dat hoor je steeds weer. Maar de politie wil niet meer op straat zijn, behalve achteraf als er iets is gebeurd.”
Het gevolg van dit alles is dat burgers niet het gevoel hebben dat de politie zich genoeg inspant om boeven te vangen. “Ik sprak de burgemeester van Haren en die zegt dat ondernemers heel tevreden zijn over de inzet van de politie in Haren. Ik hoor andere geluiden”, zegt de oud-politieman. “Het credo van de politie was altijd: Vigilat ut quiescant (Hij waakt opdat zij rusten). Maar nu wordt van de burger verwacht dat die waakt en de politie belt als ze iets verdachts zien. Ik vind het jammer dat het deze kant is opgegaan met de politie.”
Reactie van Ron Schaftenaar, teamchef Regiopolitie in Haren:
‘Ik herken mij in het geheel niet in de woorden van de heer Zuidema. De agenten van nu en vroeger verschillen niet zoveel. De hedendaagse agent doet graag het werk op straat. Dit was vroeger zo maar nu ook zeker. Je gaat bij de politie voor de actie. Mijn agenten zijn dan ook liever op straat dan binnen op het bureau. Eigenlijk is het kantoorwerk, de administratie, het minst populaire deel van het politiewerk. Wel anders dan vroeger is dat het werken op straat onveiliger en complexer is geworden. De huidige ontwikkelingen in Parijs en Verviers spreken hierbij voor zich. In ben trots op de wijze waarop mijn (wijk)agenten hun werk verrichten en een nadrukkelijke bijdrage leveren aan het verhogen van de veiligheid in Haren. De mening van de heer Zuidema dat er steeds meer kantoorpersoneel is, wat mij betreft, onjuist. Het tegenovergestelde is juist waar. Eén van de uitgangspunten van de Nationale Politie is dat kantoorwerk ten koste gaat van blauw op straat. De heer Zuidema is van harte welkom voor een gesprek. Ik wil hem graag meenemen in de ontwikkelingen van de Nationale Politie.’

19 reacties