Wetenschap & Leven in Haren: Over 5G
Heiko Jan Mein, natuur- en scheikundige in Haren, legt dit jaar voor Haren de Krant verbanden tussen de wetenschap en het leven van alledag in Haren.
Aflevering 1: 5G

Door de komst van ‘zwaarder’ internetverkeer worden zendmasten omgebouwd voor het 5e-generatie-netwerk (5G). Informatieverzending gaat dan ruim 100 keer sneller. Er doen vele verhalen de ronde over de zendstraling. De straling zou gevaarlijk zijn en sommigen beweren zelfs dat 5G te maken heeft met corona. Het gaat inmiddels zover, dat zendmasten in de brand worden gestoken.
Wereldwijd is veel onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van straling afkomstig van zendmasten, mobiele telefoons en hoogspanningsleidingen. Nooit is aangetoond dat deze straling gevaarlijk is. Tegenstanders vinden daarentegen dat de overheid alleen luistert naar telecombedrijven en hebben eigen theorieën over het gevaar van de straling.
De straling waar het over gaat is ‘elektromagnetische straling’, met diverse verschijningsvormen. Zo is er ongevaarlijk zichtbaar licht, maar ook bijvoorbeeld röntgenstraling van CT-scanners, met zoveel energie dat het elektronen uit atomen kan losmaken en DNA in cellen kan beschadigen. Minder sterk is infrarood (warmtestraling) of ultraviolet (UV) van de zon, dat schade veroorzaakt bij langdurige blootstelling. Magnetronstraling zet atomen in beweging en creëert zo warmte. Een omkasting beschermt je tegen verbranding. MRI-scanners werken met magneten en heel zwakke radiostraling. Bij 5G is sprake van elektromagnetische straling met zeer weinig energie. Veronderstelde verbranding van longblaasjes, hersenschade of kanker, als gevolg van deze laag-energetische straling is nooit aangetoond. Uit testonderzoeken blijkt dat de 5G-stralingssterkte circa 3 volt per meter zal zijn, wat 20 keer lager is als de blootstellingsnorm. De natuurlijke stralingsdosis die men dagelijks ontvangt is vele malen hoger. Door slimme technologie is de 5G-straling lager dan bij 4G, maar komen er meer zendmasten. Omdat sprake is van een nieuwe technologie en door alle onrust, zal de overheid meer onderzoek laten verrichten. Of dat zal leiden tot andere normstelling moet blijken, maar is erg onwaarschijnlijk. Het is belangrijk dat er veel openheid wordt gegeven over de onderzoeken en de besluitvorming, om onzinverhalen en complottheorieën te voorkomen. De materie blijft voor niet-deskundigen lastig te begrijpen en dat maakt mensen sceptisch.
Update 26 mei:
De landelijke Stichting Stop5GNL heeft onlangs een kort geding aangespannen tegen de Staat, omdat zij van mening is dat er m.b.t. het besluit om het 5G netwerk te realiseren, in onvoldoende mate rekening is gehouden met de risico’s van de straling voor de gezondheid. De stichting eiste dat de voorzieningenrechter het uitrollen van 5G stopzet.
Op 25 mei 2020 heeft de rechtbank in Den Haag echter geoordeeld dat de Staat in voldoende mate de gestelde voorschriften naleeft en dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden. De Staat heeft zijn besluit gebaseerd op de adviezen van het RIVM en de Gezondheidsraad. De rechtbank is van mening in het oordeel dat deze instanties zorgvuldig hebben gewerkt, goed wetenschappelijk onderzoek hebben verricht en geraadpleegd en bij hun adviezen ook de mening van de stichting Stop5GNL hebben betrokken. In het advies aan de Staat wordt gesteld dat er geen eenduidige wetenschappelijke aanwijzing is dat de straling waar het hier over gaat (!) een gevaar vormt voor de gezondheid. Uiteraard blijven er critici, tegenstanders en groepen die hun eigen theorie erop nahouden. De staat hoeft echter geen omgekeerde bewijslast te plegen. De Nederlandse Staat zal ingrijpen als blijkt dat er aanwijzingen zijn voor gezondheidsrisico’s. Daar zijn nu, gelet op wereldwijd gepleegd wetenschappelijk onderzoek, geen aanwijzingen voor. De rechtbank heeft de eis van de stichting daarom afgewezen en hun tevens veroordeeld in de proceskosten.

Over Heiko Jan Mein
Hij is natuur- en scheikundige. Hij weet alles van fysische chemie. “Ja, hoe leg je dat vak nu uit”, zegt hij met een glimlach. Hij doet een poging en vertelt dat de fysisch chemicus materie onderzoekt die met het oog niet is te zien. Wijzelf en alles om ons heen bestaat uit atomen. En bij elektronica in apparaten, zoals een smartphone, gaat het nog verder. Die werken op basis van deeltjes waar atomen zelf uit zijn opgebouwd. “In mijn vak onderzoeken we de gedragingen van atomen. Wat doen ze als ze elkaar tegenkomen? Wat doen ze onder bepaalde omstandigheden en hoe kunnen we van hun eigenschappen gebruikmaken”.
9 reacties