De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 13 Mei, 2026
Deze post is bekeken 325 keer.

woensdag 19 januari 2022

Column:

Rubriek Wetenschap en Samenleving: Heiko Jan Mein, Haren Natuur- en scheikundige

Door: Redactie

Een nieuwe cyclus om de zon

In januari vieren we de komst van een nieuw jaar. Een vorm van tijdsbesef, dat al vanaf de oudheid bestaat. Zo kenden de Egyptenaren en Babyloniërs al kalenders gebaseerd op twaalf maan-cycli (lunaties). Ook de Grieken observeerden het heelal en maakten berekeningen over de planeten, maan en zon. De Romeinen hadden eveneens kalenders, maar begonnen de jaartelling in maart, wat je nog terugvindt in enkele maandnamen: ‘septem’ (zeven), ‘octo’ (acht), ‘novem’ (negen) en ‘decem’ (tien). De ‘Juliaanse kalender’ (naar Julius Caesar) had een jaarduur van 365,25 dagen. De fout daarin van één dag per vier jaar, corrigeerden ze met ‘schrikkeljaren’. Omdat de jaarduur eigenlijk 365,24 dagen is, ontstond alsnog een tijdsverschil, waardoor in de huidige ‘Gregoriaanse kalender’, elke 400 jaar (zoals 2000) één schrikkeljaar niet meetelt. Net als in het westen, werden in het verre oosten ook vooral maan-gerichte kalenders gebruikt en is het jaarbegin doorgaans bij de tweede nieuwe maan. De Grieken richtten zich echter op zonnejaren. Zij bedachten tevens een ‘heliocentrisch’ wereldbeeld, waarbij de aarde en planeten om de zon draaien en niet andersom. Toen de kerk in de middeleeuwen meer macht kreeg, werd het ‘geocentrische’ wereldbeeld gepredikt, waarbij de aarde het middelpunt vormt van het universum. In 1620 publiceerde Galileo Galilei over de juistheid van het heliocentrische model, maar moest dit bekopen met een levenslange straf. Pas vanaf de 19e eeuw werd de wetenschap weer waardenvrij en bleef alleen de geboorte van Christus als beginjaartelling bestaan. Uit de kwantumfysica volgt dat de ruimte en dus ook ‘tijd’ 13,8 miljard jaar geleden ontstonden. Ons zonnestelsel daarin 4,6 miljard jaar geleden. Tevens draait de hemelkoepel (schijnbaar) elke 26000 jaar rond. De relativiteitstheorieën (1905-1915) van Albert Einstein vertellen ons verder dat ruimte en tijd samenhangen en ‘tijd’ veranderlijk (relatief) is. Kalenders zijn dus betrekkelijk en niet voor altijd. De verandering van de ruimte-tijd is echter zo langzaam, dat het voor ons tijdelijk bestaan als mensen niet van belang is. Ook dat is tijdsbesef.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.