Columns Hein Bloemink 2012
oktober 2012
Experiment
Je bent zoals je denkt. Wij zijn ons brein, en dat is al ingewikkeld genoeg. Onder ons schedeldak zit een chemische fabriek die ons denken en doen aanstuurt. Voor dat grote wonder heb ik diep respect. Ik behoor tot de puristen die ten principale vinden dat je met je hersenen niet moet experimenteren. Wie alcohol of drugs gebruikt doet dat dus wél en we kunnen dagelijks zien waartoe dat kan leiden. Wie zijn hersens gebruikt als speeltuin door chemische stofjes toe te voegen (zoals alcohol, cocaïne, xtc, lijm) geeft het stuur in zijn denken en doen uit handen aan onvoorspelbare processen. Ik vind dat doodeng, alsof je op de snelweg het stuur van je auto loslaat en een dutje gaat doen. Ik sprak vorige week iemand die eerlijk vertelde xtc gebruikt te hebben. ‘Je gaat zweven en signalen van vermoeidheid dringen boven niet meer door. Je kunt de wereld aan’, zei hij. Iets anders zou het effect van cocaïne zijn. Daarvan zou iemand overmoedig worden en agressief, denkend dat hij de wereld kan verslaan. Alcohol is eigenlijk ook een vorm van hersen-experiment. De uitwerking verschilt per mens. Dan heb je tieners die hun halsslagader dichtknijpen tot ze high worden en zijn er lijmsnuivers die zich in hemelse sferen willen wanen. Wat een ellende brengen al deze experimenten toch voort: verkeer, mishandeling, vernielingen (Project X), ruzie. Wie het stuur over zijn denken uit handen geeft moet echt een zeer sterke persoonlijkheid hebben, anders is hij aan de goden overgeleverd. Hamvraag is: Waar komt deze drang toch uit voort? Willen we zo graag onszelf niet meer zijn? Is ons leven dan heus die gevangenis, waaruit wij wensen te ontvluchten? Ik wil geen zedenpreker zijn, maar vraag aandacht voor de excessen, zoals de relschoppers en huiselijk geweld. Om nog maar te zwijgen van schade voor werkgevers.
Hein Bloemink
september 2012
‘Pasjes’
Geweldig familieweekend gehad op een groot vakantiepark in Exloo. Prachtige villa, zwembad, bowlingbaan, snackbar, tennisbaan. Peperduur, maar dan heb je ook wat! Nou ja, er waren wel een paar kleine smetjes. De villa kampte met een chronisch tekort aan wc-papier, dus vergrepen sommigen zich aan de keukenrol. O ja, de radio in de sauna deed het niet, omdat die er uit was gehaald. Eén van de twee douches was verstopt, waardoor het water (met schuim) al spoedig de gang en slaapkamers bereikte. Hulp vragen bij de receptie? Oeps, dit weekend geen receptie open. En het troostkroketje konden we ook niet kopen: snackbar na 1-9 gesloten. Nou ja, dan maar even een duik nemen in het zwembad. Ach, jammer. Kaartlezer hek defect! Maar mijn grootste ergernis waren de ‘pasjes’. Het park dwingt je tot elektronisch huisarrest door ‘pasjes’! Voordeur werkt met een ‘pasje’. Dat ‘pasje’ werkte helaas niet, dus geen deur op slot. Het hek van het zwembad moest open met een ‘pasje’, maar bleef gesloten (daar sta je dan in zwembroek met harde tepeltjes van de kou). De slagboom werkte ook al met een ‘pasje’. En als je even wat warrig omging met je ‘pasjes’ dan kon het gebeuren dat je niet naar binnen mocht omdat je volgens het systeem al binnen was. Spreekverbinding met een centrale ergens ver weg: ‘Ik kan u niet binnen laten, want u bent al binnen. Als ik u nu doorlaat kunt u er de volgende keer niet meer uit.’ En die auto vol boodschappen dan? Om gek van te worden. Dus eerst tien minuten lopen om ‘iets’ te doen met die vreselijke ‘pasjes’. Ik werd er tureluurs van. Stop de pasjescultuur! Stop de ‘pasjesterreur’ van het grote wantrouwen, waarin je alleen nog als mens wordt geaccepteerd als je een gecodeerd ‘pasje’ bezit of een toegangscode kent. Ik ben pas klant als ik een ‘pasje’ heb. En op een vakantiepark in Exloo (of all places) is zo’n systeem al helemaal potsierlijk en misplaatst!
Hein Bloemink
augustus 2012
Grenzen
Natuurlijk hoor ik topsporters spreken over het opzoeken van je grenzen. Maar voor mij was het allemaal vooral theorie. Tot afgelopen zaterdag 25 augustus. Volgens traditie wilde ik mijn jaarlijkse fietstocht over een lange afstand (op mijn ‘gewone’ herenrijwiel) naar Amsterdam maken. Met een trackrecord van o.a. Maastricht (3 dagen), Nijmegen (1 dag) en Hamburg (3 dagen) leek me Amsterdam met 195 kilometer haalbaar. Temeer daar ik dat in 2002 al eens had gedaan. Hoogmoedig meende ik dat ik mijn tijd van destijds (13,5 uur) kon verbeteren. Thuis waarschuwden ze mij voor Gerrit Hiemstra’s laaghartige voorspelling van regen en harde wind (kracht 4) vanuit het zuidwesten. Ik zou dus precies tegen de wind in gaan. Ik verklaarde Hiemstra tot persona non grata en besloot mijn fietstassen te demonteren voor de aerodynamica. Met een rugtas vol energierepen en –dranken (en bananen) stapte ik om 4.15 uur in het aardedonker op. Hoezo wind? Op de tast en met mijn koplamp als zoeklicht reed ik als een speer door de nacht, om 5.15 uur een eerste slokje drinken bij de kazerne in Assen, 21,5 km op de teller. Dat ging goed. Maar dan, nog steeds in het donker, het pad langs de Drentse Hoofdvaart op. Altijd al een deprimerend stuk van 2,5 uur. Maar nu in het donker en met opstekende tegenwind rond half 6. Ter hoogte van de zendmast de eerste verzuring, maar vooral een geestelijke depressie, die ik van mezelf niet ken. Ik zag in gedachten de route die ik nog gaan moest, Elburg, Harderwijk, Almere….Vlak voor Meppel, doodmoe doordat ik twee keer zoveel energie gebruikte door de tegenwind, op een bankje mijn zonden en mijn grenzen overdacht en even ingedut. Toch weer verder, totdat op de dijk bij Kampen (95,5 km op de teller) de wind mij weer naar 13,0 km/u terugdrong en de eerste regen striemde. Grens bereikt, geest gebroken. Trein terug. Een pijnlijke, maar louterende ervaring rijker. En Gerrit Hiemstra? Altijd geloven wat hij zegt!
Hein Bloemink
juni 2012
Alcohol
“U reed a-sociaal door rood licht”, zeg ik laatst door mijn geopende portierraam tegen een jonge man met een hoofd als een big. “O ja?”. – “Wacht maar tot je zelf een keer wordt aangereden door een roodlichtrijder. Dan ben jij het haasje.” Het big: “Dat wel natuurlijk.” De roodrijder bepaalde op dat moment zelf of het kon of niet. Kort gezegd: een big met lodderige ogen beslist over leven of dood van een fietser. Hoe breng je een big aan het verstand dat hij bij het zien van een oranje verkeerslicht moet stilhouden? Als ik daar had gefietst en ik moest mijn leven aan een big toevertrouwen, was ik niet gerust! Maar het kan nóg erger en het kan nóg fataler aflopen. Ik ontmoette onlangs ouders die rouwen om hun zoon, die ruim een half jaar geleden in Italië door een dronken bestuurder is aangereden met de dood als gevolg. En ik ontmoette twee jaar geleden ook al eens een vader die smartelijk huilde om zijn zoon, die was geschept door een dronken bestuurder, dichtbij de stad Groningen. Wie drinkt kiest zelf of hij gaat rijden. In die keuze maakt hij het verschil tussen leven en dood. Als hij (nog) nuchter is weet hij dat alcohol van hem een slechte chauffeur maakt. Hoe breng je iemand aan zijn verstand dat hij heel dicht bij een levensdelict komt als hij met drank op achter het stuur stapt? Ik rijd 100% nuchter. Want ik heb ze persoonlijk gesproken: die ouders die rouwen en die vader die huilde bij de herinnering aan zijn zoon. Slachtoffers van verkeerde keuzes door foute biggen. Zulke ontmoetingen maken voor mij de keuze aan de bar gemakkelijk.
Hein Bloemink
mei 2012
Twan
Oer-momenten zijn voor mij de scharnierpunten in het leven. Gebeurtenissen en emoties die beklijven en bovendien allesbepalend zijn. Ze groeien als takken aan de stam van je bestaan. Je eigen geboorte is zo’n moment. Maar ook de dood van mijn ouders die me ooit mijn leven schonken. En natuurlijk de geboorte van mijn eigen kinderen! Wij hebben drie dochters waar ik zielsveel (en nog meer) van houd. Hun komst tussen 1988 en 1992 waren typische oer-momenten, omdat ze de rest van mijn leven, denken en doen hebben bepaald. Ik herinner me de zomerdag in juni 1988 nog alsof het gisteren is. Mijn vrouw bracht mijn eerste dochter ter wereld: Leonie. Negen maanden met zorg en liefde gedragen en op die buiïge zomermiddag aan de wereld toevertrouwd. En nu, 24 jaar later. Op 7 februari 2012 bracht die oudste dochter Leonie een zoon ter wereld: Twan. Mijn eerste kleinkind. Negen maanden met zorg en liefde gedragen en op een ijskoude winterochtend in alle vroegte aan de wereld toevertrouwd. De geboorte van mijn kleinkind was weer een zuiver oer-moment in mijn leven. Het moment dat ik de verloskamer binnen stapte, amper tien minuten na mijn kleinzoon’s eerste ademtocht, zag ik mijn bloedeigen dochter met haar kindje voor het eerst samen. Oer-moment, dat beeld zit voor altijd in mijn bagage. Opeens van kleine meid veranderd in moeder. Oer-gevoelens. Ik schreeuw niet van de daken wat ik voel, nee, ik schrijf het gewoon op in deze column. Opdat iedereen weet dat in het leven vol klachten en klagen ook oer-momenten bestaan die zo zuiver zijn als kristal. Puur geluk. Zoek ze. En als zij uw deel worden: zie ze, herken ze, ervaar ze, koester ze!
maart 2012
Stom!
Vorige week heb ik een onbezonnen daad verricht waar ik vreselijke spijt van heb. Dat gevoel van ‘hoe kon ik zo stom zijn’ heb ik al lang niet meer gehad. Stommiteiten haal je nu eenmaal minder uit als je rond de 50 bent. Welnu, vorige week dus wél. Ik was zaterdagavond op pad met mijn muziekvrienden in Glimmen. Eerst bij één van hen muziek beluisterd en bekeken via een beamer die op een strijkplank stond, gericht op een wit gordijn. Bij uitzondering enkele flesjes bier stoer aan de mond gezet (fout!) en daarna nog even als ware John Travolta’s naar het dorpshuis waar live muziek was. Soepel gingen we er binnen en we gaven elkaar tapbiertjes voor de ideale ‘looks’ (fout!). Na de pauze wilde de live-band verder en men probeerde de microfoon. Die stond niet open en ik zag dat het enorme mengpaneel even onbemand was. Toen ik dat opmerkte moet ik waanzinnig zijn geworden. Dienstbaar wierp ik mij op dat brok techniek en begon aan alle schuifjes te duwen in de hoop de microfoon op het podium tot leven te brengen. Op dat moment kwam de geluidsman terug van plaspauze en zijn blik was een mix van woede en verdriet. Pas toen wist ik dat ik iets onherstelbaars had gedaan. De man had misschien wel een half uur zorgvuldig zitten inregelen, er waren sound-checks geweest, ideale balans, muzikanten vertrouwden op zijn geniale gehoor en stonden nu klaar voor hun moments of fame. En daar was ik die alle schuifjes op max zette. Paniek. Toen zette de band in, maar ik zag vragende blikken van de zangeres. Het klonk niet goed! En ja, op dat moment voelde ik mij weer hulpeloos en dom Wat heeft mij bezield? Doorgeschoten dienstbaarheid, bemoeizucht? Ik heb de techniekman de hand gegeven en gezegd dat ik een zakkenwasser was, wat hij beaamde. Dat luchtte op. En de les die ik heb geleerd: handen af van knoppen als je er geen verstand van hebt.
Hein Bloemink
januari 2012
Wonder
Mijn vader heb ik niet meer gezien of gesproken sinds 8 maart 1999. Met mijn moeder is geen enkel contact meer geweest sinds 21 mei 2006. Hoe langer dit vacuüm tussen ouders en zoon voortduurt, hoe vreemder ik deze situatie ga vinden. Noch zij noch ik hebben hiervoor gekozen, het was namelijk hun dood die ons scheidde. Ik realiseerde me laatst, dat als ik mijn ouders door een wonder op straat zou tegenkomen, ze me niet eens direct zouden herkennen. Wat gek, ik ben toch hun zoon! Maar ik ben nu eenmaal jaren ouder en grijzer sinds de dag van ons laatste contact. Ze zouden geen idee hebben hoe het met mijn drie dochters gaat en op welk punt in hun leven die inmiddels zijn. Mijn ouders zouden vast direct vragen of de krant, waarvan ze het begin hebben meebeleefd, nog bestaat. Of ik nog steeds artikelen schrijf over Haren en samenwerk met mijn broer. Ze zouden willen weten of ik nog steeds op hetzelfde adres woon en of mijn vrouw en vrienden het goed maken. Als ik ze door een wonder wat langer zou mogen spreken zou ik ze vertellen wat ik allemaal heb beleefd. Ze zouden niets snappen van het gedoe met i-phones, internet, e-mails. Mijn vader zou niets begrijpen als ik spreek van 11 september, terwijl hij vroeger mij toch de wereld zo duidelijk uitlegde. Wat pijnlijk om te merken dat mijn ouders en ik door hun dood zo van elkaar vervreemd zijn, dat we van elkaar niet meer weten wat ons dagelijks beroert. Maar hoe is het hen eigenlijk vergaan? Mijn vader sinds die ochtend in maart 1999 toen hij onder mijn handen stierf? En mijn moeder sinds die ochtend in mei 2006 toen zij in aanwezigheid van al haar zes kinderen stopte met leven? Ik geloof niet in God. Ik geloof niet in hemel. Maar waarom fantaseer ik dan over het wonder van die ontmoeting met mijn vader en moeder? Waarom fantaseer ik een gesprek met ze? Waarom tuur ik naar de sterrenhemel en denk ik hen ertussen? Het heeft geen zin om je te verzetten tegen de kringloop van het leven. Ouders zijn sterk, worden zwak en sterven. Nou ja, zolang je aan de mensen denkt die je moest verliezen, zijn ze bij je. Dat maakt veel goed.
Hein Bloemink
Geen reacties