De krant die je leest van A tot Z
Vrijdag 17 April, 2026
Deze post is bekeken 93 keer.

donderdag 11 mei 2006

Nieuws:

Beluisterd in de raadszaal

Door: Redactie

De Harense Wil Legemaat maakt notities bij vergaderingen in de raadszaal. Die notities mogen wij publiceren. Hieronder het verslag vanaf de tribune van de commissievergadering van 10 mei.Noodbergingsgebieden, verbouw of nieuwbouw raadhuis en een bouwplan in de Kerkstraat: commissievergadering 10 mei

Worden de Harense polders bij wateroverlast overspoeld door de inhoud van de riolen uit Drentse dorpen? Waarom zijn de nieuwbouwplannen voor een raadhuis van de baan en blijven ze van de baan? En: grotere openheid van het college over verse bouwplannen vraagt om betrokkenheid van omwonenden in een vroeg stadium. De commissie Grondgebiedszaken en Algemeen Bestuursbeleid vergaderde op 10 mei 2006.

Noodbergingsgebieden
Voor het agendapunt over de bestemmingsplannen Noodbergingsgebieden Onner- en Oostpolder, polder Lappenvoort en polder Het Oostland, hadden zich twee insprekers gemeld: de heren Woldring en Van Hemmen. Woldring zei behoorlijk in zijn maag te zitten met de overstortmogelijkheden in, onder andere polder Het Oostland. Als de polder onder water wordt gezet, in combinatie met grote regenval, dan zal er uit Peize, Roden en het Meerschapgebied een overstort uit het riool plaatsvinden. De inhoud van het riool zal afgezet worden op de landerijen en daar voor ontoelaatbare vervuiling zorgen. De grond wordt onverkoopbaar en, vervuild als buurmans land zal de eigenaar er minstens 10 jaar mee zitten. Het waterschap doet maar wat. Daar kunnen wij niet mee leven, zei Woldring en hij kondigde aan zich tot het uiterste te zullen verzetten, zonodig juridisch.
Van Hemmen toonde begrip voor noodberging, maar vond dat last en risico niet op enkele personen mag worden afgewenteld. Volgens hem zou het sluiten van private overeenkomsten tussen boer en waterschap een goede oplossing zijn. Waarom een bestemmingsplan wijzigen als noodberging statistisch maar een keer in de 100 jaar voorkomt? Met de voorgestelde schaderegeling kon Van Hemmen zich niet verenigen: hoezo alleen de schade? Mogen wij niet wat extras krijgen waar wij geen keus hebben, terwijl we als boer veel ziel en emotie in ons land hebben liggen? En het signaleringssysteem: hoe betrouwbaar is dat? Wie houdt de mutaties bij en hoe tijdig worden de boeren gewaarschuwd, zodat zij hun vee in veiligheid kunnen brengen?
De raadsleden Jos Stroomer en Lo van Kats (PvdA), Theo Berends (CU) en Hans Meles (CDA) namen de vragen van de insprekers over en wilden van het college weten hoe het zit met de overstort van het riool, het signaleringssysteem, de schaderegeling en de sanering van voormalige stortplaatsen, waaruit bij onder water zetten mogelijk schadelijke stoffen verspreid kunnen worden.
Wethouder Niezen zei dat de wateroverlast van 1998 de aanleiding vormde tot het beleid waarbij gebieden worden aangewezen (niet gevraagd om ter beschikking gesteld te worden, maar aangewezen) om bij calamiteiten het overtollige water te bergen. Het risico voor velen moet geregeld met minimale maatschappelijke schade. Hij erkende dat de eigenaar van een aangewezen perceel gedupeerd wordt, maar volgens hem is de voorgestelde schadevergoeding beter geregeld en veel ruimer dan landelijk het geval is. Omdat het wettelijk geregeld is dat waterschappen en gemeenten dit moeten regelen, zijn private overeenkomsten geen optie. Riooloverstort staat in principe los van de waterberging, maar kan wel gelijktijdig optreden. Dit probleem is bekend en het betreft rioolinhoud uit de gemeente Tynaarlo. Tynaarlo werkt aan een oplossing en dit staat los van de besluitvorming in Haren. Daarvoor moet de burger bij Tynaarlo zijn. Ook het signaleringssysteem staat los van de besluitvorming: dat is een operationeel systeem, dat in gebruik wordt genomen zodra het gebied is ingericht. Uit onderzoek is gebleken dat de stortplaatsen geen extra maatregelen nodig hebben om verspreiding van schadelijke stoffen te voorkomen: de verspreiding valt wel mee.
De gemeenteraad besloot dat de procedures van start kunnen gaan.

Het raadhuis
Op 6 april ontvingen de raadsleden een brief van het college, waarin gemeld werd dat het college had besloten het raadhuis te gaan verbouwen. Nieuwbouw was daarmee van de baan. Als handhavers van arbowet en brandweerverordeningen sluit het college het raadhuis per 1 oktober. De raadsleden hebben inmiddels een rondleiding door het gebouw gehad en uitleg over de verbouwingsplannen.
Op verzoek van Rene Valkema (CDA) was de brief op de commissieagenda geplaatst. Valkema wilde graag dat ook de kosten-baten van dubbele beglazing worden meegenomen in de plannen. Verder wilde hij weten waar het gemeentepersoneel gehuisvest gaat worden en wanneer de verhuizing plaatsvindt. Blijft de dienstverlening voor de burger in het centrum? Ook herinnerde hij eraan dat de gemeenteraad wel een motie heeft aangenomen waardoor de locatie Hendrik de Vriesplansoen werd geschrapt, maar dat de raad niet heeft verwoord dat het daarom verbouwen moet worden. Ook Jos Stroomer (PvdA) zei dat de keuze voor verbouwen wel erg kort door de bocht was. Zijn fractie is nog steeds nieuwsgierig naar de kosten van nieuwbouw op het Haderaplein. Als nieuwbouw geen reele optie is, wil hij dat graag onderbouwd hebben. Sjoerd Sipma (GL) nam hetzelfde standpunt in: de optie nieuwbouw moet open blijven en dit is te kort door de bocht. Hein Frima (VVD) stelde dat het aannemen van de motie om het plantsoen te schrappen de mogelijkheid van nieuwbouw gewoon open houdt. Verbouwen voor 4,5 miljoen euro, met kans op doorschieten naar boven: voor die prijs, of minder, is volgens een plaatselijke architect best nieuwbouw te realiseren. De VVD wil het college vragen die mogelijkheid toch te onderzoeken.
Menno Visser (D66) vond het prima dat het raadhuis verbouwd gaat worden. Hij stelde voor om in de plannen allerlei energiebesparende maatregelen op te nemen, mits terug te verdienen in 10-15 jaar. Ook Theo Berends (CU) liet het idee van nieuwbouw varen, al had hij graag nieuwbouw gezien, maar het leek hem niet haalbaar. Berends had bedacht dat, waar het huidige raadhuis 3800 m2 is en er bij 2000 m2 een brandwerende voorziening moet worden aangebracht, ergens middenin het raadhuis iets te plaatsen, waardoor elk deel minder dan 2000 m2 groot zal zijn.
Wethouder Boekel stelde dat het college heeft besloten een eind te maken aan 10 jaar praten en onzekerheid: er moet nu echt iets gebeuren. Wij kunnen voor onszelf geen andere maatstaven aanleggen dan voor anderen. Er mankeert van alles aan dit gebouw; het is niet brandveilig. Op het Haderaplein ligt een claim, daar moet geld mee verdiend worden om de kosten van het komplan te betalen. De bevolking wil het oude raadhuis houden. Daar luistert het college naar. Over een week of zes hoopt het college een locatie te hebben voor tijdelijke huisvesting en ja, er wordt naar gestreefd de dienstverlening aan de burger in het centrum te huisvesten. De architect waarover Frima sprak, is bij de burgemeester geweest om zijn plannen voor te leggen en dan word je enthousiast, maar het water staat momenteel te hoog om weer te kunnen reageren op leuke plannen: er moet een keus gemaakt. Die is gemaakt door het college, maar als de raad het beslist anders wil, dan zal het college natuurlijk heroverwegen.
Frima wilde graag weten hoe het gegaan zou zijn als de raad had ingestemd met nieuwbouw in het Hendrik de Vriesplantsoen: dan zou het, met alle procedures, toch wel 2-3 jaar geduurd hebben eer dat gebouw betrokken had kunnen worden. Was het oude raadhuis dan ook per 1 oktober gesloten? Boekel leek de vraag niet te begrijpen: zij bleef volhouden dat de keus steeds was: rigoureus verbouwen en tijdelijk elders huisvesten of het pand voorgoed verlaten. In beide gevallen zou het raadhuis per 1 oktober leeg moeten. Dat het college in september vorig jaar berekeningen voorschotelde waarin tijdelijke huisvesting alleen noodzakelijk was (en dus doorberekend) in de verbouwvariant, was Boekel kennelijk vergeten. Valkema bedacht dat er helemaal geen haast nodig was, als het raadhuis hoe dan ook per 1 oktober ontruimd gaat worden. Tijd genoeg om nieuwbouwplannen door te rekenen en dan een keus te maken. Stroomer steunde hem, maar vroeg zich af of het college al harde toezeggingen had gedaan nieuwbouw te gaan onderzoeken. Visser deed hem de suggestie aan de hand bij de volgende raadsvergadering een motie buiten orde in te dienen.

Nieuwbouwplannen in de Kerkstraat
In het kader van de Openheid en Betrokkenheid, verwoord in het coalitieakkoord, had het college besloten de raad in een vroeg stadium met een brief te informeren over de kaderstelling van voorgenomen nieuwbouwplannen op de locatie Kerkstraat 19-21. Hier wil een projectontwikkelaar een aantal appartementen bouwen met een parkeerkelder eronder. Op voorstel van Helene Geurds (CDA) was deze brief doorgeschoven naar de commissievergadering en dientengevolge gemeld op de gemeentelijk pagina in het Harener Weekblad. Dit bracht enkele omwonenden naar de raadszaal en een van hen, Stefan Deisz uit de Oude Hoflaan, maakte gebruik van zijn recht in te spreken. Deisz had inmiddels de projectontwikkelaar gesproken en van hem begrepen dat de plannen al vergevorderd zijn: door de projectontwikkelaar in februari voorgelegd aan het college en positief beoordeeld door de Welstandscommissie. De plannen wijken af van het bestemmingsplan: een verdieping te hoog, een parkeerkelder eronder en overal vrijwel rechte lijnen. Deisz vreesde toename van verkeer in de Oude Hoflaan en een aanslag op de hoeveelheid zonlicht in zijn achtertuin. In 2002 was aan Deisz schriftelijk toegezegd dat de omwonenden in een vroeg stadium bij de plannen betrokken zouden worden en hij was, nu hem bleek dat de plannen al min of meer vast staan, verontwaardigd over de gang van zaken. De ook aanwezige projectontwikkelaar bevestigde dat de plannen in februari aan het college zijn gepresenteerd: Wij hebben al anderhalf jaar overleg.
Enkele raadsleden toonden zich verrast door de brief van het college. Het bleek een noviteit, waarop zij niet voorbereid waren. Wat is de status van deze brief, wilden Hans Meles (CDA) en Gea van Vliet (VVD) weten. Stellen wij nu de kaders vast? Alle fracties vroegen waarom de bewoners niet eerder geinformeerd zijn. Visser (D66) nam de vragen van de inspreker over en vroeg de wethouder te reageren.
Wethouder Jeroen Niezen legde uit dat deze brief een exponent was van de nieuwe lijn die het college heeft uitgezet. Een informerende brief in een zeer vroeg stadium voor de raad, bedoeld om de raad gelegenheid te geven het college te adviseren. Daarna volgt de kaderstelling en daarna de procedure, waarin ruimte voor betrokkenheid van de omwonenden. In vorige raadsperiodes werd de raad pas in een later stadium bij de plannen betrokken.
Waarom worden de omwonenden niet betrokken bij de kaderstelling, wilde Visser weten. Stuur brieven zoals deze ook meteen naar omwonenden.
De plannen lagen helemaal niet vast, alles was nog mogelijk, benadrukte Niezen. De gemeente kan particulieren niet weerhouden plannen te maken. Deze plannen waren slechts ter toetsing vooraf aan de Welstandscommissie gepresenteerd. Zolang je als gemeente teruggefloten kon worden, bijvoorbeeld door de Welstandscommissie, kun je de burgers niet bij de plannen betrekken.
Bernard Prenger (VVD) begreep wel dat de burgers het gevoel konden hebben dat alles al vast ligt en buiten hen om besloten wordt. Hetzelfde gold voor Theo Berends (CU): Wat mij steekt is dat meneer Deisz zegt dat de projectontwikkelaar al heel ver gevorderd is en u zegt: alles kan nog anders. Toch leeft bij de burger het gevoel: het is al besloten. Ik wil dat we goed nadenken hoe we beter kunnen communiceren met de burgers.
Commissievoorzitter Geurds besloot de discussie met de conclusie dat het college oprecht van plan is omwonenden van bouwplannen eerder bij de plannen te betrekken.
En de tijd zal ons leren hoe vastomlijnd de plannen voor de Kerkstraat nu al zijn. We houden u op de hoogte!

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.