Bijzondere gebedsdienst rond troonswisseling
Gisteravond was er een bijzondere dienst in de Dorpskerk rond de troonswisseling. Ds. Marja de Jager blikt terug: “Het volledig oranjebestuur zat onder ons gehoor. Ook bijzonder omdat het een gezamenlijke dienst was van de Vrijgemaakte Gemeente, de Dorpskerk en de Gorechtkerk. Van elke kerk deed een voorganger mee: ds. Sjaak de Boer, ds. Rudolf Oosterdijk en ik. Elk van ons had een aandeel in de dienst.
Voor wie er niet bij was treft men hieronder de liturgie.
Gebedsdienst bij de Troonswisseling op 28 april 2013 in de Dorpskerk te Haren om 19.00 uur.
Voorgangers: ds. Sjaak de Boer, ds. Marja de Jager, ds. Rudolf Oosterdijk.
Musici: Jan-Arjen Mondria, orgel; Ans Kremer, dwarsfluit;
Dorothea Beutel, cello; Cees ten Berge, klavecimbel.
Preludium: Toccata in e – Johann Pachelbel (1653-1706)
Woord van welkom (ds. De Jager)
Welkom u en jij die gekomen bent – aan de vooravond van de troonswisseling – om met elkaar stil te staan bij wat deze betekent voor het koningshuis en de Nederlandse bevolking.
Een uur om uitdrukking te geven aan onze dankbaarheid om wat koningin Beatrix nalaat;
Een uur om vanuit Bijbels perspectief een licht te werpen op thema’s als vrijheid, democratie en gerechtigheid; Een uur om te bidden voor de nieuwe koning, de regering en de maatschappij waarin we leven.
Ons land staat op het fundament van een lange traditie die geworteld is in Joods-Christelijke normen en waarden. En hier in deze eeuwenoude Dorpskerk liggen ontelbare sporen van mensen die zich verbonden wisten met God en met elkaar. Die echo uit het verleden klinkt door tot op de dag van vandaag. We horen hierin hoe God de mensen aan elkaar gegeven heeft. Elk met zijn naam, betekenis en taak hier op de aarde. De eeuwige, ongeziene God omgeeft ons in tijd en ruimte.
Daarom spreken we aan het begin van deze dienst uit dat onze hulp is in de Naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft. Die trouw blijft tot in eeuwigheid en nooit loslaat wat zijn hand begonnen is te doen. In Naam van die God mag ik u vanavond groeten: Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, zijn Zoon in gemeenschap met de heilige Geest.
Nederland, Holland, de lage landen, wat zijn wij eigenlijk voor land?
Over wat voor land wordt prins Willem Alexander komende dinsdag koning?
Menig fotograaf heeft het geprobeerd in beeld te vangen, menig dichter heeft het woorden gegeven en prinses Maxima zei het ooit zo: ‘Nederland is één koekje bij de koffie’
De dichter Hendrik Marsman – een van de belangrijkste dichters tijdens het interbellum – schreef in 1936 het beroemde gedicht ‘Herinnering aan Holland’. U kent het wel:
‘Denkend aan Holland, zie ik breede rivieren, traag door oneindig laagland gaan’.
Minder bekend van zijn hand is het gedicht ‘Holland’. Op onnavolgbare wijze schetst hij, in slechts vier regels, een beeld van ons land en kleurt dit vervolgens persoonlijk in. Dit is zíjn land, zíjn volk, zíjn thuis. Hier, in dit land, klinkt zijn stem en laat hij zijn afdruk na. Dat is hem genoeg.
Gedicht: H.Marsman
HOLLAND
De hemel grootsch en grauw.
daaronder het geweldig laagland met de plassen;
boomen en molens, kerktorens en kassen,
verkaveld door de slooten, zilvergrauw.
dit is mijn land, mijn volk;
dit is de ruimte waarin ik wil klinken.
laat mij één avond in de plassen blinken,
daarna mag ik verdampen als een wolk.
Zingen: Tussentijds nr. 5 In de veelheid van geluiden
Eerste Schriftlezing: Psalm 72: 1-8
1 Van Salomo.
Geef, o God, uw wetten aan de koning,
uw gerechtigheid aan de koningszoon.
2 Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.
3 Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
en de heuvels gerechtigheid.
4 Moge hij recht doen aan de zwakken,
redding bieden aan de armen,
maar de onderdrukker neerslaan.
5 Moge hij leven zolang de zon bestaat,
zolang de maan zal schijnen,
van geslacht op geslacht.
6 Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,
als buien die de aarde doordrenken.
7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.
8 Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.
Zingen: Psalm 72: 3
Heerse van zee tot zee zijn vrede,
van land tot land zijn lof,
de volken zullen tot hem treden,
zijn vijand likt het stof.
Tarsis en Scheba’s verre stranden,
brengt hem uw overvloed.
Gij koningen van alle landen,
valt deze heer te voet.
Tweede Schriftlezing: Psalm 72: 12-17
12 Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
13 Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.
14 Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
15 Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken,
zonder ophouden voor hem bidden,
hem zegen toewensen, dag aan dag.
16 Er zal overvloed van koren zijn in het land,
zelfs op de toppen van de bergen.
Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon.
Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken
als jong groen op de aarde.
17 Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.
Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.
Zingen: Psalm 72:7
Laat ons de grote naam bezingen
van Hem die Isrel leidt,
want Hij alleen doet grote dingen,
zijn roem vervull’ de tijd.
Looft God de HEER, Hij openbaarde
zijn wonderen, zijn eer.
Zijn heerlijkheid vervult de aarde.
Ja, amen, looft de HEER.
Overdenking n.a.v. psalm 72 (ds. Oosterdijk)
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
De oude koningin treedt af; de nieuwe koning treedt aan. Er is continuïteit: ons land is nooit zonder de hoogste ambtsdrager. De regering gaat ononderbroken door. Tegelijkertijd beleven we dit aftreden en aantreden als een bijzonder moment, als een historisch ogenblik. Dinsdagmorgen maakt een handtekening van Beatrix weer een prinses en van Willem Alexander de koning. Daarna volgt in de Nieuwe Kerk op de Dam de inhuldiging. De koning zweert trouw aan zijn volk. En de vertegenwoordigers van het volk zweren trouw aan de nieuwe koning. Een soort transactie met een fraaie, ceremoniële aankleding. Niet minder en niet meer. Er is wel een kroon aanwezig, maar die ligt als een symbool op een kussen. Willem Alexander krijgt die niet op zijn hoofd. Vinden wij dat in ons hart misschien toch wat te zakelijk? De media blijven tenminste hardnekkig van een kroning spreken. Alsof we de plechtigheid instinctmatig iets religieus toedichten. Het koningschap heeft iets dat boven het alledaagse uitstijgt. Hier is niet een politicus die voor een bepaalde termijn een functie op zich neemt. Hier staat een mens die zich in principe voor de rest van zijn leven met een ambt vereenzelvigt. Je zou Willem Alexander op die dag een plechtigheid toewensen die meer nog dan een inhuldiging tot in lengte van jaren hem een steun in de rug kan zijn.
We hebben vanavond Psalm 72 gelezen. Dat is de psalm van het koningschap. Volgens de traditie is de schrijver ook één van Israëls grootste koningen: Salomo. Hij wist wat het was om dit ambt te dragen.
Hij zingt over de rechtvaardige koning. Over een koning die regeert volgens de waarden en normen die God gegeven heeft. In Bijbelse tijden was zo’n koning een onmogelijkheid. Niet voor niets staan al die koningen in het Oude Testament er gekleurd op. Ze zijn oorlogszuchtig, proberen altijd maar hun grondgebied uit te breiden. Ze verrijken zich ten koste van hun onderdanen en bevoordelen hun eigen stam of familie. Ze roepen zichzelf uit tot halve of hele goden en laten zich graag bewieroken. De koning van Egypte, de koning van Assyrië, net zo goed als die van Babylon of van Perzië. Geen wonder dat de profeet Samuel het niet zag zitten om in Israël een koning te zalven. Als die er dan toch komt, worden hij en zijn opvolgers langs de meetlat van Gods waarden en normen gelegd. En ze worden streng geoordeeld.
Wat is dan de ideale koning van Psalm 72? Dat is de koning die de vrede bewaart. Vrede betekent rust in het land. Vrede brengt de inwoners vrijheid. Zij kunnen zich ongestoord ontplooien. Hun graan laten zij groeien op de hellingen. De heuvels zijn goudgeel van het rijpe koren. En de stad wordt de plaats waar handel en nijverheid bloeien. Vrede betekent welvaart voor heel het volk. Maar Psalm 72 spreekt nooit over vrede alleen. Het is steeds in combinatie met recht. Daar moet de koning ook voor zorgen. Het één kan niet zonder het ander. Hij moet voor de armen zorgen en voor de weerlozen opkomen. Wie onderdrukt wordt, mag op ’s konings zwaard rekenen. En wie bij niemand meer zijn nood kan klagen, moet het oor van de koning hebben. Alleen in vrede kan het recht gedijen. En het recht stelt de grens aan de vrede. Het ideaal van Israëls koning is een herder, een Messiaanse figuur. Niet één die als een god, als een onverschillige majesteit tegenover gewone stervelingen staat. Maar een mens als een dienaar van God, die weet dat hij aan diezelfde God ooit verantwoording verschuldigd is.
Wij leven nu niet meer als in de dagen van het Oude Testament. En het Koninkrijk der Nederlanden is iets anders dan het Gods volk van eertijds. In ons land regeert wel een koning, maar politici maken de dienst uit. We hebben volksvertegenwoordigers en we hebben ministers. In een uitgebalanceerd systeem van onderlinge afspraken en van vertrouwen over en weer maken zij de wetten en besluiten voor ons land. Dat systeem zorgt voor onze vrede, geeft ons vrijheid, helpt ons om ons eigen bestaan op te bouwen. Ieder volk krijgt de regering die het verdient, wordt wel gezegd. En zo is het ook. Wij mopperen graag op “Den Haag”, maar daar zitten wel de mensen die we zelf gekozen hebben. Zoals wij het met elkaar, in de samenleving, moeten zien te vinden – links of rechts, monarchist, orangist of republikein, Christelijk of Islamitisch, gelovig of niet gelovig – zo zullen we het ook met de regering van het moment moeten uithouden. Maar daar is niet alles mee gezegd. Er is nog iets dat daarboven uitgaat. En dat is “recht”. Het recht dat aan vrede en vrijheid zijn grens stelt. Dat is het recht waar Psalm 72 over spreekt. Het recht van ieder mens om gehoord te worden. Het recht van de weerloze op bescherming. Het recht van de arme op ontferming. Het recht van ieder van ons om opgevangen te worden als wij niet of niet meer voor onszelf kunnen zorgen. Over dat recht kunnen wij hier spreken, omdat geloof in God ons verbindt. In de God van Israël en de Vader van Jezus Christus. Over dat recht moeten wij spreken, of anders is deze kerk geen kerk meer.
Ieder systeem heeft zijn grenzen. Ook het systeem van onze politiek. Maar het koningschap is meer dan politiek; het raakt een hele samenleving. En de mantel van de koning mag zich beschermend heenslaan om iedereen die recht zoekt. Onze politiek, ons democratisch systeem heeft het nodig in alle vrijheid te kunnen functioneren. Maar graag onder een koning die vraagt en aanmoedigt. Die aan verantwoordelijkheid herinnert en durft te bekritiseren. Graag onder een koning die van recht voor zijn volk durft te dromen.
Straks staat Koning Willem Alexander in de Nieuwe Kerk. Alle ogen zullen op hem gericht zijn. Dat doet mij denken aan mijn eigen ambtsbevestiging. Houdt u mij ten goede: een koning is heel wat anders dan een predikant. Ik wil mezelf, noch mijn ambtszuster en –broeder hier aanwezig, op één lijn zetten met Neerlands koning. Maar in beide gevallen gaat het wel om een ambt dat een mens op zich neemt. Of eigenlijk: om een ambt dat je als gewoon, sterfelijk mens op je schouders gelegd krijgt. Van Godswege. Ik herinner mij als de dag van gisteren het moment waarop ik ingezegend werd. Ik voel nog de handen van één van mijn hoogleraren, van mijn mentor, van aanstaande collega’s één voor één op mijn hoofd. En ik hoor nog de Bijbelteksten die ze mij meegaven en die mij ook vandaag bemoedigen.
Ik zou wensen dat Koning Willem Alexander ook zo in zijn ambt werd gesteld. Dat na zijn inhuldiging – een transactie, zij het fraai en indrukwekkend ten tonele gebracht – een mens in de naam van God naar voren kwam, de handen op zijn blonde hoofd zou leggen om hem te zegenen. Zo zal het dinsdagmiddag niet gaan. Hij moet het doen met de zegen die wij – vanavond hier en op zoveel andere plaatsen – hem toe bidden.
Maar in de Nieuwe Kerk ligt straks wel de kroon op het kussen. Met op die kroon een kleine wereldbol. En op die wereldbol het kruis. Dat is het teken van Christus die de wereld overwonnen heeft en met Zijn recht en genade nog regeert. Ik hoop dat de nieuwe koning goede nota neemt van dat symbool. Symbool van het recht voor iedereen. En van genade ten slotte voor allemaal, ook voor Willem Alexander van Oranje Nassau – van Amsberg.
Amen.
Muziek: Adagio uit de sonate in g-mol van Joh. Seb. Bach (1685-1750)
Gebeden (ds. De Boer)
God in de hemel, Koning van hemel en aarde, Heer van de tijden,
Naar U komen wij op deze avond,
waarin we als kerken in deze plaats stilstaan bij de a.s. troonswisseling.
Wij willen U danken voor alles wat U ons land en volk gegeven hebt in koningin Beatrix.
Wij danken U dat zij haar gaven en kwaliteiten in grote plichtsbetrachting
heeft willen inzetten en daarbij verbindend heeft gewerkt in onze samenleving.
Wij bidden U of U met haar wilt zijn in de tijd die voor haar ligt.
Zegen haar en geef haar een goede tijd met allen die haar dierbaar zijn.
Wij bidden U voor onze a.s. koning Willem Alexander.
Wilt U met hem zijn en kracht geven voor de taak die hem wacht.
Geef hem wijsheid en zorgvuldigheid, zodat ook zijn koningschap dienstbaar mag zijn
aan een goed samenleven van ons volk. Geef hem in alles uw zegen.
We bidden U ook voor zijn vrouw, onze a.s. koningin Maxima en hun kinderen:
Amalia, Alexia en Ariane. Wilt U hen beschermen en bewaren.
Zij moeten veel ‘inleveren’ vanwege hun positie.
Geef hen de wil om dat met overtuiging te doen en zegen hun leven.
Wij bidden U ook voor prins Friso en zijn vrouw, prinses Mabel, en hun kinderen.
U bent de Schepper van alle leven, en U blijft er voor zorgen,
elke dag die wij hier op aarde van U ontvangen.
Wilt U prins Friso bewaren voor veel extra lijden.
Geef zijn vrouw en kinderen de krachten om deze situatie te dragen.
We bidden U voor onze regering.
Landelijk: geef de ministers en staatssecretarissen wijsheid en moed
om met duidelijk beleid ons volk te regeren, zodat vrede en recht gediend worden.
We bidden U voor alle overheden: provinciaal, en ook plaatselijk.
Wees met de gemeenteraad en het college van B&W hier in Haren.
We bidden U voor de burgemeester, de gaande en de komende.
We bidden U voor de wethouders.
U geeft overheden. Met als doel dat mensen in vrede en veilig kunnen sámen leven.
Wilt U geven dat al onze overheden op die manier hun gezag gebruiken.
We bidden U ook voor ons volk. De inwoners van dit land en van deze plaats.
Veel is onzeker in deze tijd. Onze samenleving in Nederland lijkt op drift.
Vrijheid en veiligheid lijken al meer te botsen.
En eigenbelang gaat zwaarder wegen.
Geef dat we leven in verbondenheid met elkaar.
Wilt U zijn met allen die onzeker zijn geworden:
over hun inkomen, hun baan, hun noodzakelijke behoeften, de zorg die ze nodig hebben.
Help ons om de ander te blijven zien en waar mogelijk en nodig te helpen.
U bent God. Als enige. We danken U dat wij U kunnen en mogen aanroepen.
En dat we de vrijheid hebben om dat in het openbaar te doen.
Wilt U ons horen, in de naam van onze Heer Jezus Christus, die ons leerde bidden:
Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op de aarde,
Geef ons heden ons dagelijks brood,
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,
En leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid. Tot in eeuwigheid.
Amen.
Slotlied: Tussentijds 214 Voor hen die ons regeren
Zegen
Zingen: Gezang 411: 1, 6
Wilhelmus van Nassouwe
ben ik van duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik vrij onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer!
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar te aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.
Geen reacties