De krant die je leest van A tot Z
Zondag 5 december, 2021

dinsdag 19 oktober 2021

Column:

Column Heiko Jan Mein, fysisch chemicus, oktober 2021

Door: Redactie

Gif in de natuur

De herfst is het jaargetijde van gekleurde bladeren, bessen of paddenstoelen. Deze laatste zien er mooi uit, maar kunnen zeer giftig zijn voor mens en dier. Veel mensen denken bij gevaarlijke stoffen aan producten van de chemische industrie, maar de meest giftige stoffen worden door de natuur zelf geproduceerd. Het gaat niet om grote hoeveelheden, maar in de directe leefomgeving vormen ze wel risico’s. Natuurlijk gif maakt onderdeel uit van ons ecosysteem en is geen ‘milieuprobleem’. Die ontstaan vooral door verstorende menselijke/industriële activiteiten.
Schadelijkheid hangt meestal af van stofconcentratie en weerstandsvermogen. Zo kan een stukje paddenstoel met amanitine of strychnine al verlammend of dodelijk zijn. Eén van de giftigste stoffen is botuline-toxine (clostridium-botulinum-bacterie) in o.a. besmet voedsel. Het is 2000 keer dodelijker dan dioxine en 240 miljoen keer giftiger dan het vroegere DDT. In mosselen kan tetrodotoxine zitten, dat 700 keer giftiger is dan cyanide-rattengif. Verschimmelde amandelen of pistachenoten, kunnen cyaniden en kankerverwekkende aflatoxinen bevatten; 10.000 keer giftiger dan glyfosaat-bestrijdingsmiddelen (‘Roundup’). Soms heerst onterecht ‘chemofobie’ voor conserveringsmiddelen. Vaak zijn dit echter antioxidanten, zoals E300 (ascorbinezuur of vitamine-C), die toxine-producerende schimmels en bacteriën tegengaan. Giftige planten en bessen, zoals de taxus (taxol), vingerhoedskruid (digitoxine) en Friese gifsumak, kunnen lever- en nierschade veroorzaken. Als granen of fruit verschimmelen, kunnen citrinen en ergot-alkaloiden ontstaan, die leververgiftiging of hersenziekte veroorzaken. Groenten moeten goed gekookt worden tegen ziekteverwekkers, maar bij herverhitting zet nitraat (o.a. spinazie) zich om in kankerverwekkend nitriet. Gifstoffen van dieren, zoals gifkikkers, kwallen of gifslangen en van bacteriën, schimmels zoals salmonella, stafylokokken, of virussen (DNA/eiwit-deeltjes), zijn vaak te bestrijden met antistoffen/vaccins of antibiotica. Helaas niet altijd eenvoudig, zoals bleek tijdens de coronapandemie. Tenslotte zijn er nog gevaarlijke mineralen, giftige bodemgassen, -vloeistoffen en natuurlijke radioactieve straling of stoffen. In de directe omgeving vormen deze ‘natuurproducten’ een minstens zo groot risico als kunstmatige stoffen. Ze horen echter thuis in een gezond ecosysteem, dat we om meer risico’s te voorkomen, niet verder mogen verstoren of vervuilen.

Heiko Jan Mein, fysisch chemicus.

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.