De krant die je leest van A tot Z
Donderdag 21 oktober, 2021

zondag 26 september 2021

Nieuws:

Dorpsgenoot met een verhaal “Ik ben de enige die tegen zijn eigen doodskist kan schoppen”

Door: Redactie

“Ik heb alvast mijn kist laten maken, precies zoals ik die hebben wil”, zegt schoendesigner Wopke Grobben (50) uit Haren met een provocerend lachje. Hij wijst op de zwarte lijkkist, die in zijn woning in De Biotoop voorlopig als salontafel dienst doet. “Ik heb er al één nacht in geslapen en ik kan je zeggen: dat ligt beroerd, want je kunt je niet omdraaien.”

De anekdote van de doodskist is veelzeggend, maar doet toch geen recht aan deze Grobben. Je zou namelijk kunnen denken dat hij een beetje gek is, maar eenmaal in gesprek wordt duidelijk dat hij dat beslist niet is. Nee, Grobben leeft gewoon heel intuïtief. Een mens kan niet dichter bij zichzelf blijven dan hij dat doet. Hij is levenskunstenaar en ambachtsman tegelijk. Hij behoorde tot 2008 tot de internationale top van schoenontwerpers en prijkte op covers van glossy’s en modebladen. Wie zijn naam intikt op Google, weet genoeg.

Tekst gaat verder onder de foto.

Kromgetrokken vingers
“Kunst is niet vaag, het is een vak, waar je keihard voor moet werken”, zegt hij en toont dan zijn kromgetrokken vingers. “Finaal kapot gewerkt bij het maken van schoenen. En ik loop intussen ook met een stok om niet om te vallen, wat geregeld is gebeurd. Ik ben gewoon op.” Wopke Grobben heeft tien paar schoenen in een enigszins chaotisch gelid rond zijn doodskist staan, allemaal met eigen handen vervaardigd. Zelfs wie er geen verstand van heeft, die ziet dat het stuk voor stuk schitterende ontwerpen zijn, waarmee de drager zich onderscheidt.

Pietje Debiel

In zijn gloriejaren, waarin hij de hele wereld bereisde, was het ontwerpen van schoenen een ritueel, waarbij hij de opdrachtgever veel vragen stelde. “Ik wilde alles van hem of haar weten, want schoenen hebben te maken met de manier waarop je in het leven staat. Je lichaamshouding wordt erdoor bepaald. Probeer het verschil maar eens tussen een platte schoen en een schoen met hak. Je uitstraling is dan heel anders. Als je schoenen kut zijn, dan voel je je een Pietje Debiel, dat is gewoon zo.”

Glitter & glamour
De naam ‘Wopke’ was een begrip in de nationale en internationale jetset en stond garant voor unieke schoenen waarmee celebrities graag gezien wilden worden. Het kon niet anders of Wopke moest zich ook in die kringen van schone schijn begeven: glitter & glamour. “Ik moest eraan meedoen”, zegt hij. “Fotoshoots, modeshows, media, parties, sex, drugs. Het was allemaal nodig om succesvol te kunnen zijn. Maar ik ben er wél door opgebrand. Werkweken van zeventig uur waren geen uitzondering. Het was slopend.” Toen de fabriek Lisa Tucci leveringsproblemen met zijn modellen kreeg, stagneerde de verkoop en dat luidde het einde in van zijn reis naar de top. Daar kwam in 2009 de crisis bij. Grobben begon aan een glijvlucht omlaag met gezondheidsproblemen en schulden.

Tekst gaat verder onder de foto

Zo kan het gaan
“Kijk hoe ik hier woon”, zegt Wopke Grobben. “Zo kan het dus gaan. Dat is het verhaal. Ooit beroemd, maar nu dooft de vlam langzaam hier in De Biotoop. Het huren is betaalbaar en dat telt. Er wonen leuke creatieve mensen, maar als ik geld had…dan woonde ik nog steeds in de binnenstad, hoor.” Door dit gesprek zou je Wopke Grobben kunnen zien als een tragische figuur, maar dat is hij niet. Hij weet zelfs van de teloorgang nog een mooi verhaal te maken, waarbij hij zich niet beklaagt. Integendeel, hij is blij met alles wat hij heeft bereikt en beleeft ook deze levensfase als een avontuur, waarvan je kunt leren. Hij ontwerpt nog steeds schoenen, maar echt ‘back in business’ zal hij niet meer komen. Zijn gezondheid is te zwak. “Bovendien heb ik al twintig jaar HIV. Maar daar gebruik ik medicijnen voor.”

Hoe het begon

Als we de oorsprong van deze kleurrijke persoonlijkheid willen ontdekken, moeten we terug naar 1975. Kleine Wopke, amper vier jaar oud, gaat naar de kleuterschool in Soest. Hij ontvluchtte reeds daar de verstikkende structuren, zat meestal te tekenen en deed niet wat van hem werd verwacht. “Mijn moeder snapte niets van me”, zegt hij. Later sleutelde hij dag en nacht aan zijn brommer, een rode Honda die als meubelstuk nog steeds in zijn woonkamer staat. Op het vwo zat hij vooral te dromen, zegt hij. “Ik was elf jaar toen ik voor het eerst gedichten van Jules Deelder las. Van hem leerde ik dat het ook anders kon. Maar in de bibliotheek wilden ze die boeken niet uitlenen, omdat ik te jong was.” De drang naar ongebaande wegen was geboren. “Herman Brood werd óók een voorbeeld voor mij. Die had schijt aan alles en leefde zoals hij dat wilde.”

Wopke Grobben probeerde opleidingen autotechniek. Hij werkte in de bouw, op een boerderij en in een autofabriek. Maar hij ervaarde het allemaal als een dwangbuis, die hem belemmerde. Hij verloor toen zijn hart aan schoentechniek en ging die opleiding volgen. Daar bloeide hij op en vloeide het vakmanschap samen met zijn grote creativiteit. Wopke Grobben werd schoendesigner en de rest is geschiedenis. Wat je noemt, een Harenaar met een verhaal! Volg hem op Facebook: @WopkeShoesDesign.


Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.