Niezen in de bres voor Handy-pand

De Harense wethouder Jeroen Niezen van Ruimtelijke Ordening wil sloop van het Handypand aan Rijksstraatweg 101 proberen te voorkomen. Dat valt, in een tussenzin, te lezen in een open brief die hij onze webredactie stuurde.De brief is eigenlijk een reactie op de columbn ‘Harense kwaliteit’, die onze vaste columnist Cees Bosman publiceerde in Haren de Krant. Bosman vroeg zich af wat Harense kwaliteit dan wel inhoudt. Niezen schetst in zijn brief zijn interpretatie van dat begrip en geeft de lezer een inkijkje in zijn denken over ‘ruimtelijk Haren’. Wie de kersverse wethouder wil leren kennen, zou dit stuk moeten lezen. Het is de schildering van Haren zoals hij dat waarschijnlijk gaat proberen te behouden.
In het genoemde stuk, dat we hieronder dus maar integraal publiceren, staat te lezen dat de wethouder het Handypand wil behouden, omdat het behoort bij het beeld van ‘Harense kwaliteit.
[b]Open brief van de wethouder aan onze webredactie:[/b]
Ik loop al weken in mijn hoofd met de column over Harense kwaliteit. Ik gebruik die woorden zelf ook vaak omdat ik daar wel een beeld bij heb. Als eerstverantwoordelijke voor de Harense kwaliteit wil ik daarom toch nog eens reageren op je stukje, in de hoop dat dat ook ergens het internet bereikt. Ik hoop namelijk dat meer mensen zich hier eens over uitspreken, omdat kwaliteit in mijn ogen vooral een consensusbegrip moet zijn. In die zin zie ik dit als een open brief.
Maar nu over de inhoud. Harense kwaliteit associeer ik altijd met een fietstocht door Haren. Je hebt namelijk dan het juiste tempo en bent toch onderdeel van je omgeving. De indrukken die dan op doet kleuren je beeld van Haren. Het is wel belangrijk welke route je dan volgt, en hoe je om je heen kijkt. Waar je naar moet kijken dat zijn vooral de ruimtelijke zaken. Persoonlijk kijk ik naar de straat, de breedte, het materiaalgebruik; de bermen, liefst een groene berm en nog liever een boomwal met dan bij voorkeur zo hier en daar een monumentale eik en zo hier en daar wat kreupelhout en een verdwaalde braam; het trottoir dat bij voorkeur niet te breed is, en gemaakt is van asfalt. Dan kijk ik naar de tuinen en huizen. Ruimte, groen en diversiteit is waar het daarbij om gaat. In de tuinen gaat het vooral om groen en hagen, liefst natuurlijk aangevuld met een slordig geparkeerde oude boom, die net even te veel licht wegneemt. De tuinen moeten vooral niet allemaal even groot zijn, en een enkele woning mag best wat dichter bij de weg staan. Over het algemeen moet de voortuin toch wel wat dieper zijn, zodat de weg een laan wordt. Ook bij de huizen staat de diversiteit voorop, oud, nieuw, mooi en lelijk, alles mag. Maar natuurlijk zijn het de pareltjes, de wat oudere panden met een mooie architectuur, die de totale beleving op een hoog peil brengen.
De route die ik dan fiets gaat natuurlijk langs de mooie lanen die als het ware de ruggengraat van Haren vormen. Ik denk daarbij onder andere aan de Jachtlaan, de Rijksstraatweg, de Westerse Drift, de Onnerweg en ga zo maar door. Want wat essentieel is aan Haren, is dat de structuur van wegen organisch gegroeid is en onveranderd is gebleven. Je moet dus altijd via deze hoofdroutes rijden, en je indruk van Haren wordt daarmee automatisch mede bepaald door deze straten. Het is dan ook niet erg dat er minder mooie straten als het ware in de luwte van deze hoofdstructuur liggen. Het is een vrij natuurlijke ordening, waarbij de mindere straten als het ware de massa vormen waarbinnen de mooie straten excelleren. Voor de wat grotere, nieuwere buurten ligt dat wat anders. Ik beschouw de Molenbuurt, Oosterhaar en Maarwold dan ook als Harense kwaliteit in wording: hier ontbreekt het historische karakter van oude panden en oude bomen. Alleen de tijd kan de Harense kwaliteit hier tot stand brengen, al zal het lastig zijn om de gewenste diversiteit op peil te brengen.
Ik ben mij er van bewust dat ik in deze beschouwing de buitendorpen en het buitengebied geen recht doe, want ook hier bevinden zich vele plekken en kenmerken die ik direct als Harense kwaliteiten kan aanmerken.
Wat ik wel belangrijk vind, is om ook wat met deze inzichten te doen. Dat is voor mij ook een belangrijke essentie van mijn wethouderschap. Ik doe dat vooral door het goede te behouden, en kwaliteit als uitgangspunt voor ontwikkeling te hanteren. Voorbeelden die op dit moment spelen zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Handy-pand, dat ik alsnog probeer te behouden, en de uitwerking van de plannen voor Haren noord (DHE), waarin het collectieve kwaliteitsbesef een plaats moet krijgen in de uitwerking van de stedenbouwkundige deelplannen. Dat wil ik vooral doen door samen met omwonenden groenstructuurplannen te maken, waarbij het groen de metafoor is voor de Harense kwaliteit. In de komende periode proberen we de samenwerkingsovereenkomst met marktpartijen zo in te richten dat dit ontstaansproces de volledige ruimte krijgt. Eigenlijk is het heel simpel: Harense kwaliteit is Harense eigenheid, en dat moeten we koesteren.
Geen reacties