De krant die je leest van A tot Z
Zondag 5 december, 2021

donderdag 21 oktober 2021

Nieuws:

Partij voor het Noorden wil heropening dossier ‘herindeling’

Door: Redactie

Op verzoek van het Burgercomité Haren heeft de statenfractie van de Partij voor het Noorden zich opnieuw gebogen over de gemeentelijke herindeling Haren-Groningen (2019). De partij lijkt net als het Burgercomité van mening, dat het proces niet goed is doorlopen en dat de uitkomst (fusie) discutabel was en is.

Statenlid Leendert van der Laan van deze partij: “Ook bij het Burgercomité Haren leven nog veel vragen. Vragen waar wij als politieke partij ook geen antwoorden op hebben. Het Burgercomité Haren heeft ons vragen gesteld waar wij als PvhN ook geen antwoorden op hebben ontvangen van GS. De actualiteit van deze week zoals het niet doorgaan van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Scherpenzeel en het kritische rapport van de Raad van Europa over de bestuurscultuur in Nederland maken dat de vragen nog steeds actueel zijn. Daarom blijft de PvhN samen met het Burger Comité Haren geïnteresseerd in de antwoorden. Hoewel de meerderheid van de inwoners van de gemeente Haren geen herindeling wilde, kwam deze er toch.
Daarom 28 schriftelijke vragen omtrent de herindeling van Groningen, Haren en Ten Boer.”

De statenfractie blijkt bereid het dossier opnieuw te openen en bestookt deze weken het College van GS met een aantal uitgebreide kritische vragen. De complete vragenlijst treft u hieronder aan.

Vragen van PvhN over de herindeling Haren-Groningen.

Statenvragen van de Partij voor het Noorden Statenfractie aan het College van Gedeputeerde Staten op grond van artikel 67 Reglement van orde.

Geacht College,

Naar aanleiding van gesprekken met de Stichting Burgercomité Haren heeft de Partij voor het Noorden een groot aantal vragen ontvangen van deze Stichting met betrekking tot het handelen van de Provincie Groningen jegens de gemeente Haren en haar burgers met het oog op de door de Provincie gewenste samenvoeging van deze gemeente met de gemeenten Groningen en Ten Boer.

De Partij voor het Noorden kon op een aantal vragen geen antwoord geven en vandaar dat wij deze nog openstaande vragen naar u sturen ter beantwoording aan ons opdat wij de betreffende antwoorden aan de Stichting kunnen geven. Wij hebben één vraag toegevoegd namens de Partij voor het Noorden. De Stichting Burgercomité Haren en de Partij voor het Noorden hebben gezamenlijk deze vragen opgesteld. U begrijpt dat wij daarom ook hevig geïnteresseerd zijn in alle antwoorden.

Schriftelijke vragen:
Om welke redenen heeft de Provincie Groningen vanaf 2012 aangestuurd op een samenvoeging van de gemeente Haren met de gemeenten Groningen en Ten Boer, terwijl zij als financieel toezichthouder op de gemeenten ervan op de hoogte was dat de gemeente Groningen er financieel slecht voor stond en wist dat de Visitatiecommissie ‘Bestuurlijke Toekomst Groningen’ in haar rapport Grenzeloos Gunnen ((blz. 73) had geconstateerd dat de stad Groningen tegen financiële grenzen aanloopt?

Welke rol heeft een tijdens de kabinetsformatie in 2012 door de onderhandelaars van de VVD en CDA gemaakte afspraak over de wenselijkheid van samenvoeging van de gemeente Haren met de gemeente Groningen gespeeld bij de standpuntbepaling door het toenmalige College van Gedeputeerde Staten en de daarin vertegenwoordigde coalitiepartijen PvdA, VVD, D66, ChristenUnie en GroenLinks over de bestuurlijke toekomst van de gemeente Haren?

Om welke redenen heeft het in april 2015 aangetreden College van Gedeputeerde Staten op enig moment na 1 september 2015 gemeend zich ten aanzien van de gemeente Haren en haar burgers niet meer gebonden te hoeven achten aan zijn besluit om niet eigenstandig gebruik te maken van zijn bevoegdheid om herindelingsvoorstellen te doen, als daarvoor bij de betrokken gemeenten geen draagvlak bestaat, zoals vastgelegd in zijn brief van 1 september 2015 aan de Staten en met instemming van de Staten opgenomen in het provinciale beleidskader voor gemeentelijke herindeling?

Hoe heeft het toenmalige College bij het nemen van zijn besluit om de gemeente Haren te dwingen tot open overleg met de gemeenten Groningen en Ten Boer, in afwijking van de afspraak in het Collegeakkoord provincie Groningen 2015-2019 om gemeenten niet te dwingen tot herindeling en het Collegebesluit van 1 september 2015 tot formalisering van deze afspraak, de belangen van de gemeente Haren en haar burgers afgewogen in het licht van:
de rechtsplicht tot inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en het fair play beginsel, en
het voorzienbare risico dat door dit afwijken de burgers van Haren duurzaam zouden worden geconfronteerd met (forse) bezuinigingen en lastenverhogingen met ingrijpende gevolgen daarvan voor hen en hun collectieve voorzieningen?

Heeft het toenmalige College van Gedeputeerde Staten zijn voornemen om ten aanzien van de gemeente Haren wel eigenstandig gebruik te maken van zijn bevoegdheid om een herindelingsvoorstel te doen, vóór 30 maart 2016 kenbaar gemaakt aan of besproken met de Statenfracties van de coalitiepartijen of met alle Statenfracties? Ingeval uitsluitend de coalitiefracties werden geïnformeerd: waarom niet de andere Statenfracties, gelet op de omstandigheid dat alle Statenfracties hadden ingestemd met het in de brief van 1 september 2015 verwoordde besluit?

Waarom heeft de Provincie in het herindelingsadvies geen melding gemaakt van het besluit van het College van Gedeputeerde Staten dat het niet eigenstandig gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om herindelingsvoorstellen te doen, als daarvoor bij de betrokken gemeenten geen draagvlak bestaat, zoals vastgelegd in zijn brief van 1 september 2015 aan de Staten en met instemming van de Staten opgenomen in het provinciale beleidskader voor gemeentelijke herindeling? Heeft de Provincie zich gerealiseerd dat hierdoor de Minister van BZK, de Afdeling advisering van de Raad van State en de wetgever (regering en parlement) niet juist en onvolledig werden geïnformeerd en de belangen van de gemeente Haren en haar burgers werden geschaad?

Waarom heeft de Provincie Groningen nagelaten onderzoek te (laten) doen naar het financiële perspectief van de gemeente Groningen en van het door haar gewenste Groot-Groningen, nadat de Arhi-procedure was gestart? Het was de Provincie als financieel toezichthouder immers bekend dat de gemeente Groningen ernstige structurele financiële problemen had en dat er geen goede redenen waren om aan te nemen dat een combinatie van Groningen, Haren en Ten Boer zou leiden tot een substantieel beter financieel perspectief dan dat van de stad alleen? Of had de Provincie redenen om aan te nemen dat het wel mee zou vallen met de financiën van de gemeente Groningen en, zo ja, welke?

Getuigt het volgens het College van Gedeputeerde Staten van een zorgvuldige voorbereiding van het Herindelingsadvies dat de in vraag 7 bedoelde onderzoeken achterwege zijn gebleven en in het rapport Verkenning gemeentelijke herindeling Groningen, Haren en Ten Boer (2 juni 2021) over de financiële situatie van Groningen slechts één zin werd opgenomen, namelijk ‘Voor Groningen geldt dat sprake is van een financieel robuuste situatie, met een stevige begroting.’ en over het perspectief van de nieuwe gemeente zonder enige feitelijke onderbouwing wordt gesteld: ‘De nieuwe gemeente zal financieel robuust zijn. Dit komt tot uitdrukking in de omvang van de begroting en een gezonde reservepositie (waar dat nu voor Haren en Ten Boer afzonderlijk niet geldt) en het benutten van efficiency-voordelen.’?
Graag een reactie, mede in het licht van het standpunt van de regering, zoals dit tijdens de behandeling door de Tweede Kamer van het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer door minister Ollongren van BZK werd verwoord: ‘Inwoners [van een op te heffen gemeente] hebben er recht op dat [zij terechtkomen in een gemeente waar] de financiën op orde zijn en zo wordt er ook naar gekeken.’ en de beschouwingen in hoofdstuk 8 van het Handboek gemeentelijke herindeling (ministerie van BZK, maart 2014).

Naar verluidt heeft het na de herindeling aangetreden College van burgemeester en wethouders van Groningen begin 2019 serieus overwogen om, gelet op de financiële situatie van de nieuwe gemeente, de artikel 12-status aan te vragen. Dat daarvoor inderdaad alle reden was, blijkt uit de BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2020, waarin de resultaten van de 100.000+ gemeenten op basis van de jaarrekening 2018 zijn vergeleken. De gemeente Groningen staat onderaan de lijst met rapportcijfer 4. Zie bijlage 1. De schuld van de gemeente bedroeg op 31 december 2018, de dag vóór de herindeling, € 1.357.000.000,-.
Onderschrijft het College het oordeel van het Burgercomité Haren dat het toenmalige College van Gedeputeerde Staten de regering, en indirect, de Afdeling advisering van de Raad van State en de Tweede en Eerste Kamer bewust de financiële positie van de gemeente Groningen ten onrechte rooskleuriger voor te stellen dan die van de gemeente Haren? Graag een nadere toelichting.

Kan het College van Gedeputeerde Staten toelichten waarom, in aanvulling op een in 2014 verricht financieel onderzoek door Berenschot in opdracht van de gemeente Haren, de Provincie in 2016 nog vier rapporten over de financiën van Haren nodig achtte, terwijl geen enkel onderzoek nodig werd geacht naar de financiële positie van de gemeente Groningen? Dit riekt naar een bewust ongelijke en vooringenomen behandeling. Temeer omdat, zoals prof. dr. M.A. Allers in zijn rapport Financiële positie Haren: reden tot herindeling? (COELO, augustus 2016) constateerde, uit de brieven van de provincie uit 2014 en 2015 aan de gemeenteraad van Haren in het kader van het financiële toezicht op geen enkele wijze bleek dat de gemeente Haren in financiële problemen was of dreigde te komen. Graag een onderbouwde reactie.

Waarom heeft het toenmalige College van Gedeputeerde Staten de gemeente Haren in 2017 en 2018, in aanvulling op preventief financieel Arhi-toezicht ex artikel 21 Wet arhi, onder regulier preventief financieel toezicht geplaatst, hoewel de gemeente in beide jaren een sluitende begroting had, terwijl de gemeente Groningen niet onder regulier preventief financieel toezicht werd geplaatst, hoewel zij voor het jaar 2017 niet tijdig een (sluitende) begroting had vastgesteld? Graag een onderbouwde reactie.

Op 12 oktober 2017 werd het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer ingediend bij de Tweede Kamer. Hieruit bleek dat de regering op advies van de Afdeling advisering van de Raad van State had gekozen voor een reguliere samenvoeging waarbij ook de gemeente Groningen werd opgeheven. Volgens artikel 21 Wet arhi bracht dit mee dat de gemeente Groningen alsnog onmiddellijk door de Provincie onder preventief Arhi-toezicht diende te worden geplaatst en dat dit toezicht feitelijk diende te worden uitgeoefend. Heeft het toenmalige College zorgvuldig uitvoering gegeven aan deze wettelijke verplichting, die in dit geval strekte tot de bescherming van de burgers van de gemeenten Haren en Ten Boer tegen ‘potverteren’? Zo niet, waarom niet?

In het Herindelingsadvies (blz. 39) staat dat door het niet opheffen van de gemeente Groningen wordt voorkomen dat er talloze administratieve wijzigingen nodig zijn. ‘Denk hierbij aan: gemeentenummer, fiscale nummers, pensioenen van medewerkers, betalingsgegevens en de verwerking daarvan in de gemeentelijke ICT-systemen en communicatie-uitingen.’ Omdat de wetgever koos voor een reguliere samenvoeging dienden deze administratieve wijzigingen wel te worden uitgevoerd. Kan het College van Gedeputeerde Staten aan de hand van de toepasselijke stukken aantonen dat deze administratieve wijzigingen door de gemeente Groningen tijdig zijn uitgevoerd en wat de kosten hiervan zijn geweest?

Waarom heeft de voorzitter van het toenmalige College van Gedeputeerde Staten in de zomer van 2016 en in januari 2017 gedeputeerde Brouns niet openlijk gecorrigeerd naar aanleiding van de door hem gegeven interviews aan de internetkrant Groot-Groningen, respectievelijk Binnenlands Bestuur, waarin hij zich op een ongepaste manier had uitgelaten over de financiën en bestuurskracht van de gemeente Haren, met de kennelijke bedoeling deze gemeente zwart te maken? Is dit verenigbaar met de wettelijke taak van de Commissaris van de Koning toe te zien op een goede samenwerking met gemeenten en op integer handelen?

Kan het College toelichten waarom het toenmalige College van Gedeputeerde Staten, bij monde van gedeputeerde Brouns, in de mondelinge toelichting aan de Statencommissie Bestuur en Financiën op 13 april 2016 op het Collegebesluit van 30 maart 2016:
het oordeel van de onderzoekers van B&A over het resultaat van de bestuurskrachtanalyse als volgt heeft weergegeven: ‘een hele dikke nee …, tenzij’; dit terwijl de onderzoekers zelf op 14 maart 2016 in de raadsvergadering van Haren hadden toegelicht dat zij hadden gekozen voor ‘nee, tenzij’, maar dat ‘ja, mits’, en ‘nee, tenzij’ elkaar natuurlijk raken, dus: dichtbij elkaar liggen.’? en
heeft nagelaten te vertellen dat de onderzoekers, met instemming van de Provincie, aan de gemeente Haren een concreet advies hadden gegeven hoe zijzelf de geconstateerde tekortkomingen ongedaan kon maken?

Waarom heeft het toenmalige College van Gedeputeerde Staten bij het geven van opdracht aan B&A tot toetsing van het ontwerp van het verbeterplan Beterr Haren, dat het College van burgemeester en wethouders van Haren op 31 mei 2016 aan de gemeenteraad ter vaststelling had aangeboden, niet het in maart 2016 door B&A gegeven advies aan de gemeente Haren hoe de geconstateerde tekortkomingen ongedaan konden worden gemaakt, als toetsingskader meegegeven? Was dit niet wel zo fair geweest tegenover de gemeente Haren, temeer omdat de gemeente dit advies als leidraad had gebruikt bij de voorbereiding van het verbeterplan? Waarom heeft het toenmalige College nagelaten het gemeentebestuur van Haren vooraf te informeren over de voorgenomen opdrachtverstrekking, zoals volgens de Gedragscodes voor organisatieadviesbureaus en organisatieadviseurs behoort te gebeuren?

Kan het College verklaren hoe het kon gebeuren dat:
De conclusies van genoemd B&A-rapport d.d. 10 juni 2016, waarin het ontwerp-verbeterplan van Haren was getoetst, door het toenmalige College in hun besluit van 28 juni 2016 werden gebruikt als reden tot afwijzing van het verbeterplan Beterr Haren, zoals dit door de gemeenteraad van Haren op 15 juni na ingrijpende amendering van de ontwerpversie van Beterr Haren was vastgesteld en op 20 juni 2016 op het punt van de financiële ombuigingen nader was ingevuld? en
in het Herindelingsadvies en de memorie van toelichting niet is vermeld dat genoemd B&A-rapport betrekking had op het ontwerp van het verbeterplan en dat dit verbeterplan door de gemeenteraad van Haren op 15 juni 2016 na ingrijpende amendering definitief is vastgesteld?
en hierbij ook aangeven hoe een en ander zich verhoudt tot het zorgvuldigheidsbeginsel?
Zo niet, waarom niet?

Kan het College bij de Partij voor het Noorden en het Burgercomité Haren de indruk wegnemen dat het toenmalige College door de wijze waarop het besluit van het toenmalige College tot afwijzing van het door de raad van Haren vastgestelde verbeterplan in het Herindelingsadvies en de memorie van toelichting bij het herindelingswetsvoorstel werd verwoord, het risico heeft genomen dat minister Plasterk en de wetgever niet juist werden geïnformeerd?

Wat heeft de voorzitter van het toenmalige College gedaan om te voorkomen dat op 28 juni 2016 het vastgestelde verbeterplan van Haren zou worden afgewezen op basis van inmiddels achterhaalde conclusies van het Toetsingsrapport Aanpak Beterr Haren, omdat dit rapport geen betrekking had op het definitieve verbeterplan, aangezien hij redelijkerwijs moet hebben geweten dat de gemeente(raad) en de burgers van Haren met dit besluit onrecht zou worden aangedaan?

Naar aanleiding van de afwijzing op onjuiste gronden van het door de raad vastgestelde verbeterplan Beterr Haren door het toenmalige College in zijn besluit van 28 juni 2016 en het ontbreken van enige aanwijzing dat de Provincie de moeite had genomen dit verbeterplan zorgvuldig te beoordelen, gaf de Stichting Burgercomité Haren aan prof. dr. M.A. Allers, directeur van het COELO opdracht om te beoordelen of de gemeenteraad van Haren met dit verbeterplan een toereikend antwoord had gegeven op de in de diverse rapporten geconstateerde financiële tekortkomingen. In zijn rapport (blz. 4) kwam hij tot de conclusie dat de gemeente Haren met voldoende politieke wil haar financiële probleem zelf kon oplossen door uitvoering van het vastgestelde ombuigingspakket. ‘De voorgestelde combinatie van belasting verhogen en bezuinigen maakt het mogelijk begrotingsoverschotten te realiseren. Daarmee kan de reservepositie worden verstevigd en de schuldpositie verlaagd. Zo wordt de begroting van Haren flexibeler en zal de gemeente weer beter in staat zijn tegenvallers op te vangen en nieuwe prioriteiten te bekostigen.’
Door het toenmalige College, bij monde van gedeputeerde Brouns, werd het rapport van prof. Allers, zonder deugdelijke onderbouwing onmiddellijk afgewezen. Deze reactie was voor de raad van Haren reden om op 5 september 2016 bij motie uit te spreken dat de gemeente Haren niet langer mee zou werken aan de voorbereiding van de herindeling. Dit was voor de Provincie aanleiding om, zonder wettelijke grondslag, het gemeentebestuur en de raad van Haren de facto buitenspel te zetten door mevrouw Kool aan te stellen om bij de opstelling van een personeelsconvenant van Groningen en Ten Boer de belangen van het gemeentepersoneel van Haren te behartigen, en bij de opstelling van een bestuursovereenkomst van Groningen en Ten Boer die van de inwoners van Haren.
Hoe beoordeelt het College van Gedeputeerde Staten, mede gelet op de onderbouwing van het Collegebesluit van 28 juni 2016 tot afwijzing van het verbeterplan en het zorgvuldigheidsbeginsel, de weigering van het toenmalige College om met de gemeenteraad van Haren in gesprek te gaan over het in zijn motie van 5 september 2016 vervatte verzoek de artikel 8 Wet arhi-procedure te stoppen, op basis van het rapport Beterr Haren, het uitgewerkte ombuigingsplan van de gemeenteraad van 21 juni 2016 en het COELO-rapport en de besluitvorming van de gemeenteraad?

De wijze waarop de Provincie is omgegaan met het verbeterplan van Haren en het COELO-rapport, wijst erop dat de Provincie weliswaar in haar besluit van 30 maart 2016 de gemeente Haren de kans had geboden aan te tonen dat zij zelfstandig kon blijven door het ongedaan maken van de geconstateerde tekortkomingen en dat de inwoners hiermee het best werden gediend, maar toen Haren deze kans had benut, de Provincie de gewekte verwachting niet wilde nakomen. Deelt het College van Gedeputeerde Staten dit oordeel? Zo nee, waarom niet?

Waarom heeft het College van Gedeputeerde Staten toegestaan dat de gemeente Groningen bij het opmaken van de jaarrekening 2018 van de gemeente Haren een andere methodiek heeft gebruikt dan de methodiek volgens welke de gemeente Haren met instemming van de Provincie en de voor deze gemeente werkzame accountant BDO haar begrotingen en jaarrekeningen placht op te stellen? Is het vermoeden van juist dat de keuze voor een andere methodiek het resultaat van de jaarrekening 2018 kan hebben beïnvloed? Zo nee, waarom niet?

Wat is het oordeel van het College van Gedeputeerde Staten over het verschil in opvatting over de verbindendheid van de op 20 december 2016 door het gemeentebestuur van Groningen ondertekende en op 15 februari 2017 door de raad van Groningen vastgestelde Bestuursovereenkomst Herindeling Groningen-Ten Boer-Haren, van enerzijds de regering, zoals die op 17 april 2018 in de Tweede Kamer is verwoord door minister Ollongren van BZK, en van anderzijds het gemeentebestuur van Groningen, zoals verwoord in besluiten van het Noordelijk Belastingkantoor tot afwijzing van bezwaarschriften tegen de afvalstoffenheffing 2021.?

Sinds 1 januari 2019 is het niveau van lokale lasten voor de inwoners, ondernemers en sportverenigingen van de voormalige gemeente Haren zeer fors gestegen als gevolg van de wijze waarop de gemeenteraad van Groningen heeft gemeend invulling te moeten geven aan de wettelijk voorgeschreven harmonisatie van belastingen en tarieven. Namelijk door vrijwel alles op te trekken naar het niveau in de stad. Hoe kijkt het College van Gedeputeerde Staten hier tegenaan, gelet op:
de door het toenmalige College in zijn brief van 28 juni 2016 genoemde overweging dat samenvoeging van de gemeente Haren met de gemeenten Groningen en Ten Boer nodig was om de burgers van Haren te beschermen tegen ‘de ingrijpende gevolgen van de forse opgaven tot verbetering van het kwetsbare financiële perspectief van Haren (bezuinigingen en lastenverhogingen) en de ingrijpende gevolgen daarvan voor haar inwoners en collectieve voorzieningen (…)’;
de volgende passage in het Herindelingsadvies (blz. 30): ‘Zo is [in het verbeterplan van de gemeente Haren] vanaf 2017 een aanzienlijke verhoging van de OZB voorzien waardoor in 2023 een aanvullende OZB-opbrengst (woningen en niet-woningen) wordt gegenereerd van € 1,2 miljoen. Ten opzichte van de OZB-opbrengst in 2016 (€ 4,4 miljoen) betekent dat een stijging van 28,5%.’;
de volgende passage in het Handboek gemeentelijke herindeling (blz. 49): ‘De harmonisatie van belastingen en tarieven is een belangrijk onderdeel van het financiële plaatje van de nieuwe gemeente. Het is daarmee een politiek gevoelig onderwerp. Bij een herindeling wordt veelal beoogd de kwaliteit van de dienstverlening te versterken, zonder dat de lasten voor de burgers toenemen. Het verhogen van belastingen of tarieven is dan ook, zeker vanuit politiek oogpunt, niet wenselijk. Maar aanpassing aan het niveau van de gemeente met de laagste lasten, is praktisch vaak onmogelijk. Het verhogen van (een deel van) de belastingen en tarieven voor een deel van de bevolking, is dan onontkoombaar. Het is goed om deze opgave integraal te benaderen door het accent niet op één soort belastingen te leggen, maar door te werken met en te communiceren over het totaal. Vaak is de uiteindelijke uitkomst voor inwoners in balans, omdat bijvoorbeeld de rioolbelasting stijgt maar de hondenbelasting wordt verlaagd. Ook hiervoor geldt het belang van verwachtingenmanagement door vroegtijdige transparantie aan raadsleden, bestuurders en de gemeenschap.’;
het o.a. in zijn brief van 28 juni 2016 neergelegde oordeel van het toenmalige College dat samenvoeging van de gemeente Haren in het belang was van de inwoners van de gemeente Haren, zulks in tegenspraak met de oordeel van de gemeenteraad van Haren, zoals op 15 juni 2016 in een motie was verwoord;?

De Provincie heeft de voormalige gemeente Haren anders behandeld dan de gemeenten Pekela, Stadskanaal en Veendam, voor wat betreft het herindelingsproces en haar bereidheid om deze gemeenten, gehoord de wensen van hun gemeenteraad, in afwijking van het in 2013 door de Provincie in lijn met het rapport Grenzeloos Gunnen geformuleerde herindelingsbeleid, ruimte te bieden voor behoud van zelfstandigheid? Wij vragen het College van Gedeputeerde Staten om een nadere toelichting op de redenen te geven die dit opvallende verschil in behandeling zouden rechtvaardigen en hierbij in elk geval per gemeente in te gaan op de criteria financieel perspectief en duurzame bestuurskracht in regionaal perspectief.

Onderschrijft het College van Gedeputeerde Staten voor de Provincie Groningen het standpunt van het kabinet Rutte III, zoals dit op 16 oktober 2016 werd verwoord door vicepremier Hugo de Jonge: ‘Daar waar het misgaat moet de overheid herstellen wat er is misgegaan, goed maken wat er verkeerd is gegaan. Dat is wat de overheid moet doen. (…)? Zo nee, waarom niet?

Tenslotte, College, een vraag van onszelf:

Ook de Partij voor het Noorden is van oordeel dat door het handelen van de Provincie bij de herindelingsprocedure en de hierop gevolgde wetgevingsprocedure veel is misgegaan waardoor de burgers van Haren onrecht is aangedaan. Zij heeft hierbij niet alleen het oog op de langdurige gevolgen van het feit dat deze burgers zijn ondergebracht bij een gemeente waar de financiën structureel onvoldoende zijn. Maar zij heeft ook het oog op het blijvende verlies van hun gemeente die niet alleen door de burgers, maar ook door de Provincie werd gewaardeerd omdat ‘zij zo dicht bij haar inwoners stond, waar vanuit een actiegerichte aanpak korte lijnen waren tussen inwoners, organisaties en bedrijven en de gemeente, en waar betrokken burgers zich inzetten voor de gemeenschap (burgerkracht)’. Belangrijke omstandigheden die de gemeente Groningen niet blijkt te kunnen bieden. Bovenal heeft de Partij voor het Noorden het oog op de blijvende inperking van het democratisch recht van de burgers om invloed te kunnen hebben op de samenstelling van de gemeenteraad, de hoogte van de lokale lasten, het gemeentelijk beleid en uitvoering en hun woonomgeving. In de gemeente Groningen maken de inwoners van Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren minder dan 9% van de bevolking uit, een aandeel dat afneemt, naarmate de gemeente verder groeit. Ter vergelijking: het aantal studenten bedraagt 25%. Hierbij komt dat de burgers van de voormalige gemeente Haren inmiddels ervaren dat de houding van de gemeente Groningen ten opzichte van haar burgers en burgerparticipatie sterk verschilt van die van de voormalige gemeente Haren. Omstandigheden die de Provincie voorafgaand aan en tijdens de herindelingsprocedure bekend moeten zijn geweest. De voordelen van een forse schaalvergroting zijn sterk overschat, de nadelen sterk onderschat.
Graag een onderbouwde reactie van het College van Gedeputeerde Staten hierop.

Namens de Statenfractie van de Partij voor het Noorden

Leendert van der Laan
Dries Zwart

7 reacties

Jan| Joker zegt:
21 oktober 2021 om 17:25
Henk zegt:

Bedankt PvhN, Ik weet nu op welke partij ik straks ga stemmen.

23 oktober 2021 om 10:56
Harenaar zegt:

Is het nou echt nodig om dit allemaal nog een keer over te doen? Ik denk dat de PvhN een boel van de antwoorden waarnaar ze vraagt kan vinden in de archieven. Maar het is natuurlijk makkelijker om een enorme vragenlijst te formuleren en het college de opdracht te geven daar veel tijd aan te besteden.
Is het niet beter om de kostbare tijd te besteden aan de ontwikkeling van de nieuwe gemeente?
Tot slot een tip voor de PvhN : als je aankondigt een vraag te stellen, is het logisch om dat dan vervolgens ook te doen.

25 oktober 2021 om 10:58
Boer zegt:

Kan PvhN ook vragen stellen over de wijze waarop Helpman van de gemeente Haren naar Groningen is gegaan?

26 oktober 2021 om 21:15
bootleg zegt:

@Harenaar: U heeft gelijk dat e.e.a. in de archieven terug te vinden is. Echter, papier bloost niet en als ik de vragen objectief lees heeft er het alle schijn van dat hier een bijzonder discutabel spel is gespeeld door o.a. de heer Brouns die in mijn beleving n.a.v. deze vragen nog aardig wat verantwoordelijkheden heeft af te leggen. Er is hier politiek onder diverse hoedjes gespeeld met als doel Haren als melkkoe te gaan gebruiken voor de uiterst belabberde financiële situatie van Groningen die door hakken in het zand, zwartmaken, achterkamertjes en vooringenomenheid volledig uit de wind werd gehouden door haar eigen penarie moedwillig op de voormalige gemeente Haren te projecteren. Gezien de grote tegenstrijdigheden die er te lezen vallen doemt de term “onbehoorlijk bestuur” steeds sterker aan de horizon. Zou graag het onderste uit kan willen zien in deze middels een parlementaire enquête, dit stinkt immens en klopt geen donder van hoe dit gegaan is in het bijzonder de rol van de heer Brouns en het hele college…….

27 oktober 2021 om 14:39
InwonerVanHaren zegt:

Groningen € 1.357.000.000,-. schuld, maar Haren had zogenaamd een probleem met de financiën.

27 oktober 2021 om 17:25
Ben zegt:

@harenaar,

Archief heeft veel problemen om daar iets in terug te vinden aangezien de gemeente stalt dat veel stukken er niets eer zijn. Opgeruimd en vernietigd.

Daarnaast is er ook nog zoiets als gelijke monniken gelijke kappen, Scherpenzeel anders behandeld dan Haren.

28 oktober 2021 om 19:02

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.