De krant die je leest van A tot Z
Zaterdag 23 Mei, 2026
Deze post is bekeken 94 keer.

zaterdag 23 mei 2026

Nieuws:

Rubriek Wetenschap en Samenleving – door Heiko Jan Mein, wetenschapper uit Haren (mei 2026)

Door: Redactie

Angst voor het hantavirus

Hoewel we dagelijks door de media worden overspoeld met berichtgeving over het hantavirus, durf ik daar toch nog wel iets kort aan toe te voegen. Terwijl er duizenden andere gevaarlijke virussen en besmettelijke ziekten rondwaren, is de overmatige aandacht voor dit (onbekende) virus begrijpelijk: het is voor velen een herinnering aan de coronapandemie, vooral omdat er ook dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. De aandacht zorgt voor een associatie daarmee en voor angst, wat versterkt wordt door desinformatie en complottheorieën. Voor veel mensen blijft het lastig te bepalen wat juiste informatie is. Bovendien is angst een slechte raadgever.
Virussen zijn geen levende organismen, maar kleine eenheden met genetisch materiaal waarmee ze zich in gastheercellen (van bijvoorbeeld een mens) vermeerderen. Er zijn ontelbaar veel virussen met elk een uniek karakter. De biologische eigenschappen van het hantavirus zijn dusdanig dat het virus zich moeilijk efficiënt van mens op mens kan verspreiden, waardoor de kans op een epidemie ook erg klein is. Het behoort tot een groep virussen die al eeuwenlang voorkomt bij knaagdieren, zoals muizen en ratten, en de biologische structuur is daar dan ook volledig op aangepast. De uitwerpselen van deze dieren vormen de voornaamste besmettingsbron. Bij het inademen van veel stofdeeltjes uit deze uitwerpselen kan ook een mens ziek worden. Het virus ‘werkt’ echter niet goed tussen mensen onderling (ook niet via bloed of speeksel), waardoor het overdrachtsrisico klein blijft. Dit in tegenstelling tot het op de menselijke longen gerichte coronavirus, waarbij adem- en speekseldruppeltjes voor een snelle virusverspreiding zorgden.
De aandacht gaat nu uit naar de zogenaamde Andes-variant van het hantavirus, die zich beter lijkt te handhaven in een mens en ook ernstiger toeslaat. Maar omdat ook hierbij de overdracht moeizaam verloopt en de ziekte hevig, kortstondig en snel ‘uitgewerkt’ is, blijft de besmettingskans klein. Ook de kans op verdere mutatie (verandering en aanpassing) van het virus is daarom minimaal; de voornaamste besmettingsbron blijft het stof van knaagdieruitwerpselen. Wereldwijd zal men de ontwikkelingen volgen, maar naar verwachting zullen zowel de verspreiding van het virus als de media-aandacht snel ‘uitdoven’.

Heiko Jan Mein

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.