De krant die je leest van A tot Z
Vrijdag 22 Mei, 2026
Deze post is bekeken 207 keer.

donderdag 05 mei 2005

Nieuws:

Truus Witte legt feiten van oorlogsslachtoffers Appelbergen vast

Door: Redactie

Truus Witte uit Groningen gaf tot 2004 leiding aan een werkgroep die de nimmer gevonden oorlogsgraven in Appelbergen bij Glimmen wilde lokaliseren. De broer van haar vader behoort tot de mensen die rond de meistaking in 1943 uit vergelding werden gefussilleerd en heimelijk begraven in de bossen bij Glimmen. Nauwgezet ontrafelde Witte de geschiedenis binnen de geschiedenis van de oorlog en heeft met inzet van moderne technieken getracht de graven daadwerkelijk op te sporen.In 2004 lukte dat niet, maar met haar onderzoek is volgens haar wel te bewijzen waar de slachtoffers ongeveer moeten liggen. Op die plaats, nabij het paviljoen, is inmiddels een monument geplaatst, dat passanten en vrolijke wandelaars laat stilstaan bij de zinloosheid van de moordpartijen destijds. Truus Witte heeft tijdens haar onderzoek diepe contacten gelegd met nabestaanden en in besloten kring interviews afgenomen. Deze heeft zij uitgeschreven in een boek dat nooit zal worden uitgegeven. Op 95 paginas van het boek (het is alleen bedoeld voor de nabestaanden zelf) worden de dramas stuk voor stuk beschreven. Op deze website publiceren wij vandaag, 4 mei, Truus Wittes eigen samenvatting van het werk. Opdat buitenstaanders een indruk krijgen van dit stuk lokale geschiedenis.

Wat in mei 1943 gebeurde

Samenvatting
Door Truus Witte

Onschuldige vaders, zoons, broers, ooms, een onschuldige zuster en tante, zijn in de vijf dagen durende Meistaking van 1943 in Groningen, Friesland en Drenthe vermoord door de Duitse bezetters, waarna hun lichamen zijn verstopt op een onbekende plek. De zestien slachtoffers zijn willekeurig uitgekozen omdat de bezetters namen nodig hadden, om op de hardroze aanplakbiljetten te worden vermeld. Deze opgehangen biljetten moesten de staking breken en
de bevolking tot rust en orde manen.
Onschuldig, verraden omdat ze een windbuks in de kast hadden staan, hun naam doorgegeven omdat ze door hun baas weer naar huis waren gestuurd, aangewezen omdat ze bij tumult stonden te kijken, of omdat ze meededen aan het legen van melkbussen samen met vele, vele, vele anderen. Niemand had overzien wat de consequenties zouden zijn van het kijken bij het tumult, of van het vasthouden van de paardenteugels, zodat anderen de melk in de sloot konden gooien. Onder dwang of in argeloosheid zijn namen genoemd. Namen die de bezetters nodig hadden. De meesten overzagen de consequenties niet, of namen de toevlucht tot de macht van het grote getal. Iedereen deed toch mee? Die en die en die ook! Waarna slechts een van de genoemde personen werd opgepakt en gefusilleerd.
De bezetters en een aantal landgenoten hebben de zestien vermisten moedwillig de dood ingejaagd. Het waren de eerste doodvonnissen in de Tweede Wereldoorlog in Noord-Nederland. Slechts een enkeling was voor mei 1943 gefusilleerd door de bezetters, vanwege een groot vergrijp.
De Meistaking was de ommekeer naar de tweede, grimmiger helft van de Tweede Wereldoorlog, en het startsein voor het gewapende verzet.
In 1949, tussen 1985 en 1993 en tussen 1996 en 2004 zijn pogingen gedaan de vermiste slachtoffers te vinden. Ze zijn niet gevonden. Het moeilijk toegankelijke, drassige gebied maakt onderzoek bijna onmogelijk. In mei 2004 is een monument geplaatst aan de rand van het Grote Veen van natuurgebied De Appelbergen te Haren (Groningen). In de omgeving van dit monument liggen volgens de laatste onderzoeken alle zestien vermisten begraven.

De Meistaking heeft zeer grote gevolgen gehad op de nabestaanden. De moord op hun vader, broer, zus, oom, tante, groot- of overgrootvader heeft grote invloed op het leven van alledag van de nabestaanden, zelfs na zestig jaar. Omdat de lichamen door de bezetters zijn verstopt hebben veel families decennialang in grote onzekerheid geleefd. Er was geen zekerheid over leven of dood, er was geen zekerheid over verblijf- of begraafplaats, er was geen informatie over feiten en de toedracht van wat er precies was gebeurd. Daardoor zijn de meeste families blijvend heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Daarnaast overheersten gevoelens van onrecht en van schuldgevoel, meestal in stilte.

De onzekerheid en de vele onbeantwoorde vragen gaven nabestaanden van alle generaties het gevoel in het duister te tasten. Een aantal nabestaanden probeerde de gebeurtenissen achter zich te laten, wat kun je doen? Andere nabestaanden stortten zich op een zoektocht naar zoveel mogelijk feiten, en schreven alles van zich af, om zoveel mogelijk grip op het gebeurde te krijgen. Weer anderen zwegen over de te pijnlijke gebeurtenissen en de te pijnlijke onbeantwoorde vragen, om zichzelf en hun kinderen te sparen.
In families waar openlijk gepraat werd bleek meer rust te heersen. De pijn was groot, maar men voelde zich gesteund door getuigen. In families waar vooral gezwegen werd werden de gebeurtenissen toch iedere keer rond mei en Dodenherdenking weer opgerakeld, en ontstond er vooral bij de jongere generatie een schreeuwend gebrek aan informatie. De jongeren voelden zich overstelpt door de gevoelsinformatie die ze van de ouderen meekregen, maar konden deze niet grijpbaar maken door feitelijke informatie. Ze probeerden deze feitelijke informatie op heel voorzichtige en omslachtige manieren te pakken te krijgen, om de ouderen niet nog meer pijn te doen en onrust te bezorgen.
Bij alle families, waar pas sinds kort meer open werd gepraat, heerste een vorm van opluchting. Het oprakelen was zeer pijnlijk, maar luchtte alle partijen ook op. Documenten en papieren bleken een stevig fundament en een veilige aanleiding te zijn voor gesprekken, zowel over gebeurtenissen en feiten als over gevoelens en ervaringen.
Unaniem gaven nabestaanden aan dat informatie meer grip en meer rust gaf. Unaniem waren nabestaanden verbijsterd over het feit dat er eind jaren 40 al zoveel informatie bekend was bij overheidsinstanties, die niet is doorgegeven aan de belanghebbende families, of die niet de aanleiding hebben gevormd tot het afgraven van het hele Grote Veen. Dit heeft veel extra leed veroorzaakt. Het is een akelig gevoel dat er schijnbaar niets met de moord op het familielid is gedaan, dat daders schijnbaar vrijuit zijn gegaan, en dat anderen meer wisten dan de belanghebbenden zelf. Zowel de vermoorde slachtoffers als de Meistaking hadden een marginale plaats in de geschiedenis. Alsof ze er niet toe deden, aldus een familielid.

Het onderzoek wordt gezien als een vorm van erkenning. De informatie die is verspreid, en de familiegesprekken die daardoor ontstaan, helpen de verschrikkelijke gebeurtenissen een beetje tastbaarder te maken, en ze langzaam een plekje te geven. Die plek is door de jarenlange onzekerheid onmogelijk geweest voor de meeste families. Ook het monument is een tastbare plek, die de beredeneerde begraafplaats markeert: alle vermisten zijn in de nabije omgeving van het monument in het Grote Veen begraven. Hun namen worden op het monument genoemd.

Nabestaanden, die zelf actief in archieven hebben gezocht, die zelf informatie hebben ingewonnen, en die deze informatie doorvertelden of opschreven, geven aan dat het zoeken op zich hen heeft geholpen om grip op de gebeurtenissen te krijgen en de gevolgen op hun leven zo veel mogelijk te verwerken. Het gevoel alles te hebben gedaan wat mogelijk was, om de vermissing en de onzekerheid op te heffen, bleek belangrijk te zijn. Nabestaanden, die de informatie passief hoorden of lazen, hebben dit gevoel minder.

Voor veel families is het onderzoek niet echt af. De zekerheid, die in de laatste onderzoeken naar voren is gekomen, is een beredeneerde zekerheid, op grond van documenten, uitspraken, getuigenverklaringen. Hoewel geen enkele verklaring naar een andere plek dan de Appelbergen wijst, missen veel families de keiharde zekerheid van tastbare bewijzen: de concrete stoffelijke resten. De meesten leggen zich echter bij deze beredeneerde zekerheid neer, om vooral de ouderen te sparen die niet langer in onzekerheid kunnen leven, en die alles niet steeds in de openbaarheid opgerakeld willen hebben.
De recente onderzoeken hebben dus zowel gevoelens van teleurstelling opgeleverd, als gevoelens van erkenning. Nog nooit is er zolang, door zoveel mensen en instanties, en met zoveel financiele en materiele inzet, zoveel moeite gedaan voor de vermisten. Nog nooit is er zoveel informatie boven water gekomen en verspreid onder degene die deze informatie nodig hadden om verder te kunnen. Nog nooit was er een monument. Je moet op een gegeven moment een streep trekken, hoe lang ga je door?, aldus een familielid.
Unaniem sprak iedere geinterviewde nabestaande uit dat of iedereen gevonden had moeten worden en geidentificeerd had moeten kunnen worden, of niemand.

De meeste geinterviewde nabestaanden geven aan geinteresseerd te zijn in de ervaringen van andere families. Is er herkenning? Lucht die herkenning op? Geeft die herkenning erkenning? Komt men misschien op ideeen? Leveren de ervaringen van anderen onderwerpen op voor gesprekken in eigen familie? Maken de uitspraken van anderen het gemakkelijker om zelf ook gevoelens onder woorden te brengen? Kunnen de verhalen bijdragen tot begrip voor bijvoorbeeld zwijgen, ontzien of andere moeilijkheden?

Sommige nabestaanden geven aan dat er in de omgeving onbegrip is voor alle aandacht voor iets wat zestig jaar geleden is gebeurd. Sommige van deze nabestaanden zijn zelf na de Tweede Wereldoorlog geboren, en stuiten dus op nog meer onbegrip. Je hebt hem niet eens gekend! Doordat de gebeurtenissen met veel vraagtekens en verbijstering omgeven zijn, en doordat voldongen feiten ontbreken, kunnen de gebeurtenissen niet verwerkt worden en in het leven van alledag worden geintegreerd. Zoveel mogelijk informatie neemt dan een beredeneerde plaats in van het voldongen feit.

Men geeft aan dat er daardoor een soort saamhorigheid is, een begrijpen met een half woord. Sommigen zouden elkaar tijdens een informele gezamenlijke herdenkingsbijeenkomst willen ontmoeten, anderen willen liever lezen hoe andere families met de gebeurtenissen zijn omgegaan. Lezen kan men doen op een zelfgekozen moment, in de eigen omgeving, en in een zelfgekozen hoeveelheid. Ook wil men het terechte recht op bescherming van emoties. Een aantal geinterviewden gaf expliciet aan een keer met bepaalde andere nabestaanden te willen praten, maar zich niet te willen opdringen. Men is ook voorzichtig met de gevoelens van anderen, gaf men aan.

Zwart op witte informatie wordt door alle geinterviewden op prijs gesteld. De informatie gaat niet meer verloren en maakt praten gemakkelijker. De informatie kan worden herlezen en worden doorgegeven. En het is een erkenning van zowel de gebeurtenissen als van ons eigen verhaal, een afsluiting, een monument op zich, volgens een familielid.

1 reactie

M.L van der Burg zegt:

Uw relaas gelezen het”verhaal” Appelbergen grijpt mij altijd weer aan
Hoe kan men nabestaanden het rouwen en verdriet verhinderen door het letterlijk wegwerken van de doden

Is er veel onderzoek geweest naar de samenstelling van het vuurpeleton, namen van soldaten en officieren,waar waren ze gestationeerd???
Ik hoop oprecht dat er ooit iets gevonden wordt van de vermisten,wat de pijn en verdriet enigzins zou verzachten
Het weten van die plek zou vragen beantwoorden en andere juist open laten, een tastbaar iets vervangt dan jaren zoeken en NIETS

Vr.Gr. Rienus van der Burg

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.