Column Hein Bloemink oktober 2015: “Berendina”
Afgelopen zaterdag om 9.00 uur parkeer ik mijn fiets bij het hek van de ‘doodstille’ begraafplaats in Noordlaren. Helaas heb ik sinds kort een goede reden daar te komen. Die begraafplaats is een oase. Als je binnenkomt krijg je het gevoel een kathedraal van torenhoge eiken te betreden. En eenmaal tussen de zerken word ik bedwelmd door rust en berusting. Plotseling word ik vergezeld door kalmerende gedachten over leven en dood. Het leven als een theaterstuk. We spelen onze rol, hoe verschillend we ook zijn. Het leven brengt ons grote hoogten, maar ook donkere diepten. Op de tijdlijn van de eeuwigheid zijn we er maar heel even. En in dat ‘heel even’ moet het gebeuren. En ten slotte stappen we bezweet en moe van het podium. Soms voldaan, soms kapot en opgebrand. Terug in de ruststand. Wie geluk heeft wordt dan ter ruste gelegd op die ene hectare in Noorlaren. Ik zie daar bekende namen. Hoogvliegers en laagvliegers. Mensen die geluk hadden en mensen die pech hadden. Maar hier maakt het niets meer uit. Hier is alles weer zoals het was voor de geboorte. Ik hoor vogels in de ochtendmist, het geluid van een trekker op het land. Ik denk aan mijn eigen leven, mijn rol. Volop in actie en druk met aardse zaken. Het ommetje op de begraafplaats van Noordlaren werkt louterend en laat me weer zien dat ik passant ben. Net als Berendina Sikkens. Mijn oog valt op haar graf met gietijzeren hekwerk. Ze leefde van 1902 tot 1909. Zij was een eeuw geleden dus slechts zeven jaren aanwezig geweest. Door dat bordje in Noordlaren wordt zij niet vergeten en wordt haar naam nu door u gelezen. Tja, de begraafplaats van Noordlaren is een ideale plek om je bewust te worden van dat schouwtoneel dat ‘leven’ heet en je te verzoenen met de eindigheid daarvan.
Hein Bloemink

2 reacties