De krant die je leest van A tot Z
Donderdag 12 december, 2019

woensdag 27 november 2019

Nieuws:

Hondenbelasting, wat is dat nou precies en wat kost het?

Door: Redactie

De emoties lopen op, want Haren wordt in 2020 geconfronteerd met hondenbelasting. Daar zijn Harense hondenbezitters niet aan gewend. Hoeveel honden in Haren wonen is niet bekend, maar dat in meer dan duizend huizen (van de 10.000 in de voormalige gemeente Haren) één of meer honden leven is een veilige gok. Laten we de feiten rond deze belasting even op een rij zetten.

Kosten
In de verordening staat dat de bezitters van meerdere honden behoorlijk duur uit zijn. De kosten per hond lopen op naarmate men meer honden heeft. Voor de eerste hond betaalt men 129,60. Voor de tweede betaalt men 192,00 en voor iedere hond méér 259,20. Iemand met drie honden betaalt dus per jaar 580,80 aan de gemeente.

Voor wie wel en wie niet?
Wie niet langer dan 30 dagen per jaar in de gemeente Groningen verblijft hoeft voor zijn honden niet te betalen. En honden die jonger zijn dan twee maanden worden nog niet belast.

De verordening 13 NOVEMBER 2019 integraal
Hieronder de tekst van de verordening, waarop de hondenbelasting wordt gebaseerd.

TEKST

Artikel 1 Voorwerp der belasting

Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven op honden die binnen de gemeente worden gehouden.

Artikel 2 Belastingplicht

1.
Belastingplichtig is de houder van een hond.

2.
Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

3.
Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

1.
De belasting wordt geheven per hond, met dien verstande dat meer dan één hond in één aanslag kan worden begrepen.

2.
De belasting bedraagt per belastingjaar:

a.

voor de eerste hond

129,60

b.

voor de tweede hond van dezelfde houder

192,00

c.

en voor elke hond boven het aantal van twee van dezelfde houder

259,20

d.

voor honden, gehouden in kennels, per kennel, per belastingjaar

321,60

3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder d, wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.

Artikel 5 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 6
Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie over het vorige belastingjaar een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal honden als waarnaar hij voor het laatst aangifte heeft gedaan, tenzij blijkt dat het aantal honden waarvoor hij belastingplichtig is, vóór de aanvang van het belastingjaar wijziging heeft ondergaan of zijn belastingplicht is geëindigd.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1.
De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden naar tijdsevenredigheid verschuldigd.

3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing van de verschuldigde belasting naar tijdsevenredigheid.

Artikel 8 Vrijstellingen

1.
In dit artikel wordt onder hondenasiel en hondenpension verstaan: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

2.
De belasting wordt niet geheven voor honden:

a.
waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 30 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft;

b.
die jonger zijn dan twee maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;

c.
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;

d.
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;

e.
die verblijven in een hondenasiel of hondenpension;

f.
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

g.
waarvan de houder woonachtig is in het gebied dat is gelegen buiten de bebouwde komgrenzen als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 9 Kwijtschelding

1.
Bij de invordering van deze belasting wordt kwijtschelding verleend.

2.
De kwijtschelding van de hondenbelasting bedraagt maximaal € 75,–.

Artikel 10 Termijn van betaling

1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat een aanslag moet worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.
Het minimum termijnbedrag is € 10,–. Slechts het laatste termijnbedrag kan lager zijn dan € 10,–. Indien het aanslagbedrag lager is dan € 100,– wordt in afwijking van het gestelde in het tweede lid het aantal termijnen verlaagd en kan het laatste termijnbedrag afwijken van de voorgaande gelijke termijnen.

4.
Belastingbedragen van € 10,– of minder worden niet geheven. Hierbij wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

1.
De ‘Verordening hondenbelasting 2019’ van de gemeente Groningen van 31 oktober 2018, nr. 5h, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

4.
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting 2020’.


Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 13 november 2019.
De voorzitter,

Koen Schuiling

De griffier,

Toon Dashorst

12 reacties

Jan Cats zegt:

Prima zaak die hondenbelasting. Als je van honden houdt is dat luttele bedrag per jaar pineut.
Hondenvoer kost toch ook geld.
En voor inwoners van Haren en Ten Boer, hadden jullie maar zelfstandig moeten blijven ……..

27 november 2019 om 11:17
Q zegt:

@jan Cats ik vind die opmerking over zelfstandig moeten blijven wel erg ongeplaatst

27 november 2019 om 12:30
prat zegt:

De hondenbelasting KAN worden geheven op grond van artikel 226 Gemeentewet. Het hoeft dus niet. De keuze is aan de individuele gemeente. Er is alleen sprake van honden en dus niet van andere dieren omdat in lid 1 van dit artikel alleen maar gewag wordt gemaakt van honden. Het gaat om een algemeen dekkingsmiddel waarbij dus geen relatie bestaat met de eventuele kosten die de gemeente moet maken voor het opruimen van uitwerpselen ect.

27 november 2019 om 12:58
j.jansen zegt:

wat is dat voor achtelijke reactie,, JAN CATS,, wij hadden niks te willen!!
als dat zo is dat wij gaan betalen ruim ik geen keutel meer op!!!
het is gewoon stelen van de mensen…………..

27 november 2019 om 13:03
r.thoma zegt:

JAN CATS….WIJ HADDEN NIKS TE WILLEN……………
oke gemeente ik ruim dus vanaf 2020 geen keutel meer op!!!!!!

27 november 2019 om 13:06
Jan zegt:

Pure geldklopperij vande gemeente! Het komt niet ten goede aan bijv. hondenspeelvelden, maar wordt alleen gebruikt om het miljoenentekort van Groningen op te lossen. En inderdaad gemaakte opmerking van dhr. Cats slaat de plank mis…

27 november 2019 om 18:38
Laura zegt:

@jancats u weet duidelijk niet waar u het over heeft. Lees u in voordat u zo’n simpele reactie plaatst. Genoeg te vinden over het onderwerp herindeling op dit forum. Waar woont u eigenlijk?

On topic: hondenbelasting is totaal achterhaald en in elk geval volledig misplaatst in een dorpse / landelijke omgeving als Haren (inclusief Onnen, Glimmen, Noordlaren). Een onzinnige melkkoe waarmee gaten in de algemene begroting mee worden gevuld. Voor de honden, of voor de burger tegen hondenoverlast, wordt niets gedaan. En wat is überhaupt de overlast van een, twee, of zelfs drie honden in een boerderij in bijvoorbeeld Noordlaren? De stadse regenten kunnen zich er kennelijk niet in verplaatsen.

Ik loop nu braaf met mijn poepzakje in de hand naar huis – onderweg amper een afvalbak, laat staan een speciale voor hondenpoep met zakjesautomaat zoals je die elders wel ziet- te bekennen. Dus het gaat in onze eigen grijze container. En voor het afvoeren van dat afval betaal ik ook al. Als daar hondenbelasting tegenover gaat staan, dan laat ik het ook liggen. Niet mijn stijl, maar gewoon een klein protest. Sorry alvast voor de omwonenden.

Teken de petitie! https://petities.nl/petitions/groningers-tegen-hondenbelasting?locale=nl

27 november 2019 om 21:12
hans zegt:

Dan ook maar paardenbelasting invoeren? Bij maneges zoals in Glimmen laten de paarden hun uitwerpselen gewoon vallen op fietspad en voetpad en niemand die daar over klaagt. Paardenpoep is gevaarlijk, en bevat ziektes.

28 november 2019 om 08:19
TJ zegt:

Als je kijkt wat de rechters in dit land hebben gezegd over de hondenbelasting dan begrijp ik niet goed dat dit nog geheven kan c.q. gaat worden.
In de uitspraak van het Hof s’-Hertogenbosch d.d. 24-01-2013 wordt ingegaan op het gelijkheidsbeginsel, dat hondenbezitters in ongelijke mate zouden kunnen worden belast t.o.v. niet-hondenbezitters. Je zou het volgens mij zo kunnen opvatten dat indien de geheven hondenbelasting niet 100 % besteed wordt aan opruimen, aanleg hondenveldjes, faciliteren prullenbakken en poepzakjes e.d. er een ongelijkheid ontstaat tussen een hondenbezitter en een niet-hondenbezitter. Dus een ongelijkheid als de geheven belasting zal worden aangewend voor algemeen gemeentelijke doeleinden. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch besliste dat het heffen van de hondenbelasting is toegestaan als de kosten van hondenbezit voor de gemeente van wezenlijke betekenis zijn voor de heffing (LJN:BY9350). Als de hondenbelasting alleen gericht is op het verkrijgen van inkomsten is er sprake van discriminatie van hondenbezitters.

(4.14. Het Hof is van oordeel, dat ook in het geval een gemeente de hondenbelasting heft ter verkrijging van algemene middelen, er een objectieve en redelijke grond bestaat voor het onderscheid tussen hondenbezitters en niet-hondenbezitters, indien de kosten die het hondenbezit voor de gemeente meebrengt van wezenlijke betekenis zijn voor het heffen van de hondenbelasting, en de hoogte van de belasting mede is afgestemd op die kosten zonder dat de gehele opbrengst van de hondenbelasting behoeft te strekken tot delging van de door de gemeente te maken kosten uit hoofde van het hondenbezit.

Nu de Heffingsambtenaar echter heeft verklaard, dat de hondenbelasting, zoals neergelegd in de Verordening, is gericht op het verkrijgen van algemene middelen voor de gemeente en dat de kosten verbonden aan het hondenbezit niet van wezenlijke betekenis zijn geweest voor het invoeren van die belasting, ziet het Hof geen objectieve en redelijke grond om deze belasting alleen van hondenbezitters te heffen. Het Hof is van oordeel dat het in artikel 1 van de Grondwet verankerde gelijkheidsbeginsel in dit geval is geschonden, en dat op grond daarvan aan de Verordening verbindende kracht moet worden ontzegd. De op die Verordening gegronde aanslag hondenbelasting moet worden vernietigd.)

28 november 2019 om 08:43
prat zegt:

De door TJ genoemde gegevens kloppen wel, maar op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad in deze procedure aangegeven dat de Hondenbelasting NIET in strijd is met het discriminatieverbod. de door mij eerder aangegeven redenering omtrent artikel 226 Gemeeentewet wordt daarbij geheel gevolgd.uitspraak ECLI:NL:HR:2013:917

28 november 2019 om 14:31
stront zegt:

Even voor die asocialen die denken dat ze hun hond zomaar ongestraft bij speelplaatsen kunnen laten schijten en denken het niet op te hoeven ruimen. Deze asocialen kunnen het in hun brievenbus verwachten. Achterlijk gedrag ook!

3 december 2019 om 11:01
Anna zegt:

@stront, en hoe weet je dan welke hondendrol bij welke brievenbus hoort? Je kunt hondenbezitters toch ook gewoon netjes aanspreken in plaats van hun asociale gedrag met nog veel asocialer gedrag van jouw kant te beantwoorden?

3 december 2019 om 17:11

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.