De krant die je leest van A tot Z
Woensdag 29 April, 2026
Deze post is bekeken 214 keer.

dinsdag 23 april 2013

Nieuws:

Preek online (21 april)

Door: Redactie

Afgelopen zondag hield ds. Marja de Jager in de Gorechtkerk de onderstaande preek. Voor wie er niet bij was een handige manier om hiervan toch kennis te nemen.

Gorechtkerk Haren raam

Zondag van de Goede Herder

Lezing uit het Oude Testament: Numeri 27:12-23

Lezing uit het Nieuwe Testament: Johannes 10: 22-30

 

Gemeente van onze Here, Jezus Christus,

 

‘Was ik een schaap, was hij mijn herder’. Zo begint een gedicht van Karel Eykman, wat hij geschreven heeft bij Psalm 23. Nu gaat het vanmorgen niet over psalm 23, wél over een herder en zijn schapen. In een heel bijzondere context. We kennen de gelijkenis van Jezus over het verloren schaap en de goede herder die het gaat zoeken en vindt op zijn schouders veilig thuisbrengt.  We herinneren ons misschien dat Jezus zijn volk vergeleek met schapen die geen herder hebben. We kennen de uitspraak van Jezus: ‘Ik ben de goede herder’.

Horen we: ‘was ik een schaap, was hij mijn herder’ dan doemt bijna als vanzelf het beeld op van een groene weide en fladderende vlinders. De schapen scharrelen grazend rond en de herder houdt een oogje in het zeil. Een lief’lijk tafereel.

Vanmorgen verschuift dit beeld. We verlaten de zonnige, grazige weiden en belanden in Jeruzalem. Nauwkeurig beschrijft Johannes tijd en plaats. Het is hartje winter – de joden vieren het Vernieuwingsfeest – en Jezus wandelt heen en weer in de zuilengang van Salomo. Op deze plek gaat het over de schapen en hun herder in een grimmige sfeer. Niks geen ‘was ik een schaap, was hij mijn herder’.

 

Van de week moest ik bij nog een heel andere gelegenheid denken aan het thema herder en schapen. Dat was bij het horen van het koningslied geschreven ter ere van de troonsbestijging van Willem Alexander. Heeft u het al gehoord of gelezen? Er is nogal wat over te doen. Toen ik het voor het eerst hoorde, dacht ik: ‘Waar gaat dit over?’ Is dit een slecht geschreven opwekkingslied? We zouden de ‘ik’ zo kunnen vervangen door God of Jezus en volgend jaar wordt het gezongen in de nieuwe Passion op Witte Donderdag.

In dit koningslied is trouwens helemaal niet duidelijk wie de ‘ik’ is waarover het gaat. Slaat deze op de nieuwe koning of op het volk?

Oordeel zelf maar:

‘Door de regen en de wind, zal ik naast je blijven staan.

Ik bescherm je tegen alles wat komt.

Ik zal waken als jij slaapt; ik behoed je voor de storm;

hou je veilig zo lang als ik leef’.

En even later horen we:

‘Ik draag een vaandel met jouw naam, geloof in jou zolang we bestaan’.

Boute uitspraken, waar er verderop in het lied nog meer van volgen. Ik merk dat ik er moeite mee heb. Natuurlijk gun ik de nieuwe koning het vertrouwen van zijn volk. Maar maak hem niet goddelijk. Zelf gaf hij in het interview aan een mens met fouten te zijn. En die daar van wil leren. Ik die zin hoop ik dat Willem Alexander herderlijke trekken vertoont in de wijze waarop hij het koningschap gestalte geeft.  Want dan zullen we hem leren kennen als een koning die zich dienstbaar opstelt.

 

In de Bijbel wordt het koningschap, we mogen ook zeggen – het leiderschap – vergeleken met het herderschap. We hoorden in Numeri hoe Mozes bij God pleit voor zijn opvolger: ‘Laat hij zijn’, zegt Mozes tegen God, ‘als iemand die het volk kan leiden, zodat het niet wordt als een kudde zonder herder’. Jozua wordt die opvolger – een leider als een herder – die zijn volk zal

dienen, leiden en beschermen. Later worden de koningen in Israël vergeleken met goede herders die hun volk voorgaan in geloof, hoop en liefde. Maar we weten allemaal hoe kwetsbaar leiders zijn. Hoe blootgesteld aan macht en roem, aan de verleiding van het kwaad. Hoe ga je daar als een herder mee om? Dat is en blijft steeds de vraag.

Ook in de kwestie die speelt ook tussen Jezus en de Joden in de tempel. Ze zijn daar voor het inwijdingsfeest of Chanoekafeest, wat midden in de winter gevierd werd. Midden in die kou is Chanoeka een licht- en vreugdefeest. De joden vierden hoe de tempel 135 jaar vóór onze jaartelling door de Makabeeërs – een joodse groepering – bevrijd werd van de Syrieërs.

Deze hadden afgodsbeeld op offeraltaar gezet. Een gruwelijke verontreiniging. De legende gaat dat Judas de Makkabeeër bij de inname van de tempel nog slechts één flesje met zuivere olie vond. En ofschoon er voor niet meer dan één dag olie was, brandden alle lampen in de tempel acht dagen lang op dit kleine beetje. Daarom is Chanoeka  het feest van inwijding, van toewijding, van zuiver licht. Een feest waarop gelezen wordt uit de Thora over schapen en herders, waarop men de Messias verwachtte. De vraag naar de Messias wordt hier letterlijk door de joodse leiders gesteld: ‘Als u de Messias bent, zeg het ons dan ronduit’. Deze klinkt open, belangstellend. Maar is het niet. We zien hoe de vragenstellers op Jezus afkomen, ze omringen hem, geven hem geen enkele ruimte. Hoe dreigend kan dat zijn. Als mensen je een vraag stellen – eigenlijk je ter verantwoording roepen – en dan zo dicht bij komen dat hun opgeheven vinger bijna in je ogen priemt.  ‘Hé jij’  – horen we ze zeggen – ‘ hoe lang hou je ons nog in spanning? Vertel, ben jij nou de Messias? Zeg het ons, nu!’

 

‘Was ik een schaap, was hij mijn herder’. We horen er weinig van terug. De spanning is voelbaar. Wie is deze Jezus? Wat betekent het dat hij de Messias is? Waaraan is dat te horen en te zien? In plaats van een ‘ja’ of ‘nee’ antwoordt Jezus met het beeld van de herder die zijn schapen kent en nooit verloren laat gaan’.  In de loop van de traditie is het beeld van de herder het beeld van de Messias geworden. Maar hoe concreet wordt dit?  Wat ervaren we ervan?  En het wordt helemaal spannend als we bij onszelf nagaan of wij het de dichter kunnen nazeggen: ‘Ben ik een schaap, was hij mijn herder’.

Ik zeg niet voor niks dat we het mogen ‘nagaan’, ‘verkennen’, ‘onderzoeken’,

of we het de dichter kunnen nazeggen.  We mogen onszelf daar de ruimte voor geven. Immers pas in vrijheid, kun je ontdekken wie de ander is. Kun je ontdekken wie jezelf bent. Kun je ontdekken hoe het zit tussen jou en de ander. De Joden in de tempel boden Jezus geen ruimte. Ze wilden hem niet leren kennen en niet luisteren naar zijn stem. Als wij Willem Alexander geen kans geven om echt naar hem te luisteren, als we hem maar blijven vastpinnen op zijn imago als ‘prins pils’, wordt het nooit wat tussen hem en ons.

 

Om gekend te worden, heb je de ruimte nodig om te laten zien wie je werkelijk bent. Kennen en gekend worden, moet ook van beide kanten komen. Jezus zegt het zo:‘mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij’.

Laatst ging de telefoon. Ik verstond niet wie het was en pas gaandeweg herkende ik de stem. Toen ging het gesprek een andere richting op. Werd het persoonlijk. Eerst een stem herkennen om daarna echt contact te krijgen, een gevoel van herkenning.. Zo is het ook met de stem van Jezus. Gaan we die herkennen als een stem die ons wat te zeggen heeft? Zijn stem klinkt immers te midden van een kakofonie aan stemmen die ons allemaal wat te vertellen hebben. We horen verleidelijke stemmen, kwaadaardige stemmen, schreeuwerige stemmen, zalvende stemmen, onzuivere stemmen, tegenstrijdige stemmen om er een paar te noemen. En wat met de stemmen in onszelf? Welke voert wanneer de boventoon, van welke houden we en welke haten we?

 

Is het mogelijk om tussen al die stemmen de stem van de herder te horen?

De stem van Jezus die als een boventoon mee resoneert bij alle dingen die ons in beslag nemen. En ons zó bepaalt bij de zin van het bestaan, bij wat werkelijk belangrijk voor ons is.

Ondanks het feit dat we al jong leren voor onszelf op te komen, om assertief te zijn, lopen we vaak zo verloren rond. Richtingloos, uit het veld geslagen, door wat ons overkomt in het leven. Dan is er die ene stem, te midden van al die andere – waarvan je innerlijk weet- op dat ene moment: dit de enige stem die er toe doet. En dat kan in elke situatie steeds weer anders zijn. Die stem mag je in alle vrijheid toelaten, verkennen en bevragen. Je mag je erdoor laten troosten en door laten bemoedigen, je de weg erdoor laten wijzen. Daarin is Jezus Messias, dat zijn stem sprak toen in de tempel en door zijn geest vandaag in ons midden. De stem van de herder. Hij is de Chanoeka, de tempel der vernieuwing, het Woord. Zijn stem trekt ons weg uit een egoïstisch, gebroken en verloren bestaan.  Wekt ons op om na te zeggen nu eens wijfelend, dan weer volmondig, vol schroom of vrijuit, ongelovig of vol vertrouwen:

 

Was ik een schaap, was hij mijn herder.
Was ik een schaap, bracht hij mij verder.

 

Hij wist waar groen grasland was en fris helder water.
Als ik weg wilde lopen  gaf hij mij een tik met zijn stok.

En was ik zoek,  ging hij mij zoeken.
Was ik stom,   ging ik verdwalen
hij keerde om, om mij te halen.
Ik was niet bang  want hij was bij me.

Al moesten we langs smalle enge paden
ik durfde best want leeuwen of wolven
jaagt hij de stuipen op het lijf.
Wie kwaad wil doen  die lacht hij vierkant uit.

Ik voelde mij goed , kon op hem bouwen.
Ik kreeg weer moed, had weer vertrouwen.
Hij moedigt mij aan  en maakt mij dapper.
Met hem erbij lukt het mij  alle dagen van mijn leven.

Was ik een schaap
dan wist ik het wel.

 

Amen.

 

 

 

 

 

 

 

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.