De krant die je leest van A tot Z
Dinsdag 28 April, 2026
Deze post is bekeken 79 keer.

woensdag 13 maart 2013

Nieuws:

Preek online zondag 10 maart 2013

Door: Redactie

Met regelmaat publiceren wij de preek van ds. Marja de Jager in de Gorechtkerk. Afgelopen zondag was dit haar tekst.

Gorechtkerk Haren raam

 

Inleiding op de lezing uit 2 Samuel 14: 1-24

Koning David zit in de problemen. Hij heeft grote problemen met zijn zonen. Eerst verkracht Amnon, de oudste, zijn halfzuster Tamar. Zij is het zusje van Absalom bij wie ze bescherming en onderdak zoekt. Absalom legt Tamar het zwijgen op: ‘je doet er beter aan het te laten rusten’, adviseert hij haar. Ook Absalom zelf zwijgt: Hij spreekt Amnon niet aan op zijn daden –  er viel tussen hen geen onvertogen woord’ , staat er. David is woedend als hij van de verkrachting hoort, maar doet er verder ook het zwijgen toe. Twee jaar later grijpt Absalom zijn kans. Hij nodigt alle koningszonen – zijn broers en halfbroers – uit op een schaapsscheerderfeest. Eerst weigert David hen te laten gaan – voelt hij nattigheid?- maar uiteindelijk stemt hij toe. Absalom voert Amnon dronken en laat hem vermoorden. Absalom vlucht naar zijn grootvader van moeder’s kant. Daar leeft hij als een balling. Ook nu roept David zijn zoon niet ter verantwoording. Hij rouwt hartstochtelijk om de dode zoon en ‘heeft pijn’ om de gevluchte zoon. Na drie jaar rouw onderneemt Joab, Davids neef en veldheer, actie.

 

Lezing uit het O.T. 2 Samuel 14: 1-24

 

Gemeente van onze Here, Jezus Christus,

Wat een verhaal vanmorgen. Een familiedrama ontvouwt zich voor onze ogen. Amnom verkracht zijn halfzus Tamar en laat haar aan haar lot over. Absalom vermoordt Amnon en slaat op de vlucht. De koning zit met zijn handen in het haar en weet zich geen raad. Ik moest er eerlijk gezegd niet aan denken dat mijn familiegeschiedenis zo te boek zou staan en publiekelijk gelezen door miljoenen mensen. Die daar allemaal een mening over hebben. Kijk, de familieverhalen – waar we trots op zijn-  vertellen we graag door. De schandalen houden we liever binnenskamers of nemen we als familiegeheimen mee het graf in. Bij een doorsnee familie werkt dit zo. Maar bij onze Koninklijke familie bijvoorbeeld veel minder. De biografieën en televisieprogramma’s over hun leven verhullen niets. Je hoort wel eens: ‘het is net een gewone familie, niets blijft hun bespaard’. Als het gaat om schuld en boete, overspel of onzedelijk gedrag, het wegmoffelen of verdraaien van de feiten: dit gebeurt binnen alle lagen van de bevolking. Hoever onze beschaving zich ook ontwikkeld heeft, als mensen staan we allemaal bloot aan verlangens en behoeften, verdriet en angst,  woede en agressie die ons kwetsbaar maken en die systemen, organisaties en sociale- en familieverbanden ontwrichten.

In die zin is het verhaal van David er één wat zich vandaag had kunnen afspelen. Herkenbaar is al zijn weerbarstigheid. David rouwt en in zijn hart strijden twee gevoelens met elkaar. Zijn verlangen naar zijn zoon Absalom en zijn woede om diens broedermoord. Als vader of moeder kun je verteerd worden door verlangen naar of woede om je kinderen. Je kunt deze emoties amper de baas. Ze wekken schuldgevoelens op. Wat doe je dan…? David doet niets. In al zijn halfslachtigheid en zwakheid staat hij voor ons. Deze grote, godvrezende koning – die buitenshuis zijn zaken goed voor elkaar heeft – weet als vader niet te handelen. Heeft hij zijn oudste zoon Amnon ter verantwoording geroepen voor zijn daden? Waar was hij toen zijn dochter Tamar hem nodig had? Waarom heeft hij Amnon samen met zijn andere zoons  toch naar het schaapscheerdersfeest van Absalom laten gaan?

Hoe kon hij zo lang wachten tot een eerste stap richting Absalom? Het nietsdoen van David helpt hem verder de put in. Wat is dat toch dat hij deze dingen laat gebeuren en niet ingrijpt? Of resoneren hier de woorden na van de profeet Nathan, die hij tegen David sprak nadat Uria door zijn toedoen gesneuveld was op het slagveld?  ‘Welnu’,  zei de profeet Uria,  ‘voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om je heen grijpen. Je eigen familie zal een bron van ellende voor je worden’.  Zou de Heer David werkelijk zo diep treffen? Wordt het oordeel hier reeds voltrokken? En moeten de kinderen van David mét hém boeten voor zíjn zonde? Het zijn zaken die ons tegenstaan. Mij in ieder geval wel. Kan God zo wreed zijn? En wat dan met ons? Niemand is toch zonder zonde of zonder schuld? We zouden bang worden van zo’n God. Of we zouden kunnen denken dat – als God zo is – het allemaal niet meer uitmaakt hoe we leven. We kunnen het immers nooit helemaal goed doen.

Ik denk, dat we als we zo doorredeneren, we niet verder komen. Hoe dan ook – dat weten we van andere verhalen uit de bijbel – God vindt geen voldoening in het straffen van mensen. Hij wil geen dood en verderf. Maar waar dat wel gebeurt, laat Hij dit niet over zijn kant gaan. God oordeelt het kwaad. Zelfs het kwaad aangericht door zijn geliefde Zoon David. Juist hij had beter moeten weten. Omdat hij koning is in Gods Naam. Die het volk voorgaat in recht en gerechtigheid. Bij alles wat hij doet, zou hij zich moeten afvragen: is de beslissing die ik neem, voor de Heer te verantwoorden? Kan ik de Heer, mijzelf en anderen  recht in de ogen kijken bij wat ik doe en nalaat? De profeet Nathan waarschuwt David na de dood van Uria: ‘David je zit fout’. Je richt jezelf en anderen te gronde. Leef dicht bij de Heer. Volg zijn wetten na – en je zult je volk en je familie tot zegen zijn. Het oordeel van God gaat samen met de oproep om fouten te erkennen en openstaande rekeningen te vereffenen. Ja, David heeft schuld bekend en hij heeft diep geboet. Tussen hem en God is de schuld vereffend. Hij mag als nieuw opstaan en zijn leven hervatten.

Soms kan het een opluchting zijn als we ergens mee wegkomen. Je hebt iets gedaan wat eigenlijk niet kon –  en dat weet je drommels goed – maar je glipt tussen de mazen van het net door. Poeh, dat ging net goed. Je hebt mazzel gehad en je les geleerd. Bij ergere vergrijpen of misdaden helpt een passende straf om je schuld te voldoen. Immers, een leugen of vergrijp, die je als een geheim met je meedraagt, kan zwaar op je drukken. Ogenschijnlijk heb je het goed, maar vanbinnen wringt het of je wordt verteerd door schuldgevoelens. Dan lucht het op om schuld te bekennen. Denk aan een van de relschopper bij project X. Deze jongen meldde zich vrijwillig bij de politie en liet zich vervolgens filmen om op T.V. om zijn verhaal te doen. Hij was blij dat hij via deze weg spijt kon betuigen. Of denk aan de  wielrenners die hun dopinggebruik eindelijk opbiechten. Schuld bekennen en straf ondergaan, geven openingen naar een ander, bevrijd leven.

Het contrast met David licht op. Want hij doet niets. Ja, hij is woedend. Op Amnon en op Absalom. Daar blijft het echter bij. Woede op zich is niet verkeerd.  Positief aangewend, vormt het de brandstof om in actie te komen: tegen verwerpelijk gedrag, tegen onrecht, tegen haat. Bij David slaat de woede naar binnen. Hij rouwt en doet er het zwijgen toe. Hij laat zich overweldigen door zijn emoties. Hart en hoofd gaan niet meer samen. Hij verliest zich in dit alles, waardoor hij het zich op God verliest. Niet dat hij God verlaat. Daar lezen we niets over. Maar hij gaat ook niet bij God te rade. Hij negeert de goddelijke wet die bepaalt dat het recht zijn beloop moet krijgen. Verkrachting en moord moeten bestraft, zelfs al betreft het een koningszoon. Uiteindelijk helpt Joab, David over het dode punt heen. Want dit kan niet langer zo. Het volk zou tegen David in opstand kunnen komen omdat hij zich niet uitspreekt. De wet biedt David de keus: óf hij verloochent zijn zoon en laat hem in ballingschap bij zijn opa – zonder beroep op terugkeer – óf hij roept hem terug en verzoent zich met hem. Joab verzint een list om David te helpen een keus te maken.

Hij roept de hulp in van een wijze vrouw en geeft haar de nodige instructies. Verkleedt als weduwe, vraag ze belet in het paleis. Eenmaal binnen vertelt ze David over haar twee zoons, waarbij de een de ander in een onderling gevecht, doodslaat.  Nu wil haar hele familie dat zij haar zoon aan hun uitlevert zodat ze wraak kunnen nemen. Dat zou rampzalig zijn. Hij is de enige stamhouder. Alleen hij kan door kinderen te verwekken de naam van zijn vader doorgegeven. David stelt haar gerust: ‘Ga naar huis. Ik persoonlijk zal  je zaak behartigen’. Wat hij binnen zijn eigen familie niet kan, doet hij hier. Recht spreken en hulp bieden. Niet alleen aan de vrouw, maar ook aan haar zoon. Geen haar op zijn hoofd zal worden gekrenkt. Dan stelt ze de vraag waar het eigenlijk om draait: ‘Waarom laat u dan zelf degene die u verstoten hebt niet terugkeren?’ Langzaam dringt tot David door wat hier gebeurt. Deze vrouw houdt hem een spiegel voor. Hier is hijzelf in het geding. Hier doet zíjn zoon ertoe. Met heel zijn hart verlangt hij naar hem, maar daarachter opent de woede zich als een gapende wond. Deze vrouw trekt hem weg uit zijn strijd, met een doorslaggevend argument: Zolang de Heer het leven niet wegneemt, is Hij erop bedacht dat een verstotene niet van Hem verwijderd blijft. Met deze woorden brengt zij het leven van David en Absalom onder het beslag van Gods liefde en trouw. ‘Zou God niet alles in het werk stellen om zijn balling terug te roepen?’ God verstoot een verstotene niet. Groter dan Zijn oordeel, is Zijn liefde en vergeving. Nee, we kunnen niet om Gods oordeel heen, zo hoorden we eerder. Maar hoog boven het oordeel uit, stijgt God’s  liefde voor het leven, voor ons.

Dit is de grond voor David’s koningschap. Hiervoor opent de wijze vrouw David de ogen. Kies voor het leven… Sterven zullen we allemaal, broos en kwetsbaar zijn we. Als u, o koning of als Absalom sterft, is het te laat recht te doen en zich met elkaar te verzoenen. Zo God alles in het werk stelt om zijn balling, de verstotene terug te roepen, hou zou jij dat dan niet doen David? David’s ogen openen zich. Hij ziet wat hij moet doen. Toch is er aarzeling. Hij kan het één wel, het ander niet. Zo roept  hij Absalom terug;  wil hem echter niet onder ogen zien. Er is voor hem nog een weg te gaan en een brug te slaan. David krijgt die kans, of en hoe hij die aangrijpt is nog de vraag…. Vast staat, dat God geen mens blijvend verstoot. Hij – van zijn kant – schept ruimte om het leven te leven in al zijn veelkleurigheid en weerbarstigheid. Zoals hij David die ruimte bood én Amnon en Tamar en Absalom. In die ruimte waren zij – en zij wij – vrij om te kiezen welke weg we gaan en welke keuzes we maken. Met dien verstande dat we ons doen en laten kunnen verantwoorden. Voor onszelf, voor anderen  en voor de Heer. Dat kost moeite. Dat gaat niet vanzelf. Dat leren we met vallen en opstaan. Maar waar dat gebeurt, groeien mensen in de ontmoeting met elkaar, is er ruimte voor  het bekennen van schuld en het vereffenen  daarvan. Daar zien mensen zichzelf, elkaar en God recht in de ogen en wordt de vreugde om het leven en samen gevierd.

Amen.

 

Geen reacties

Wilt u reageren?




Wij plaatsen alleen inhoudelijke reacties. Reacties met voornamelijk slogans en kreten worden niet gepubliceerd.