Piet Horst (90) vertelt: Mijn kinderjaren in Haren
Spijkerboor is niet zomaar een zijweg van de Nieuwlandsweg in Haren. Het was honderd jaar geleden een ‘dorp in een dorp’, waar armoede heerste. Gesticht door de ‘Harender Woningbouw’ in 1920. Piet Horst werd hier in 1934 geboren en haalt met de krant jeugdherinneringen op.
Sappelen
Crisisjaren vlak voor de oorlog. Zijn ouders waren laag opgeleid, net als veel buurtgenoten. De inkomens waren laag en dat viel af te lezen aan de manier waarop de mensen hier leefden. De wc was een emmer in een hokje en die emmer werd wekelijks geleegd door de gemeente. Piet Horst weet maar al te goed dat er op Spijkerboor werd neergekeken, maar wil geen kwaad horen van zijn buurtje. “Er woonden eerlijke mensen, maar ze leefden inderdaad in armoede”, zegt hij. Zijn vader verzorgde de tuinen van de universiteit en andere mensen in de straat hadden ambachtelijke beroepen of waren grondwerker. Sappelen in Haren, dus.
Mislukt
“De oorlogsjaren hebben mijn lagere schooltijd laten mislukken”, zegt Piet Horst. “Het onderwijs in Haren was chaos. Wij kregen iedere dag weer ergens anders les: in de trouwzaal van het gemeentehuis, op het podium van Café van Goinga aan de Waterhuizerweg (waar nu Mellenshorst is, red.) en dan weer in de consistoriekamer van de Hervormde Kerk in het centrum. We kregen daardoor geen goed onderwijs en op de ULO bleef ik dus al in de eerste klas zitten.”
Oorlog
Als hij aan de periode 1940-1945 denkt, schiet hij geregeld vol. “Het waren moeilijke jaren en als kind ben ik vaak erg bang geweest. Ik zie nog hoe Duitsers aan Spijkerboor bruut aan de deur kwamen. Mijn ouders hadden illegaal een schaap geslacht en verstopt in het wc-hok. Ik denk dat iemand ons had verraden. Ik zie nog voor me hoe die soldaat mijn vader prikte met zijn bajonet. Hij dacht namelijk dat we nog illegaal een radio in huis hadden. Wat niet zo was!”. En zo kan hij veel verhalen vertellen over die donkere periode.
Canadezen
Onlangs was Piet Horst op de driesprong Heide en Watersteeg/Rijksstraatweg in Haren en daar kwamen opnieuw emoties. Hij zegt: “Hier stond ik op 13 april 1945 met mijn vader, want er gingen geruchten dat de Canadezen kwamen. En ja, daar kwamen ze. Wat ik toen voelde, kan ik niet goed beschrijven. Dat beeld wordt me nu nog steeds te machtig. Thuis had mijn moeder een oranje sjerp om de kachel gedaan met twee vlaggetjes erop. Maar toen ging weer het gerucht dat de Duitsers terug waren, dus hup: alles weer weggehaald.”
Met de loopbaan van Piet Horst is het na de oorlog goed gekomen. Hij werd amanuensis op de Rijks-hbs in Veendam en door toeval kwam hij in de sportwereld terecht. Hij hielp de gemeente met sportbeleid, richtte (mede) de Groninger Voetbal Bond op en vervulde 1001 functies in de veenkoloniale sportwereld. Het leverde hem het ereburgerschap van Veendam en een koninklijke onderscheiding op. Hij woont nu in Hoogezand, maar nog vaak dwalen zijn gedachten af naar het dorp waar zijn leven ooit begon: Haren.


1 reactie