Preek 5 mei over vrede en vrijheid
Ds. Marja de Jager preekte in de Gorechtkerk te Haren op 5 mei over vrede en vrijheid. Voor wie er niet bij kon zijn staat de tekst hieronder integraal.
Zondag 5 mei 2013
Thema: vrede en vrijheid
Uit de Bijbel:
O.T Joël 2: 21-27
N.T Johannes 14: 23-29
Gemeente van onze Here, Jezus Christus,
Wij zijn er zo onderhand aan gewend… Om in vrede en vrijheid te leven. Ik ben van 1960 en weet niet anders. Ik ken geen oorlog. Ik weet niet wat het is om de dodelijke dreiging van de vijand te voelen. Noch wat het betekent om te leven onder het juk van een vreemde bezetter. Ik ken de verhalen en hoor ieder jaar nieuwe. Over onderduikers, gevangenschap, marteling, honger en dood. Onvoorstelbaar wat ‘oorlog’ teweegbrengt en aanricht. En dan hebben we het nog niet eens over de drie en half miljoen joden die in de vernietigingskampen zijn omgebracht. Gisteren hebben we de slachtoffers herdacht. Van de Tweede Wereldoorlog en van de Nederlanders zie zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesoperaties hierna. Ieder jaar weer zijn we getuige van intense minuten stilte.
Door te gedenken en niet te vergeten, nemen we het nooit als vanzelfsprekend aan dat we leven in vrede. Op het monument met daarop de namen van de omgekomen joden in de Tweede Wereldoorlog bij – Yad Vashem in Jeruzalem – staat: ‘Vergeten voert in de ballingschap, herinnering is het geheim van de bevrijding’. Vergeten is een belediging voor de slachtoffers en overlevenden. En herinneren bepaalt het nageslacht erbij dat deze vrede bevochten vrede is, die ontelbare mensenlevens eiste en even zo velen beroofde van hun idealen, toekomst en gevoel van rechtvaardigheid. Om werkelijk te beseffen wat vrede betekent – ook in deze tijd – gedenken we de oorlog en vieren we de vrijheid. 4 en 5 mei horen onlosmakelijk bij elkaar. Bevrijdingsdag vindt zijn diepe vreugde en dankbaarheid in het licht van de vijf oorlogsjaren daarvoor. Die vreugde en dankbaarheid kan ook ik – als niet direct betrokkene – meevoelen en mee beleven.
Ieder jaar kiest het Nationaal Comité 4 en 5 mei een thema dat aansluit bij het meerjarenthema Vrijheid Wereldwijd. Wanneer we de thema’s van de afgelopen drie jaar op een rijtje zetten : ‘vrijheid wereldwijd, wat is daar voor nodig?’; ‘Vrijheid op straat’; ‘vrijheid geeft je door’; en dit jaar: ‘vrijheid spreek je af’, beluisteren we hierin een oproep om kritisch na te denken over vrede en vrijheid en om ons bewust te worden van ons eigen aandeel hierin. De meesten van ons zullen zich hierin herkennen: ‘Ja, natuurlijk willen we de vrede bewaren, daar gaan we voor’. Ik weet niet of ze er nu nog zijn, maar toen ik juf was, waren de vriendenboekjes populair. Je werd geacht er – aan de hand van vragen – iets over jezelf in te schrijven. Standaard was de laatste vraag: ik wens je toe…..Hoe vaak ik niet ben tegenkomen dat er ‘vrede’ stond. Kinderen hebben blijkbaar al jong besef van de waarde van vrede. Spelenderwijs leren ze dit. Bij een aanvaring of gevechtje dat uit de hand loopt, leren we ze het goed te maken met een handdruk en een enkel woord: ‘vrede?’.
‘Vrede’ lijkt wel een oerbehoefte van de mens. Ruimte om te leven, jezelf te kunnen zijn, om met vallen en opstaan te kunnen groeien en rijpen. Zoals het Hebreeuwse woord voor vrede – Shalom – uitdrukt. Ons woord ‘vrede’ betekent in de eerste plaats de afwezigheid van oorlog en geweld. Het hebreeuwse woord voor vrede – shalom – is veel omvattender en slaat op het hele leven. Het is meer dan de afwezigheid van oorlog – hoe waardevol dit ook is. De basisgedachte van shalom is volledigheid en dat komt er op neer dat je leeft in volledige harmonie met je omgeving: in gezondheid, zonder zorgen over je bestaan, in vrede en veiligheid, niet getroffen door tegenspoed of rampen van welke aard dan ook.
Daarom vraagt een jood bij een ontmoeting altijd eerst naar iemands shalom: naar zijn welzijn, en wenst hij hem bij het afscheid opnieuw shalom: voorspoed. Het is deze vrede die de profeet Joël bezingt. Het is een lied ter bemoediging. Na een lange tijd van droogte, van misoogsten door sprinkhanen die alles opvraten, van smaad en hoon door vijanden, van afkeer van God, breekt er een nieuwe tijd aan voor zijn volk. God belooft eerherstel, eten voor elke dag, bevrijding van vijanden, herstel van de schepping. En belooft een ‘leraar der gerechtigheid’. De nieuwe bijbelvertaling zegt het anders, maar in het hebreeuws staat het er letterlijk: ‘Kinderen van Sion, juich en verheug u in de Ene, uw God, want geven zal hij u een leraar ter gerechtigheid’. God weet wat zijn kinderen nodig hebben. Iemand die hen kan helpen om de shalom en de gerechtigheid te leren, ter harte te nemen en eruit te leven.
Er is een verhaal:
Een koning zond twee dienaars uit met de opdracht: ‘Controleer mijn land en zie of er nog vrede is.’ De eerste dienaar kwam vlug terug en zei: ‘Majesteit, uw land is een land van vrede. Nergens heb ik wapens gevonden, nergens haarden van verzet. Overal heerst orde en regelmaat. U kunt rustig gaan slapen.’ De tweede dienaar kwam niet terug. In het begin was de koning ongerust. Later werd de dienaar met een standbeeld vergeten.
Enkele jaren later werd de koning midden in de nacht uit zijn bed gehaald. Tot zijn verbazing stond daar zijn doodgewaande dienaar. Die zei: ‘Sire, uw andere dienaar heeft gekeken of er nergens oorlog was, maar ik ben rondgegaan om te zien of er vrede was. En vrede heb ik nergens gevonden. Ik heb gesproken met zieken en bedelaars, met arme boeren, met weduwen en wezen. Ik moet u zeggen: de vrede moet nog gemaakt worden. Daarom, Sire, ben ik zo laat.’
‘Vrede’, ‘shalom’ is een oerbehoefte – misschien ook wel een oerrecht – van ieder mens. Maar we kennen ook de spanning die dit oproept. We verlangen er naar en zijn niet bij machte deze te realiseren. De vrede moet nog gemaakt worden. Moet nog geleerd worden. Elke dag en elk moment opnieuw. Onvrede ligt overal op de loer. Ons geluk is broos en ongeluk verstoort ons rustige bestaan. De wereldvrede lijkt ver weg. God kent het menselijk tekort, weet wat we nodig hebben. Daarom belooft hij een leraar ter gerechtigheid En die brengt ons bij Jezus. We kennen Hem als de vredevorst, als de koning der gerechtigheid. In zijn woorden en daden was hij volledig, wijsheid en goedheid, in harmonie met zichzelf, met God zijn Vader en met de mensen. Hij leefde de geboden en daarin was hij één en al liefde en vrede. Hier bij het afscheid – de schaduw van de dood omgeeft hem – draagt hij zijn leerlingen op uit die liefde en vrede te leven. Maar hoe dan? Geen mens kan dat toch waarmaken of volhouden? De vrede van de wereld, die averechts staat op de vrede waar Jezus het over heeft, werkt als een stoorzender. Deze doet ons geloven dat we maar naar genoegen over ‘vrijheid’ mogen beschikken. Enkele strofen uit het gedicht ‘Vrijheid’ van Marion Bloem illustreren dit:
Als vrij zijn is: hou jij je mond
want ik heb iets te zeggen
Als vrij zijn is: jij achter tralies, want
dan hoeven wij niet bang te zijn
voor al jouw anders zijn en doen en anders
laten
Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt
maar de schillen laten vallen in de kranten
waar de honger wordt verzwegen
Als vrijheid mij beschermt
tegen jouw ideeën die voor mij te
anders zijn
dan is vrijheid lucht en willekeurig
Willen we begrijpen wat vrijheid – Shalom – betekent voor onszelf en de ander dan gaan we te rade bij Jezus. Dat is niet de gemakkelijkste keuze. Jezus zet de verhouding tussen eigenbelang en andermans belangen onder druk. Daardoor wekt hij een heilzame onrust op waardoor we niet gaan achteroverleunen en vergenoegzaam onze vrijheid genieten. Maar hoe zouden we dat op eigen kracht kunnen? In zijn afscheidswoorden zegt Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Ik laat jullie vrede na’. Dat klinkt anders dan het gebruikelijk ‘shalom aleichem’, ‘vrede zij met u’ wat Jezus en zijn leerlingen elkaar dagelijks hebben toegewenst. Jezus schenkt zijn leerlingen zijn ‘vrede’. Als een nalatenschap uit zijn testament. ‘Mijn vrede geef ik jullie’. Een vrede die de wereld niet geven kan.
Wat is die vrede van Christus? Die vrede ligt in ons hart verankerd. Als goddelijke bron van liefde. Die soms diep verborgen ligt zodat we er amper bijkomen. Die we – als het ons zo uitkomt – vergrendelen met een dikke putdeksel. Die echter nooit helemaal onbereikbaar is, niet voor zijn leerlingen en ook niet voor ons. Jezus belooft zijn leerlingen de heilige Geest. Als leraar ter gerechtigheid, zoals hij die zelf was. Die Geest zal iedereen die daarvoor open staat in herinnering brengen wie Jezus was en leren hoe de vrede te leven en te bewaren. Juist in een wereld waarin de vrede onvolkomen is. De vrede, de Shalom van Jezus, neemt niet al onze problemen en zorgen weg, deze helpt ons het geloof in de vrede te bewaren omdat God de bron van vrede is. De geest voedt deze bron en geeft ons zicht op de vrede die eens komt…en die wij bewaren in ons hart. Daarom: ‘maak je niet ongerust en verlies de moed niet’. Door alle onvrede en lijden heen, ligt er hemelse vrede in het verschiet.
Amen.

Geen reacties